Het oude karikaturale beeld houdt hardnekkig stand. We zien een kleine Franse boer met een baret op het hoofd en een Gauloise die uit de hoek van zijn mond steekt. Hij woont in Bretagne waar hij onder moeilijke omstandigheden niet-gepasteuriseerde geitenkaas fabriceert [noot van de redactie: in Bretagne wordt geen geitenkaas gemaakt] en regelmatig protesteert tegen de besluiten die in Brussel worden genomen, snelwegen blokkeert en een paar oude banden vlam laat vatten.

Een simpel beeld dat oppervlakkige commentaren uitlokt. Maar dit beeld werkt nu juist in het voordeel van degenen die het meest van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) profiteren, zowel in de agrarische sector als in de “agrobusiness”; hun lobbyisten waken er wel voor banden in de straten van Brussel in brand te steken.

Uitgelezen kans om de EU dichter bij de burgers te brengen

Het oude landbouwbeleid van de jaren zestig staat aan de vooravond van een hervorming. De vraag is nu wat er voor het huidige stelsel in de plaats komt. In Europa heeft geen enkel dossier meer rechtstreeks betrekking op het dagelijkse leven van de burgers dan het GLB. Dit beleid stelt de voorwaarden vast voor de productie van ons dagelijks brood, van het voedsel dat wij tot ons nemen.

Marktprijzen en belastingen zorgen ervoor dat het beleid onmiddellijke invloed heeft op de portemonnee van consument en producent. Meer nog, het speelt een sleutelrol in de verwezenlijking van de ambitieuze Europese doelen op het gebied van klimaat, milieu en volksgezondheid. Het GLB vormt tevens een factor van eminent belang in de betrekkingen van de EU met de buitenwereld, in de vrijhandelsbesprekingen en in de ontwikkelingssamenwerking.

Alle Europese politieke dossiers staan min of meer in verband met het GLB. Daarom moeten alle politieke leiders daar het belang van inzien en het niet uitsluitend als een enorme kostenpost beschouwen.

Dit beleid, dat letterlijk van levensbelang is, is ingebed in technocratische regelgeving die zeer ver van de gewone man afstaat, alleen voor deskundigen te begrijpen is en gepaard gaat met een logge bureaucratie. Als de Europese politieke leiders nu eens een keer hun belofte serieus willen nemen om de Europese Unie dichter bij de burgers te brengen, dan is dit een uitgelezen kans. Het is tijd om prioriteiten te stellen.

Een minderheid verlangt vurig naar ingrijpende veranderingen

Voor het eerst zullen alle regeringen van de 27 lidstaten van de EU aan de onderhandelingen deelnemen. En dankzij het Verdrag van Lissabon kan het Europees Parlement nu meebeslissen. Omdat de ontwikkeling van het landbouwbeleid valt onder de nieuwe langetermijnbegroting vanaf 2013, geldt de regel dat besluiten unaniem moeten worden genomen en dat elk land officieel een vetorecht heeft.

Al deze buitengewoon complexe onderhandelingen moeten in het eerste halfjaar van 2012 onder het Deense voorzitterschap van de Unie worden afgerond. En dat terwijl dan in Frankrijk presidentsverkiezingen worden gehouden.

Het voorstel van de Europese Commissie zal vermoedelijk meerdere scenario's omvatten, maar alles duidt erop dat zij beperkte hervormingen zal aanbevelen. Je zou het een actualisering van de status-quo kunnen noemen. Om de diverse nationale belangen in het oog te houden, moet de Commissie het accent leggen op eenheid en verscheidenheid, de gemeenschappelijke beginselen koesteren en voor de verschillende landen toepassingen op maat bedenken. Hierbij is vereenvoudiging van het landbouwbeleid geboden. Hoe dit in de praktijk vorm moet krijgen, is echter nog een raadsel.

Dat de Commissie behoedzaam te werk gaat, heeft te maken met de wijze waarop zij het huidige klimaat in de meeste EU-lidstaten interpreteert. Zweden, Groot-Brittannië en Nederland vormen een minderheid die vurig verlangt naar veel ingrijpender veranderingen. Blijft de vraag met hoeveel succes deze minderheid haar standpunt zal bepleiten.

Ongelijke verdeling op collectief en sociaal gebied

Dan het Europees Parlement. Het is op dit moment onmogelijk te voorzien hoe zijn definitieve oordeel zal luiden. Het Parlement telt een aantal zeer actieve hervormingsgezinde politici maar ook enkele invloedrijke behartigers van de traditionele belangen van de producenten; de frontlinie loopt door alle fracties heen. Het Europees Parlement kan een beslissende rol in het uiteindelijke handjeklap spelen.

Tot de verwachte voorstellen behoort een aanpassing van de huidige bedrijfstoeslagregeling ten gunste van plattelandsontwikkeling, milieumaatregelen en andere collectieve maatregelen. Waarschijnlijk wordt de begroting, in de lijn van de afgelopen twintig jaar, beperkt. Sinds 1988 is het landbouwbeleid stapje voor stapje hervormd, waarbij het steeds minder middelen tot zijn beschikking kreeg.

Een brandende kwestie blijft de rechtvaardigheid van het stelsel, vooral waar het de verhouding tussen de oude en nieuwe lidstaten betreft. Het stelsel van steun per hectare berust immers op de historische gegevens van de oude EU. Hierdoor ligt de steun per hectare in Griekenland vijfmaal zo hoog als in Letland.

Bij de verdeling van de Europese fondsen gaat het ook om sociale rechtvaardigheid. De Europese steungelden stromen niet naar de kleine boeren in Bretagne. De belangrijkste ontvangers zijn een relatief beperkte groep grootgrondbezitters en grote bedrijven. De steun die het Britse koningshuis krijgt, wordt vaak symbool gesteld voor de onrechtvaardigheid van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.