De Balkanlanden worden verbonden en gescheiden door bruggen. Vier eeuwen lang stond de brug in Mostar symbool voor vreedzame samenleving tussen christenen, katholieken en orthodoxen, en moslims. De brug werd in de 16e eeuw gebouwd door de Osmanen en bleef behouden totdat hij in 1993 door Bosnische Kroaten met opzet werd verwoest. Het signaal dat daarmee werd afgegeven was duidelijk: geen eenheid op de Balkan. Een andere brug op de Balkan, die vroeger Albanezen en Serviërs van Mitrovica verenigde, staat weliswaar nog altijd overeind, maar is al jaren geblokkeerd en blijft daarmee het symbool van de verdeeldheid in Kosovo.

De brug over de rivier de Ibar scheidt het noordelijke deel van Mitrovica, dat Servisch is, van het zuidelijke, Albanese deel. Bij het vallen van de avond wordt de verlichte stad gedomineerd door de orthodoxe Servische kerk Sint Dimitri, die in 2005 op de heuvel boven de stad werd gebouwd. Het ochtendgloren is daarentegen voorbehouden aan de muezzin, die vanaf de zuidelijke oever gelovigen oproepen tot het gebed. Beide oevers van de rivier hebben de afgelopen jaren in volledig isolement doorgebracht, dat bij tijd en wijle slechts werd onderbroken door volksopstanden en provocaties.

Gedomineerd door Albanezen

Deze zomer zou wel eens van doorslaggevende betekenis kunnen worden voor Mitrovica, voor Kosovo en voor de hele Balkan. Enerzijds omdat Kroatië de 28e lidstaat van de Europese Unie is geworden. Anderzijds omdat Belgrado en Pristina na wekenlang onderhandelen een akkoord hebben weten te bereiken over de Serviërs in Kosovo. Europese leiders hebben dat op waarde weten te schatten en zijn in juni onderhandelingen met Servië gestart over toetreding en hebben Kosovo groen licht gegeven om gesprekken te beginnen over een associatieverdrag, de eerste stap naar Europese integratie.

Zij liggen al jaren aan het infuus van Servië, dat hun scholen en ziekenhuizen betaalt, de bijbehorende salarissen voor het personeel en voor politieagenten die al geruime tijd niet komen werken.

Kosovo, een vroegere provincie van Servië, wordt qua bevolkingsgroepen gedomineerd door Albanezen. Slechts 140.000 van de circa 2 miljoen inwoners zijn Serviërs. Zij liggen al jaren aan het infuus van Servië, dat hun scholen en ziekenhuizen betaalt, de bijbehorende salarissen voor het personeel en voor politieagenten die al geruime tijd niet komen werken. De Serviërs claimen historische rechten op het grondgebied van Kosovo, volgens hen de bakermat van hun natie.

De facto heeft Kosovo zich veertien jaar geleden losgemaakt van Servië en in 2008 eenzijdig zijn onafhankelijkheid uitgeroepen, hoewel die status nog altijd niet algemeen wordt erkend. Serviërs hebben deze afscheiding van de provincie nog steeds niet geaccepteerd, wat wel blijkt uit het feit dat de zin Kosovo je Srbija (“Kosovo is Servië”) in hun nieuwe grondwet is opgenomen.

Onbetaalde rekeningen voor gas en elektriciteit

In het voorjaar van 2012 maakten de premiers van Servië en Kosovo, Ivica Dačić en Hashim Thaci, in Brussel een nieuw begin met het bouwen van bruggen. De regering in Belgrado weigert nog altijd Kosovo te erkennen, maar in het nieuwe akkoord wordt de status van Serviërs in Kosovo eindelijk geregeld. Hun enclaves in het noorden van Kosovo functioneerden tot nu toe alsof ze deel uitmaakten van Servië. Doel van het akkoord is om zowel toenadering tot Pristina te bewerkstelligen als om hun een zekere mate van zelfbestuur toe te kennen, ook al blijft dat laatste nogal vaag.

