'L'Afrique commence aux Pyrénées'. Dit aforisme wordt vaak aan Alexander Dumas toegeschreven; maar het werd in 1959 gebruikt door Albert Camus. De uitdrukking wordt door de Spanjaarden verafschuwd. Als er één continent is waar de Spanjaarden niet toe gerekend willen worden, is het wel Afrika.

Eigenlijk was het al in 1898 duidelijk, toen Cuba onafhankelijk werd, dat Spanje als imperium afgedaan had, maar de Spanjaarden aarzelden nog lang of ze toch niet het culturele hoofd van Spaans-Amerika konden blijven. Onder Franco meende de politieke elite dat Spanje haar gezag als grootmacht nog kon doen gelden, maar met de dood van Franco in 1975 stierf ook die illusie van een Spaans wereldrijk.

Liever de ‘staart van Europa’

In 1976 besloten de anti-franquisten definitief voor Europa te kiezen; zij deden afstand van Spanjes imperiale pretenties en wisten dat zij achter aan moesten sluiten bij de Europese Gemeenschappen. Zij waren, naar eigen zeggen 'liever de staart van Europa dan het hoofd van Spaans-Amerika'.

Deelnemen aan Europa betekende democratisering en modernisering van Spanje. De [Spaanse arbeiderspartij] PSOE werd met Duits geld nieuw leven ingeblazen, de [Spaanse communistische partij] PCE die in 1976 veruit de grootste arbeiderspartij was, ging ten onder aan het Eurocommunisme. De franquisten richtten een partij op, de [volkspartij] Partido Popular, die de liberale democratie omarmde. (Spoor)wegen werd met Europese fondsen aangelegd of gemoderniseerd. Catalonië en Baskenland kregen de ruimte zich economisch en cultureel te ontwikkelen. Het Olympisch dorp in Barcelona (1992) en het Guggenheim in Bilbao (1997) waren de trotse symbolen van een spectaculaire economische en sociale ontwikkeling in die autonome regio's.

Wie Franco's Spanje nog gekend heeft, moet wel versteld staan over de politieke en economische ontwikkelingen die zich in de afgelopen 30 jaar hebben voorgedaan. Dat is gebeurd met steun van de EU, maar grotendeels op eigen kracht. Het bnp verdubbelde in de eerste 10 jaar na toetreding en het verdubbelde in het tweede decennium nog een keer.

Alternatief voor Nederland

De Nederlandse economie groeide over diezelfde periode iets minder snel dan Spanje, maar de economische groei was ook in Nederland gigantisch. Ook voor Nederland was Europa het geopolitieke alternatief voor imperiale pretenties. Onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog moest Nederland toezien hoe de Indonesische nationalisten hun onafhankelijkheid bevochten. Het Nederlandse wereldrijk werd tot minuscule proporties teruggebracht. Maar de Europese samenwerking werd door vooruitziende politici gezien als een alternatief voor het Nederland dat zich tot dan toe nog een 'kleine grote mogendheid' had kunnen wanen.

Dat gold natuurlijk ook voor Italië, dat na de mislukte verovering van Ethiopië moest afzien van imperiale pretenties en terechtkwam in 'de staart van Europa'. Dertig jaar geleden werd het politiek systeem gedomineerd door twee volstrekt corrupte partijen, de christendemocraten geleid door Andreotti en de socialisten geleid door Craxi. Tien jaar later, in 1994, werden die partijen door hun kiezers in de steek gelaten. De communistische PCI had zich in 1991 omgevormd tot een democratische PDS. De fascistische MSI [Italiaanse Sociale Beweging] veranderde in een democratische Alleanza Nazionale (1995). Daarnaast kwam de Lega Nord op en Berlusconi's Forza Italia. Het is een wonder dat het Italiaanse parlementaire stelsel dat door de geallieerden is opgelegd, stabiel is gebleken. Dat is voor een niet gering deel aan de Europese samenwerking te danken, net als de economische groei.

Berlusconi minder corrupt dan Andreotti

Hoe corrupt Berlusconi ook mag zijn, hij legt het als maffiamaatje zeker af tegen Andreotti en Craxi. De wetgeving op grond waarvan Berlusconi veroordeeld is, is ooit aangenomen om de corruptie bij de socialisten en de christendemocraten te bestrijden. Men moet dus constateren dat voor Spanje, voor Nederland maar ook voor Italië aansluiting bij Europa een groot succes geweest is, zowel in geopolitiek als in economisch opzicht.

De uitbreiding van de EU naar Midden-Europa heeft een heel andere achtergrond. Dit is een onmiddellijk gevolg van het ineenstorten van de Sovjet-Unie. Voor de landen die vroeger onder het communistische juk zuchtten is de toetreden tot de Europese Unie een bevrijding en in zekere zin ook een coming home.

Men kan over de invoering van de Euro van mening verschillen, maar het idee dat het Europese project mislukt is historisch gezien hilarisch. De tegenstanders van de euro zijn anarcho-nationalisten. De Duitsers noemden dat vroeger Kleinstaaterei.