Een tijdsverschil van twee uur en een afstand van 3.300 kilometer hemelsbreed: Litouwen en Portugal lijken mijlenver van elkaar verwijderd. De beide hoofdsteden, Vilnius en Lissabon, liggen aan de buitengrens van de Europese Unie en er is een lange vlucht dwars over Europa voor nodig om van de ene naar de andere stad te reizen. Hoewel het ´s zomers meestal komkommertijd is, hebben de twee landen toch ieder op hun eigen manier de aandacht van de Europeanen op zich weten te vestigen: Litouwen en zijn energieke president Dalia Grybauskaitė – die een zwarte band in karate heeft – hebben op 1 juli het roulerend voorzitterschap van de EU overgenomen, precies op tijd om Kroatië te verwelkomen.

Wat Portugal en zijn premier Pedro Passos Coelho betreft, zij zijn ternauwernood ontsnapt aan een omvangrijke politieke crisis na het plotselinge aftreden van een van de steunpilaren van de regering, minister van Financiën Vítor Gaspar. Zijn vertrek is een ernstige klap voor een land dat sinds twee jaar financiële steun krijgt van de eurolanden en het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Afstand leidt tot onverschilligheid

Ieder zijn lot en ieder zijn problemen, in een Europa waarin fysieke afstand in het beste geval tot onverschilligheid leidt, en in het ergste geval tot vooroordelen of zelfs een vijandige houding: in Litouwen zijn de mensen niet bepaald geïnteresseerd in de turbulenties van de Portugese politiek. Zij maken zich eerder druk om het schaamteloze gedrag van hun Russische – en Wit-Russische – buren, die Litouwen met hun afwijzingen steeds verder in de armen van de EU drijven. Andersom is het in Lissabon – en elders in West-Europa – eigenlijk niemand opgevallen dat hun verre partner de komende zes maanden gaat meebeslissen over het lot van 500 miljoen Europeanen.

De Portugezen hadden hun ogen de afgelopen drie jaar eerder gericht op Athene, Madrid, Berlijn, Parijs en... Washington. Ze hebben niet bijster veel hoop dat het einde van de tunnel al in zicht is en nemen dit vooral de landelijke politici kwalijk, die elkaar afmaken na twee jaar van bezuinigingsinspanningen onder het toeziend oog van de geldschieters die in de ‘trojka’ zijn verenigd.

Het Litouwse ‘paardenmiddel’

In deze tijden van crisis die de eurozone doormaakt, vormen de twee hoofdsteden niettemin twee kanten van dezelfde medaille en hebben ze meer met elkaar gemeen dan het lijkt. Ook Litouwen weet alles van recessie en bezuinigen.

De voormalige ‘Baltische tijger’ werd in 2009 door de financiële crisis gevloerd en zakte in elkaar: met een krimp van 15 procent beleefde het land de zwaarste recessie van Europa en werd het hardhandig wakker geschud na het ‘wonder’ van de post-Sovjetperiode. De toenmalige centrumrechtse regering weigerde op dat moment – anders dan de Letse regering – om een vernederende behandeling door het Internationaal Monetair Fonds te ondergaan. De Litouwse regering besloot uit zichzelf om het land een echt paardenmiddel toe te dienen en om niet over te gaan tot devaluatie van de Litouwse munt.

Afhankelijk van hun rang zagen ambtenaren hun salaris met 5 tot 50 procent slinken. Op de ministeries werd een deel van het personeel ontslagen. En omdat dat nog niet genoeg was, werd er vervolgens zelfs in de pensioenen gesneden. Dit programma kreeg steun van het parlement en er vonden geen volksopstanden plaats. Niet alle problemen zijn opgelost – bij lange na niet -, maar er is weer sprake van groei. "Houd je niet van bezuinigen? Zoek je heil dan maar bij het communisme!" luidt een volksgezegde dat populair is in Litouwen en dat de lokale mentaliteit goed samenvat.

Recessie drijft bevolking tot wanhoop

Portugal, van zijn kant, is dan wel aan het communisme ontsnapt, maar niet aan het IMF – en aan het reddingsfonds van de eurozone. Het land heeft lange tijd boven zijn stand geleefd en voert nu ook sinds twee jaar een omvangrijk bezuinigingsplan uit, in de hoop om vanaf 2014 weer toegang te krijgen tot de financiële markten. Maar dat vooruitzicht is nog heel onzeker, zolang Portugal halverwege blijft steken.

Ondanks dat de weerstand onder de bevolking iedere dag groter wordt, deinsden ook de Portugese leiders er niet voor terug om een zekere ijver tentoon te spreiden. Van de landen in de eurozone die steun krijgen, is Portugal misschien het enige land dat af en toe vooruitliep op de eisen van zijn schuldeisers. Tot nu toe streefden de Portugese leiders en de trojka er vooral naar om de overheidsfinanciën te saneren, waarbij minder aandacht uitging naar structurele hervormingen. Dat neemt niet weg dat er sprake is van een diepe recessie die de bevolking – mede gezien de massale werkloosheid – bijna tot wanhoop drijft.

Toch zijn de Portugezen niet echt jaloers op het betrekkelijke succes van Litouwen, waar het mininumloon niet boven de 300 euro uitkomt. Omgekeerd jaagt de tegenslag van de Portugese patiënt de Litouwse leiders geen schrik aan. Bij Dalia Grybauskaité en haar regering overheerst slechts één gedachte: zo snel mogelijk lid worden van de monetaire unie. Zij gaan ervan uit dat dit in het gunstigste geval op 1 januari 2015 zal gebeuren.

Niets wijst er echter op dat de leiders van de eurozone – ontgoocheld als ze zijn door de problemen van Portugal en Griekenland – evenveel haast hebben. Het is zelfs te hopen dat zij ervoor kiezen de eurozone eerst meer diepgang te geven, alvorens deze steeds verder uit te breiden. Maar als ze de uiterst vastberaden Dalia Grybauskaité willen ontmoedigen, zullen ze met sterke argumenten moeten komen.