In het politieke leven in Europa zijn dit soort scènes helaas bijna dagelijkse kost. Leiders tot in de hoogste regeringskringen worden beschuldigd van corruptie, het ontbreken van ethisch besef of illegale financiering van hun partij. Deze feiten voeden het wantrouwen van de publieke opinie ten aanzien van het politieke beleid en doen afbreuk aan de democratie in Frankrijk, Italië en Spanje. En dat terwijl er over nog geen tien maanden, op 25 mei 2014, Europese verkiezingen worden gehouden.

Onderstrepen nog eens hoe verdorven en uitgeput het Italiaanse politieke systeem is

In Italië bevestigde de Italiaanse Hoge Raad op donderdag 1 augustus het vonnis van Silvio Berlusconi waardoor hij definitief is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens belastingfraude. Overigens betekent dit, als gevolg van een amnestiewet die in 2006 werd aangenomen, dat de straf van Silvio Berlusconi, die drie keer minister-president is geweest, wordt teruggebracht tot een jaar. Vanwege zijn leeftijd (76) zal hij echter niet daadwerkelijk achter de tralies verdwijnen. Maar de hem ten laste gelegde feiten – het gebruik van een systeem van nepfacturen via buitenlandse brievenbusmaatschappijen voor de aankoop van uitzendrechten voor zijn televisie-imperium Mediaset – onderstrepen nog eens hoe verdorven en uitgeput het Italiaanse politieke systeem is.

Weinig overtuigend

In Spanje, waar de monarchie wordt ondermijnd door schandalen, moest premier Rajoy op donderdag 1 augustus tegenover de parlementsleden wel een vernederende bekentenis doen. Zonder werkelijk te overtuigen ontkende de Spaanse premier alle beschuldigingen van Luis Bárcenas, de vroegere penningmeester van zijn Volkspartij (PP), over de vermeende onrechtmatige financiering van de PP. Bárcenas zit sinds eind juni vast wegens belastingfraude. Rajoy gaf toe dat hij maar één vergissing heeft begaan, namelijk het vertrouwen dat hij had gesteld in Luis Bárcenas. Met deze erkenning deed hij een poging “een einde te maken aan de afbreuk van het imago van Spanje”. De socialistische oppositie eist nu zijn ontslag. Maar het is diezelfde oppositie niet gelukt zich te herstellen na het enorme electorale verlies in november 2011, dat de val inluidde van de partij van José Louis Rodrigez Zapatero.

In Frankrijk is het beeld helaas niet veel beter, nu ook daar bijna dagelijks affaires opduiken die in verschillende gradaties en op verschillende niveaus zowel politiek links als rechts raken. De voormalige Franse minister van Begroting, Jérôme Cahuzac, loog maandenlang tegen president Hollande en de Franse burgers over het zijn Zwiterse bankrekening. Maar na zijn aftreden bekende hij het bestaan ervan en veroorzaakte daarmee een ware politieke aardverschuiving. De oud-president Nicolas Sarkozy zag zijn campagnefinanciering ongeldig verklaard door de Franse Staatsraad, omdat hij zich niet had gehouden aan de spelregels waarvoor hij garant had moeten staan. Er komen steeds meer affaires, zowel op de rechterflank in het kamp van Sarkozy, als ook op de linkerflank, waar socialistische notabelen worden beschuldigd van corruptie. Hierdoor groeit het wantrouwen bij de publieke opinie, dat na elke enquête alleen maar groter wordt, en daarmee het extreemrechtse Front National in de kaart speelt.

Groeiend wantrouwen

Europa is in crisis en doemdenken wint hier nog dagelijks aan terrein. Tegen die achtergrond bieden Italië, Spanje en Frankrijk een ontluisterend beeld voor deze democratieën. En dan hebben we het nog niet eens over Roemenië of Bulgarije.

In mei leverde een enquête van Ipsos, die in opdracht van reclamebureau Publicis onder 6.198 Europeanen werd gehouden, alarmerende resultaten op. Op de vraag wie constructieve oplossingen oppert voor de crisis noemde slechts 21 procent de Franse regering, 19 procent de Spaanse, 15 procent de Italiaanse en maar liefst 45 procent de Duitse regering. Als dit funeste politieke klimaat aanhoudt, valt te vrezen dat populistische partijen dit in mei 2014 [tijdens de Europese verkiezingen, red.] tot op de laatste druppel zullen uitmelken.