Mijn naam is Cristina Fallarás en ik ben door de media-aandacht de meest bekende persoon in Spanje geworden die uit haar huis is gezet. Ik had het liever ergens anders over gehad, maar de tijd en het land waarin ik leef dringen dit soort onderwerpen op. Op dinsdag 13 november 2012, om 19.40 uur, een paar uur voor aanvang van de tweede algemene staking vorig jaar in Spanje, belde een individu van de gerechtelijk instantie XX van Barcelona aan bij mijn appartement aan het Plaza Universidad. De politiehelikopters waren al hoorbaar, net als de rotjes van de eerste stakingsposten die gewoonlijk altijd een soort van feeststemming bij ons veroorzaakten.

Een extreem gewelddadige scheur

Vanaf het moment dat mijn zoon Lucas de deur opende en zei: “Mama, er staat een meneer voor de deur” was ik ineens niet meer schrijfster, journaliste en redactrice, maar het slachtoffer van een huisuitzetting

Vanaf het moment dat mijn zoon Lucas de deur opende en zei: “Mama, er staat een meneer voor de deur” was ik ineens niet meer schrijfster, journaliste en redactrice, maar het slachtoffer van een huisuitzetting dat haar verhaal doet in de media. Een rechtstreeks verhaal in de eerste persoon, eenvoudig en efficiënt. Object, onderwerp en analyse, de journalistieke heilige drie-eenheid, alle drie in één.

En dan nu, lezer, stel je een terrein voor dat zo groot is als een land, een oppervlakte zoiets als een pampa.

Stop waar je mee bezig bent en stel het je voor.

Is het gelukt? Goed, stel je dan nu een enorme, onafwendbare en extreem gewelddadig scheur voor. Alsof hij gekrast is door de nagel van een god die de aarde verscheurt, snijdt hij de oppervlakte in tweeën. Uit de scheur komt een ijzige adem tevoorschijn, de adem van de Parcen [de schikgodinnen in de Romeinse mythologie, red.]. Blijf kijken: plotseling stort een van deze twee delen (laten we zeggen dat het om het linkerdeel gaat) in verval uiteen en komt het tot stilstand, al hangende boven een zwart gat. Alle inwoners worden in deze val meegesleurd, ze zijn stomverbaasd en verbijsterd. En ze worden verteerd door schuldgevoelens.

Tevergeefs schrijven over armoede

Ik schrijf van onderaf, vanuit dat ingestorte deel. Ik leef nu al zolang in het donker dat mijn ogen gewend zijn geraakt aan die duisternis en dat ik de nieuwkomers duidelijk kan onderscheiden. Tussen 2009 en 2010 kwamen er twee miljoen werklozen bij. Zij ontvangen niets meer, want in Spanje wordt een werkloosheidsuitkering maar twee jaar lang uitbetaald. En sinds 2011 hebben honderdduizenden ontslagen Spanjaarden zich bij ons aangesloten. We zien ze vallen, we maken plaats voor ze vrij. Wij, die nieuwkomers en wijzelf, weten dat het onvermijdelijk is.

Als ze bij jou thuis nog nooit de elektriciteit of het water, of allebei, hebben afgesloten, dan weet je niet wat armoede is.

Hier onderaan is het moeilijk te zien wie daarboven is gebleven, dat vergt wat geheugengymnastiek. Wij weten hoe ze leven, wat ze eten, wat ze kopen, hoe ze zich kleden en voortbewegen, want niet zo lang geleden waren wij daar ook nog. Maar ellende doet je dingen vergeten, die vergetelheid redt ons geloof ik een beetje. Degenen die zich daarboven bevinden, die kijken echter niet naar ons. Dat kunnen ze niet. Dan blijft over de journalisten, de verslaggevers, die tevergeefs proberen te schrijven over de armoede, de ontruimingen, het waarom van een bepaalde zelfmoord. Hoe zijn ze daartoe in staat? Als ze bij jou thuis nog nooit de elektriciteit of het water, of allebei, hebben afgesloten, dan weet je niet wat armoede is. Daarom kan ik nu van dienst zijn, een uit haar huis gezette journaliste die haar verhaal doet.

Ontruiming overvalt je

Natuurlijk ben ik zelf ook nogal verbaasd dat ik daar nu ben, daar beneden. Een ontruiming is een langdurig proces dat begint met een ontslag, maar wat je overvalt, alsof je ineens in je blootje staat. Naakt, temidden van die grote laan waar we bij zonsopgang liggend in een deuk en straal bezopen met de taxi doorheen reden. Iedere dag, rond zes uur ’s ochtends, gaat mijn wekkerradio op m’n nachtkastje af, ik hoor iets dat me een stomp in m’n gezicht geeft en me naar de douche duwt. Ik moet mijn brood verdienen om te leven. Het leven is je niet gegeven, je moet het verdienen. En als je niet genoeg verdient, verlies je dan je leven? Dag in dag uit, als ik daar naakt sta, overvalt die gedachte me.

Lees hier het tweede deel

Lees hier het derde deel

Dit artikel werd op 12 december 2012 voor het eerst gepubliceerd in het Argentijnse webmagazine Anfibia.