Ministers treden af, de regering wankelt en angst maakt zich opnieuw meester van de financiële markten. Wie had een paar weken geleden kunnen voorspellen dat Portugal een dergelijke turbulentie zou veroorzaken? Sinds de deblokkering van het reddingsplan ter waarde van 78 miljard euro heeft land zich namelijk voorbeeldig gedragen. Het moet worden gezegd dat Lissabon zich enorm heeft ingezet om de financiën weer op orde te krijgen door de overheidsdiensten af te slanken en de hervormingen, geëist door de schuldeisers, vastberaden door te voeren.

Maar achter deze uiterlijke schijn van een goede leerling van de eurozone blijven gapende scheuren. De prijs voor het nieuwe begrotingsplan was een zware recessie en de regeringscoalitie heeft de steun van het volk verloren. Het land is inmiddels “bezuinigingsmoe”. Die moeheid heeft mogelijk vervroegde verkiezingen en een heronderhandeling van het internationale hulpprogramma als gevolg. En dan is er nog de dreiging van een verplichte schuldherstructurering, en zelfs een vertrek uit de eurozone.

Portugal roept spookbeeld van 2011 op

Portugal roept daarmee het spookbeeld op van de herfst van 2011 in de eurozone. Toen zagen de investeerders Griekenland regelrecht op een bankroet afkoersen, Spanje en Italië op hun beurt afglijden en verloren de Europese banken het vertrouwen van hen die ze financierden.

En Portugal roept dit spookbeeld op op het meest slechte moment: de nervositeit is verder gestegen op de financiële markten nu de investeerders hebben begrepen dat ze niet eindeloos kunnen rekenen op de centrale banken en hun gulle geldinjecties om de klappen van de recessie te verzachten en de politieke gebreken te verbloemen. Wat kan de ECB verder doen, behalve het opvoeren van de druk op de Europese leiders om de hervormingen sneller door te voeren?

Ondraaglijk gewicht van de schulden

De krachtige daad van Mario Draghi om de banken (met het verstrekken van miljarden euro aan leningen) en later staten (met het aankoopprogramma van soevereine schulden) te ondersteunen, is door de financiële markten de afgelopen twaalf maanden beloond. Maar zij zijn vergeten waar het om draait: de futloosheid van de groei en van de leningen in de landen in de “periferie” van de eurozone, het nog steeds ondraaglijke gewicht van de schulden, het hoge werkloosheidscijfer en de instabiliteit van deze regeringen. Zij hebben verbloemd dat de verschillen tussen de eurozonelanden omvangrijk blijven, als ze al niet groter worden, en op de lange termijn niet houdbaar zijn.

Alleen instemming met het gemeenschappelijk maken van financiële middelen en het overdragen van soevereiniteit kan helpen. Aangezien het niet aannemelijk is dat Duitsland een dergelijk gebaar maakt vóór de Duitse parlementsverkiezingen, in september, en vóór de uitspraak van het hof in Karlsruhe over de rechtmatigheid van het opkopen van staatsleningen door de ECB, belooft het een onrustige zomer te worden.