Het verstoorde evenwicht in de wereld op het gebied van handel en valuta maakt de spanningen tussen de grote economische zones en tussen de landen van een en dezelfde regio er alleen maar groter op. Tijdens de afgelopen bijeenkomst van de G20 werden de obstakels, die een coöperatieve oplossing in de weg staan, slechts benadrukt. Natuurlijk is het waarschijnlijk dat de krachtmeting tussen Amerika en China uiteindelijk uitloopt op een wapenstilstand. Wal-Mart heeft immers de fabrieken in Sjanghai nodig en Peking kan niet zonder Wall Street.

Ten opzichte van dit enorme gemarchandeer toont Europa zich machteloos, passief, gemarginaliseerd, verdeeld. In het grote internationale monetaire gevecht dient de euro als variabele die kan worden aangepast. Na de crisis in het Zuid-Europese Griekenland is de eurozone opnieuw onder druk komen te staan, nu in Noord-Europa, met de crisis in Ierland. Daarmee wordt het gevaar duidelijker dat de financiële markten mogelijk een aanval doen op een van de grote economieën van Zuid-Europa, misschien wel die van Frankrijk. Temeer omdat de Europese Unie niet in staat blijkt om een werkelijk politieke samenwerking op touw te zetten. De hoop op een verenigd Europa maakt plaats voor een multipolair Europa.

Duitsland richt zijn blik op het Oosten

Groot-Brittannië, dat geen deel uitmaakt van de eurozone, houdt zijn bewegingsvrijheid. Het land verwijdert zich steeds verder van het Europese vasteland. De daling van het Britse pond en de banden met de Commonwealth en met het Verre Oosten stellen het land in staat de Britse industrie een impuls te geven of zelfs de rol van moederschip voor de opkomende landen in Europa te spelen.

Binnen de eurozone neemt Duitsland inmiddels een centrale plaats in en richt zijn blik op het Oosten. Ons buurland ontdekt zo zijn historische invloedssfeer opnieuw. De Sovjetdreiging en de Berlijnse muur hadden tot gevolg dat Duitsland partij koos voor het Westen. Maar nu richt Duitsland zich naar het oosten en het Verre Oosten. Industrieel Duitsland, dat maar marktaandeel blijft wegkapen van andere Europese landen.

En het Duitsland waarvan de overschotten omgekeerd evenredig zijn met de tekorten van zijn buren. De landen in het oosten zijn de industriële werkplaatsen van Duitsland, Rusland is zijn goudmijn op het gebied van grondstoffen en energie, China en het Verre Oosten leveren klanten voor kapitaalgoederen.

Zuid-Europa raakt op haar beurt op drift. Spanje daalt af naar de hel na het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel, terwijl de Italiaanse industrie in de tang wordt genomen door de heftige aanvallen van de Duitse industrie en de concurrentie van opkomende landen. Wat overblijft is de ondergrondse economie…

Voorstanders waren niet voorbereid op het gebrek aan samenwerking

Frankrijk mist een coherent beleid. Het bezuinigingsbeleid pakt niet bepaald zachtzinnig uit voor het economische model dat gebaseerd is op consumptie. Op industrieel vlak heeft Frankrijk de strijd om de consumptiegoederen verloren van de opkomende landen. Franse kapitaalgoederen hebben regelmatig aanvallen te verduren van de Duitse industrie. In dat opzicht is het feit dat Alstom een markt als Eurostar aan Siemens is kwijtgeraakt veel meer dan symbolisch. In werkelijkheid vormt Duitsland een groter probleem voor Frankrijk dan China.

Europa is dus minder verenigd dan ooit. Terwijl de enige munt de hoop voedde dat de economieën naar elkaar toe zouden groeien, zijn ze juist verder uit elkaar gaan groeien. Elk land heeft zich gespecialiseerd. Deze ontwikkeling was te voorspellen. Daarvoor hoefde alleen maar te worden gewezen op de theorie van de vergelijkende voordelen.

Binnen een monetaire unie leek de specialisatie van landen normaal. Maar de voorstanders van de munteenheid waren niet voorbereid op het gebrek aan samenwerking, opportunisme van strategieën en de fragiele solidariteit.

Uiteindelijk blijkt dat nationale belangen al sinds de invoering van de euro overheersen.

En nu is het te laat om dat terug te draaien. Tien jaar verschillen op het gebied van belastingen, begrotingen, sociale premies, beloningen, industrie, innovatie, hebben hun onuitwisbare sporen achtergelaten in de economische modellen van iedere lidstaat.

Dezelfde mechanismen veroorzaakten eerder het uiteenvallen van het EMS

De weigering om een federatie te vormen verzwakt de monetaire unie alleen maar verder. De landen in Zuid-Europa, inclusief Frankrijk, hebben te maken gekregen met het dramatische probleem van overwaardering van de Europese munt en niet alleen ten opzichte van de opkomende landen! Verschillende lidstaten hebben ten opzichte van Duitsland een groot probleem met hun concurrentiepositie.

Bij nadere beschouwing blijkt dat er in 1992-1993 al een groot aantal mechanismen is ingevoerd dat het uiteenvallen van het Europees Monetair Stelsel (EMS) teweeg heeft gebracht. Als gevolg van de aanvallen op de markten hadden Italië en Spanje hun munt gedevalueerd, terwijl het Britse pond uit het EMS werd verwijderd. In een paar maanden tijd vond er een herschikking van alle valuta's plaats. Als gevolg van deze ontwikkelingen was de D-mark opgewaardeerd.

Uiteraard zijn de omstandigheden nu anders. Het Britse pond heeft zijn vrijheid behouden. Met de euro is het weerstandsvermogen veel sterker. Maar geen enkele devaluatie noch enig ander mechanisme kan ervoor zorgen dat de kwetsbare landen hun evenwicht en concurrentiepositie snel zullen hervinden. En niets houdt Duitsland tegen om te revalueren. Dat zou voor Duitsland… een fantastisch buitenkansje zijn.