Volgens de bepalingen in het akkoord moeten de Servische instellingen in Kosovo worden vervangen door nieuwe organen die rapporteren aan de regering in Pristina. Servische gemeenschappen zullen samenwerkingsverbanden aangaan en krijgen beslissingsbevoegdheid op lokaal niveau. Het akkoord voorziet bovendien in het aansluiten van de Servische justitie en politie op de staatkundige structuren in Kosovo. Voortaan kunnen Serviërs niet alleen hun politiecommandant kiezen, maar ook volksvertegenwoordigers die een gegarandeerd aantal zetels in het nationale parlement krijgen. Tot slot profiteren Servische belastingbetalers van het feit dat hun niet alleen de niet betaalde belastingen van de afgelopen jaren wordt kwijtgescholden, maar ook de onbetaalde rekeningen voor gas, water en elektriciteit.

Rondkomen dankzij steun uit Belgrado

Jarenlang weigerden de Serviërs in Kosovo ieder akkoord met de regering in Pristina, omdat ze – niet geheel onterecht – geen vertrouwen hadden in de autoriteiten. Dit wantrouwen werd alleen maar groter vanwege de vele vage punten in het akkoord. Nu zijn de zaken rondom politie en rechtspraak min of meer helder, maar de toekomst van scholen, universiteiten en de gezondheidszorg nog niet. Dankzij de steun uit Belgrado kunnen Serviërs best aardig rondkomen, terwijl de instanties in Kosovo veel lagere salarissen betalen. Een arts in een Servisch ziekenhuis in Mitrovica verdient ongeveer duizend euro per maand, terwijl het salaris in Kosovaarse ziekenhuizen vier maal lager ligt.

In de Servische enclaves is er geen sprake van een arbeidsmarkt. De enige beroepskeuze die mensen daar nog hebben is ambtenaar worden of een winkel openen.

Dit provisorische systeem dat jarenlang door Belgrado in stand is gehouden, kon natuurlijk niet eeuwig blijven duren. In de Servische enclaves is er geen sprake van een arbeidsmarkt. De enige beroepskeuze die mensen daar nog hebben is ambtenaar worden of een winkel openen. De Servische machthebbers, geconfronteerd met begrotingsproblemen, konden de status quo niet langer handhaven.

De regering in Pristina is veel optimistischer. Het Kosovaarse hoofd van de diplomatieke dienst heeft het over “onze vrienden in Belgrado” en bedoelt daarmee de Servische leiders. Hij presenteert het akkoord van Brussel als model dat andere landen op de Balkan die met elkaar in conflict zijn, zoals Bosnië en Macedonië, kan inspireren.

Maar een aantal deskundigen is sceptisch. “Het opzetten van nieuwe Servische instanties in Kosovo dreigt het land te verscheuren, net als in Bosnië”, meent Ilir Deda, directeur van het politieke bureau van Kosovo voor onderzoek en ontwikkeling.

“Serviërs zijn niet dol op de EU”

Deskundigen onderstrepen het mantra dat door Belgrado en Pristina eindeloos wordt herhaald: “We willen vooruitgang boeken, dus moeten we niet meer over het verleden praten. Maar hoe kunnen we nou over welke normalisatie dan ook praten, laat staan over verzoening, zonder af te rekenen met het verleden?", beweert een van hen.

Waarom heeft Servië dan besloten om met Kosovo te gaan onderhandelen? Het land had domweg geen andere keuze. Het was een van de voorwaarden om onderhandelingen over toetreding tot de EU te starten. Vandaag de dag is Europese integratie de enige manier om het land uit de economische en demografische malaise te trekken. Naar schatting van sociologen wonen er van de officieel ongeveer 7,2 miljoen inwoners slechts 5,2 miljoen daadwerkelijk in het land. Servië heeft bovendien 1,3 miljoen inwoners van boven de zestig, terwijl de gemiddelde leeftijd 41 jaar is. Er zijn ook meer gepensioneerden dan actieven.

“Serviërs zijn niet dol op de EU, maar ze weten dat het de enige oplossing is voor hun land”, aldus de uitleg van socioloog Srdjan Bogosavljevic. “Ze zijn realistisch genoeg en geloven niet in een snelle toetreding tot de EU en evenmin dat Europa ook maar iets zal veranderen voor hun eigen situatie. Ze kiezen voor de EU om hun kinderen daar in de toekomst van te kunnen laten profiteren.”