Het bergdorp Perevi koestert zich in de warme zon: een ongebruikelijk plaatje voor begin november. Langs schuine keienpaadjes lopen varkens vrij rond, terwijl sterke paarden zich schrap zetten om boomstammen te trekken. Zo ziet het Georgische plattelandsleven er in al zijn alledaagsheid uit. Met als enig verschil dat deze plek niet alledaags is.

Perevi, dat zo'n 1.100 inwoners telt, was tot voor kort het enige dorp op Georgisch grondgebied dat nog door Russische troepen werd gecontroleerd. Hun aanwezigheid was in strijd met het door de Russische president Medvedev en de Franse president Sarkozy opgestelde vredesakkoord dat een einde maakte aan het conflict van augustus 2008.

Op 18 oktober 2010 heeft Moskou eindelijk zijn militairen van het checkpoint aan de rand van Perevi teruggetrokken, om ze een paar honderd meter verder weer op te stellen in Zuid-Ossetië, de voormalige separatistische regio van Georgië die zich na deze oorlog onafhankelijk verklaarde. Een vreemd soort onafhankelijkheid onder voogdij, want als je over een brug Zuid-Ossetië binnenkomt, zie je twee vlaggen aan de voet van een controlepost wapperen: een Zuid-Osseetse en een Russische.

"Perevi was van belang voor de Russen, omdat ze via deze plaats een directe verbinding hadden tussen twee van hun legerkampen", aldus Georgios Papaioannou, met wie wij door de dorpsstraatjes lopen. Deze Griekse marineofficier leidt de European Union Monitoring Mission in Georgia (EUMM) in het district Sachkhere, op drie uur rijden van de Georgische hoofdstad Tbilisi. Sinds 18 oktober komt hij iedere week naar Perevi om de situatie in ogenschouw te nemen. De bewoners kennen hem aan zijn blauwe baret.

"We durven nog niet het bos in te gaan om noten en bessen te zoeken"

De EUMM werd in oktober 2008 opgericht en is een Europese civiele waarnemingsmissie zoals die niet eerder is voorgekomen. De missie bestaat uit 300 waarnemers die moeten controleren of de zes punten van het vredesplan in de praktijk worden gebracht. De EUMM-patrouilles leggen contact met de lokale autoriteiten en de inwoners van Georgië langs de administratieve demarcatielijn. De Russen en Zuid-Osseten staan hun echter niet toe deze bestandslijn over te steken, en dat geldt ook voor Abchazië. In elk van deze afvallige regio's van Georgië heeft Moskou 3.600 manschappen gestationeerd.

Voor het hek van haar huis verzekert de 46-jarige Lola Makasarachvili ons dat er niets bijzonders te melden valt. "Wij zijn nooit lastiggevallen door de Russen. Het was alleen een probleem als we ergens heen wilden. Ze wilden voortdurend onze papieren controleren." Volgens haar blijven de bewoners op hun hoede sinds de terugtrekking. "We durven nog niet het bos in te gaan om noten en bessen te zoeken." Een andere inwoner van Perevi, Vladimir Beridze, spreekt een gevoel uit dat onder veel mensen leeft: "De aanwezigheid van de Russen had als voordeel dat het de Osseten op afstand hield", aldus deze 70-jarige man, die een plastic fles met tchatcha, zelfgestookte wodka, in zijn hand heeft.

De regering in Tbilisi heeft verheugd gereageerd op de Russische terugtrekking, zonder echter al te veel aandacht aan de gebeurtenis te besteden. "Het vertrek uit Perevi is een stap in de goede richting, maar het gaat hier slechts om één procent van het bezette gebied", benadrukt de plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken van Georgië, Giga Bokeria. "Wij maken ons geen illusies. De problemen kunnen niet in een handomdraai worden opgelost." Moskou heeft Perevi lange tijd als een troef gebruikt in de besprekingen met het Westen. In december 2008 waren de Russische soldaten al een keer vertrokken, om een dag later weer terug te keren.

De huidige terugtrekking betekent niet dat de mensen nu geen problemen meer hebben met reizen. Zuid-Osseetse kinderen zitten in Perevi op school, terwijl sommige inwoners van dit dorp juist ongehinderd naar Zuid-Ossetië willen gaan om hun familie te bezoeken of om groenten en fruit te verkopen. De Russen controleren iedereen die de grens oversteekt en weigeren soms bepaalde vrachten. "Na de oorlog mocht je niet meer dan 30 kilo vervoeren", vertelt Vassili Bakhturidze die hoofd van politie is in het district.

Vluchtelingenprobleem blijft punt van zorg

Sinds het voorjaar van 2009 is de situatie rustig langs de administratieve bestandslijn. In 2010 zijn er in totaal 140 geweerschoten gehoord, maar in de meeste gevallen ging het om vreugdeschoten of oefeningen. "Op dit moment spreken we van een bevroren conflict", aldus het hoofd van de EU-missie in Georgië, de Duitse diplomaat Hansjörg Haber. "Wij hebben de toestand gestabiliseerd, maar op de lange termijn volstaat de missie niet. Wat nodig is, is een politieke strategie." Als die uitblijft, zal de EUMM nog vele jaren moeten blijven. Er zit echter nauwelijks schot in de reguliere besprekingen in Genève tussen de betrokken partijen. Rusland zou – net als de EU – als bemiddelaar willen optreden, terwijl dit land zelf partij is in het conflict.

Het vluchtelingenprobleem blijft een belangrijk punt van zorg, met name in het district Akhalgori, dat in handen van Zuid-Osseetse milities viel toen de oorlog uitbrak. "In totaal zijn 30.000 Georgiërs uit Zuid-Ossetië weggevlucht. Niemand is teruggekeerd", merkt Hansjörg Haber op. "Af en toe komen sommigen naar Akhalgori, enkel om te kijken hoe het met hun huis is, maar ze vertrekken weer heel snel. Het is er niet veilig genoeg."

In dit district woonden voornamelijk Georgiërs, maar nadat het aan het gezag van Tbilisi was onttrokken, zijn deze mensen vanwege de plunderingen en bedreigingen weggetrokken. Van de in totaal 7.000 inwoners hebben er ongeveer 5.000 hun toevlucht elders in Georgië gezocht.