Kroatische bedrijven zullen na 1 juli een ware schok te verwerken krijgen. Bij toetreding tot de Europese markt met zijn 500 miljoen inwoners, zal de Kroatische economie met een stevige concurrentie geconfronteerd worden. Economen en politieke leiders steken niet onder stoelen of banken dat dit een van de grootste uitdagingen zal zijn voor de nationale economie. Een uitdaging waarop sommigen goed zijn voorbereid, maar anderen minder.

Een meerderheid van de Kroaten denkt dat de economische voordelen die Europa met zich mee kan brengen niet onmiddellijk zichtbaar zullen zijn, aangezien Europa net als Kroatië in een recessie verkeert.

Export zal dalen

De twee eerste jaren zal de export dalen, net als het bbp. Na deze tijd zal de Kroatische economie zich beginnen aan te passen, en pas na vijf jaar zullen de positieve effecten van de EU de overhand krijgen op de negatieve, denkt Boris Cota, financieel adviseur van president Ivo Josipović.

De afschaffing van staatssteun aan sectoren zoals de scheepsbouw en landbouw, zal de situatie nog verder bemoeilijken. De bedrijven zullen daarnaast de douanerechten kwijtraken van de CEFTA[de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst, red.] met de landen van het voormalig Joegoslavië, waar 40% van de Kroatische export naartoe gaat. De prijzen van exportproducten naar Servië, Bosnië-Herzegovina en Macedonië zullen met 10% stijgen.

Van de andere kant zullen Kroatische ondernemingen te maken krijgen met meer concurrentie. Importheffingen zullen worden afgeschaft, zodat de prijs van importproducten met ongeveer 10% zal dalen.

Moeite zich aan te passen

Voor telecombedrijven, de farmaceutische industrie en de financiële sector zullen grote schokken uitblijven omdat ze zeer rendabel zijn. De meeste ondernemingen uit deze sectoren, zoals Hrvatski Telekom en Pliva (het grootste farmaceutische bedrijf van het land) werden al lang geleden overgenomen door buitenlanders [respectievelijk Deutsche Telekom en Teva Pharmaceutical Industries uit Israël, red.].

De minder winstgevende bedrijven, dat wil zeggen, de meeste, zullen moeite hebben om zich aan te passen. En dat zal nog moeilijker voor de kleintjes zijn dan voor de grote.

“Het zal makkelijker zijn voor de grote bedrijven”, erkent Ljerka Puljic, vicepresident van Agrokor [levensmiddelen en distributie, de grootste Kroatische private groep, red.]. “Maar zelfs onze ‘grote’ bedrijven zijn op Europese schaal kleintjes. De economische noodzaak dwingt ons uit te breiden.”

“Kapitaal kiest geen vlag, maar kansen”

“Kapitaal kiest geen vlag, maar kansen”, meent Emil Tedeschi, algemeen directeur van Atlantic Grup [een andere Kroatische levensmiddelengigant, red.], die daaraan toevoegt dat “wij binnenkort getuige zullen zijn van een samenvoeging van winkelbedrijven en industrieën op nationaal niveau”.

Om de moeilijkheden die er na 1 juli dreigen te ontstaan voor een groot deel van de Kroatische economie, het hoofd te kunnen bieden, roept de algemeen directeur van Končar [elektronica en informatica, red.], Darinko Bago, de regering op de exporteurs te steunen.

Voor Ivica Mudrinic [de baas van Hrvatski Telekom, red.] is de toetreding tot de EU een cruciaal moment en moet de regering overeenstemming vinden over het te volgen economische beleid. Een beleid waar in Kroatië in de afgelopen 20 jaar nauwelijks sprake van was.

Innoveren om te overleven

Kleine ondernemingen die overleven zullen zeldzaam zijn, behalve als ze innoverende producten bieden, die op alle markten veel gevraagd worden.

Een van deze kleine bedrijven, die zich in de afgelopen jaren snel heeft ontwikkeld, en zijn producten in heel Europa verkoopt, is gevestigd in Rijeka. Het Laboratorium Jadran Galenski was dit jaar de grootste investeerder in het ‘Pharma Valley’ van Rijeka, wat bewijst hoe goed deze onderneming het doet. Voor algemeen directeur Ivo Ismiani zal er na 1 juli niets veranderen: “JGL produceert al voor veel grote farmaceutische bedrijven in Europa en de rest van de wereld. Dat geeft ons een flinke voorsprong op de anderen.”