Er bestaat waarschijnlijk geen boek dat vaker is verweten dat het onleesbaar is. Toch is Fenomenologie van de geest van Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) zojuist integraal vertaald in het Nederlands. Hoewel taaie kost, helpt deze filosofische klassieker (verschenen in 1807) ons om de voortwoekerende eurocrisis te doorgronden. Het boek laat zien dat politici tekortschieten zolang zij blijven spreken over slechts een economische crisis.

Illustratief is de reactie van Martin Schulz, voorzitter van het Europarlement, op het plan om in Groot-Britannië een referendum over het EU-lidmaatschap te organiseren. Slecht plan, vond Schulz. "Camerons Europa à la carte is geen optie. We moeten ons richten op banen en groei, niet op oeverloze discussies over Europese verdragen."

De EU als brenger van welvaart. Het is een opvatting die breed wordt gedeeld onder beleidsmakers, in Nederland onder meer door premier Rutte, maar ook door Bernard Wientjes. "Tweederde van de Nederlandse export gaat naar Europa", zei de voorzitter van ondernemersorganisatie VNO-NCW onlangs tegen BNR Nieuwsradio. "Anderhalf miljoen banen zijn afhankelijk van Europa. We verdienen er 180 miljard euro op. Europa en de euro zijn de ruggegraat van de Nederlandse economie."

Nadruk op euro’s is inschattingsfout

Via Hegel wordt duidelijk dat die nadruk op euro's berust op een inschattingsfout. Hoe meer rijkdom, hoe groter het draagvlak voor de EU? Dat het zo niet werkt, legde de Duitse filosoof tweehonderd jaar geleden al uit.

Wie de eurocrisis wil begrijpen, heeft genoeg aan een lange passage over de strijd om erkenning waarin mensen verwikkeld zijn.

Vanwege zijn ontoegankelijkheid hoort het boek eerder thuis in de studeerkamer dan op het nachtkastje. Wie de eurocrisis wil begrijpen, heeft genoeg aan een lange passage over de strijd om erkenning waarin mensen verwikkeld zijn. Gezien en gehoord worden, is voor ons haast nog belangrijker dan ademhalen. De honger naar erkenning leidt automatisch tot conflicten. De verhouding van twee mensen, de 'meester-knechtdialectiek', hoort bij Hegel zoals de 'Übermensch' bij Friedrich Nietzsche en de banaliteit van het kwaad bij Hannah Arendt. De knecht kan de meester nooit de erkenning geven waarnaar hij hunkert. Echte erkenning kan namelijk niet worden afgedwongen.

Op de lange termijn wordt de hiërarchische relatie tussen een meester en zijn knecht onhoudbaar. In de visie van Hegel hebben de meester en de knecht dan ook de weg naar de samenleving geplaveid waarin alle burgers dezelfde rechten hebben: de democratie. Bijna 200 jaar later werkte de Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama deze gedachte verder uit. Toen hij het einde van de geschiedenis uitriep, wees hij op de democratie als dé staatsvorm die het beste voorziet in de behoefte aan erkenning. Verkiezingen zijn niet alleen een manier om de machtsoverdracht te regelen. Minstens zo belangrijk is dat burgers hun stem kunnen laten gelden.

Politieke inspraak devalueert tot luxeartikel

Maar democraten in hart en nieren zijn zeldzaam, leert de eurocrisis. Martin Schulz, nota bene voorzitter van het orgaan dat de democratie moet symboliseren, reduceert het Britse referendum tot een administratieve kwestie die vooral tijdrovend is. Zo devalueert politieke inspraak tot een luxeartikel, leuk in zonniger tijden, maar niet als er een crisis woedt.

Toch pleit Schulz op zijn manier ook voor een samenleving die is gestoeld op gelijkheid. Hij vindt dat de landen in Noord-Europa (rijk) die in Zuid-Europa (arm) moeten helpen via een breed palet aan steunmaatregelen. Dit zorgt voor grotere gelijkheid, zij het niet à la Hegel, maar op de manier die Karl Marx halverwege de negentiende eeuw bepleitte.

Burgers zijn bereid welvaart in te leveren

In toenemende mate zijn we het boek gaan lezen door de bril van Marx, voor wie problemen in de eerste plaats duiden op een economisch defect. Veel beleidsmakers redeneren op vergelijkbare wijze. Mort het electoraat, dan schort het kennelijk aan welvaart. Zo heeft de gedachte postgevat dat euro's het belangrijkste instrument vormen dat hen ter beschikking staat. Onvrede gaan ze te lijf met een subsidie hier en een financiële prikkel daar. De stilzwijgende aanname is dat burgers zich in hun stemgedrag vooral laten leiden door hun portemonnee.

Wie burgers reduceert tot exemplaren van de soort ‘homo economicus’ ontwikkelt een blinde vlek. Dat ze er ook andere dan economische drijfveren op na kunnen houden wordt moeilijk te begrijpen.

Wie burgers reduceert tot exemplaren van de soort ‘homo economicus’ ontwikkelt een blinde vlek. Dat ze er ook andere dan economische drijfveren op na kunnen houden wordt moeilijk te begrijpen. Dit voorjaar bleek uit een onderzoek van Maurice de Hond dat 64 procent van de Nederlanders een referendum wil over de EU. Het is onwaarschijnlijk dat die argwaan verdwijnt met het scenario-Schulz van meer banen en groei. Het is, met Hegel in het achterhoofd, zelfs goed voorstelbaar dat burgers bereid zijn om welvaart in te leveren als ze daarmee baas in eigen huis blijven.

Liefde voor democratie is twijfelachtig

De steekproef van De Hond (onder een panel van 2.000 man) wees uit dat mensen het meest bezorgd zijn over het democratische gehalte van de EU. Daar komt bij dat politici aanleiding geven om te twijfelen aan hun liefde voor de democratie. Recent verklaarde Jean-Claude Juncker, de Luxemburgse ex-voorzitter van de Eurogroep, tegen het Duitse tijdschrift Der Spiegel dat “de wil van het volk moet worden omzeild als het niet de juiste wil is”.

Kennelijk is democratie acceptabel zolang ze de juiste verkiezingsuitslag voorbrengt. Voor politici zou de Fenomenologie van de geest moeten fungeren als een wake-up call. Met een eurocrisis die volop woedt, had het boek niet op een geschikter moment uitgegeven kunnen worden.