“Welk referendum? Nee daar wist ik niets van”, zegt de Julia (42) verbaasd. De Russischtalige dame uit Narva heeft het over de 20e verjaardag van het referendum over de zelfstandigheid van haar regio, Ida-Virumaa [de meest oostelijke regio van Estland]. Toch stemde destijds 54% voor, bij een opkomst van 52%. Dat was genoeg om de zwakke krachten die de jonge Estse Republiek moest verdedigen, te verontrusten.

De volksraadpleging werd op 16 en 17 juli 1993 in drie steden in de regio georganiseerd: Narva, Kohtla-Järve en Sillamäe. Ondanks het resultaat oordeelde het Constitutionele Hof dat het referendum in de drie steden in strijd was met de grondwet, wat de zelfstandigheidsbeweging al snel de das omdeed. Het ‘Transnistrië van Estland’ kwam dus niet tot stand [die Russischtalige streek heeft zich afgescheiden van Moldavië maar wordt door geen enkel land erkend].

De mooiste ervaring van mij leven is dat ik drie echte Kozakken ontmoette

Destijds zorgde de situatie voor nogal wat problemen. Narva was een stad waar de blauw-zwart-witte vlag van Estland naast een standbeeld van Lenin kon wapperen. “De mooiste ervaring van mij leven is dat ik drie echte Kozakken ontmoette bij de uitgang van het kabinet van Vladimir Tšuikin, de voorzitter van de gemeenteraad”, herinnert de voormalige directeur van het gemeentelijke elektriciteitsnet Rein Annik (78) zich. Hij weet nog hoe indrukwekkend de stevige mannen waren, met hun grote snorren en een degen aan hun riem. Die dag had Tšuikin hem gevraagd of het mogelijk zou zijn een kampement en elektriciteit te installeren op het controlepunt tussen wat ooit de zelfstandige regio zou worden en de Estische Republiek.

Slechts twee leraren Estisch

Voor de voorstanders van zelfstandigheid in de regio was de Russischtalige en pro-imperiale republiek die op 1995 vlakbij Dnjestr in Moldavië werd opgericht, het grote voorbeeld. “Tšuikin was afkomstig uit die streek, hij had het idee om van daaruit watermeloenen te gaan importeren, die in die tijd nog een zeldzaam verschijnsel waren. Maar ik begreep heel goed dat het om veel meer ging dan watermeloenen”, vertelt Rein Annik.

Mihhail Stalnuhhin, voormalig burgemeester van Narva en nu parlementslid, gelooft dat de aanleiding voor een referendum van de ene kant een poging was van een bepaalde, uit het communisme voorgekomen elite die de macht in handen wilde houden door een autonome regio te stichten. Van de andere kant speelde de diepe teleurstelling mee over de regering van [de pro-nationalistische] Mart Laar en het invoeren van een zeer strikt burgerschapsbeleid dat ertoe leidde dat de meerderheid van de Russen in Estland zonder staatsburgerschap kwam te zitten.

“Van het begin af aan voelden we ons op een bepaalde manier onrechtvaardig behandeld”, legt Stalnuhhin, van Russische afkomst, uit. Hij denkt dat de eerste wetten die er in Estland werden aangenomen, absoluut geen rekening hielden met de Russischtalige bevolking. “In 1991 waren er in Narva slechts twee gediplomeerde leraren Estisch, voor 15 scholen en 13.000 leerlingen. De andere leraren waren eenvoudige Esten, zonder ook maar enige specifieke opleiding. Kunnen we de gewone man [de Russischtaligen] dan verwijten dat hij het Estisch niet beheerst?” Maar hoe kan dan dat het vandaag de dag zo rustig is in Narva? “De Estse wetgeving biedt ons tegenwoordig de mogelijkheid op te komen voor onze rechten. Destijds kon dat niet”, legt de parlementariër uit.

Een staat binnen een staat

Volgens Rein Annik zijn het de eerste concrete maatregelen van de Estische regering die bijdragen aan de rust in de regio. Een paar maanden na het referendum over zelfstandigheid, werd het standbeeld van Lenin verplaatst van het centrale plein naar de binnenplaats van het museum. De bloemenzee die er ieder jaar in april, ter gelegenheid van de verjaardag van de vader van de revolutie, aan de voet van het monument wordt neergelegd, neemt steeds verder in omvang af.

Er is hier niets dat ze aan de Estse Republiek bindt

De verplaatsing van het standbeeld van Lenin naar het museum betekent echter niet dat de Estische vlag gewonnen heeft. In de eerste jaren na de onafhankelijkheid, zaten er ongeveer 10 leden van Estische afkomst in de gemeenteraad. Tegenwoordig is dat er nog maar één. Voor Annik is de situatie frustrerend. Volgens hem is de Estische staat veel minder aanwezig in de regio dan in het begin van de jaren negentig. “Een inwoner van Narva van Russische afkomst weet niets over de Estische staat noch over de situatie van het land”, vertelt hij. “De televisie is Russisch, nieuwtjes worden uitgewisseld met familie die aan de andere kant van de grens in Rusland woont. Er is hier niets dat ze aan de Estse Republiek bindt. Engels spreken ze wel, maar alleen sommige kinderen spreken een beetje Ests.”

Katri Raik, directrice van de middelbare school, merkt op dat als je de mobiliteit van de mensen [binnen het land] in kaart brengt, de stad Narva [waar de bevolking voor 96% Russisch is] wel een staat binnen een staat lijkt. Niemand vertrekt er of komt er binnen. Volgens Annik is de enige attractie in Narva het Russische consulaat, waarvoor zich een lange wachtrij uitstrekt. Hij denkt dat de overheid zich anders moet opstellen: “Geen enkele premier heeft iets gedaan om deze regio meer Estisch te maken. Ze hebben de zaken maar op hun beloop gelaten”, zegt hij boos.