Luchtvaart : Boycot Ryanair en red onze waardigheid

De directeur van Ryanair, Michael O’Leary, met stewardessen bij de presentatie van de Ryanair-kalender 2012.
De directeur van Ryanair, Michael O’Leary, met stewardessen bij de presentatie van de Ryanair-kalender 2012.
9 augustus 2013 – Sydsvenskan (Malmö)

Onder leiding van zijn excentrieke oprichter maakt Ryanair de meeste vreemde sprongen om zijn concurrenten voorbij te streven. Dit bedrijfsmodel doet denken aan het de uitwassen van het kapitalisme uit de 19de eeuw en moet niet worden getolereerd, schrijft journalist Per Svensson.

Wat hebben Michael O’Leary [de baas van Ryanair] en Dagobert Duck gemeen? Ze zijn allebei miljonair. En wat onderscheidt hen? Dagobert Duck heeft zijn fortuin vergaard met zijn eigen gierigheid, en Michael O'Leary het zijne dankzij de gierigheid van anderen.

Ondanks de plannen van Michael O’Leary om staanplaatsen te creëren en toiletbezoek alleen tegen betaling mogelijk te maken, is Ryanair tegenwoordig qua aantal vluchten de grootste luchtvaartmaatschappij van Europa, met 80 miljoen passagiers per jaar. Het is ook, in weerwil van een lichte terugval in het afgelopen kwartaal, een bijzonder rendabele onderneming.

In het afgelopen boekjaar (2012-2013) heeft Ryanair een omzet behaald van 4,9 miljard euro, met een winst van iets meer dan 11 procent, ofwel 569 miljoen euro. Cijfers die je bijvoorbeeld kunt vergelijken met die van Lufthansa, dat een winst heeft gemeld van 3 procent, ofwel 990 miljoen euro, op een omzet over 2012 van 30 miljard euro. Lufthansa moet dus zes maal zo veel passagiers vervoeren als Ryanair, om nauwelijks twee maal zoveel winst te boeken. Anders gezegd: twee euro Ryanair zijn meer waard dan zes euro Lufthansa.

Passagiers worden als oud vuil behandeld

Hoe laat dit zich verklaren? “Lowest cost always wins” [de laagste kosten winnen altijd], antwoordde Michael O’Leary afgelopen najaar op een persconferentie in Göteborg. Dit is de kerndoctrine van het mondiale kapitalisme, die is gebaseerd op de gedachte dat – op een wereldmarkt – de prijs altijd vóór de kwaliteit gaat. En dat je, om minder duur te zijn dan je concurrenten, dus lagere kosten moet hebben.

De behandeling van werknemers en passagiers moet slecht genoeg zijn om de prijs van de tickets laag genoeg te laten zijn, zodat de passagiers niet alleen aanvaarden als oud vuil te worden behandeld, maar er tevens lak aan hebben dat de werknemers van de maatschappij nóg slechter worden behandeld.

Deze doelstelling kan op verschillende manieren worden verwezenlijkt. Het bedrijfsmodel van Ryanair is gebaseerd op het beginsel van het “bad enough”. De behandeling van werknemers en passagiers moet slecht genoeg zijn om de prijs van de tickets laag genoeg te laten zijn, zodat de passagiers niet alleen aanvaarden als oud vuil te worden behandeld, maar er tevens lak aan hebben dat de werknemers van de maatschappij nóg slechter worden behandeld. Het feit dat Ryanair een onderneming is die slecht omgaat met zijn personeel én met zijn passagiers is allang geen nieuws meer.

Ryanair wordt de norm

Michael O’Leary is ook op een ander punt de perfecte vertegenwoordiger van zijn tijd: hij lijkt geknipt te zijn voor een media-maatschappij die houdt van charismatische en 'tweetbare' slechteriken. Hij zorgt voortdurend voor onrust en schept er genoegen in te poseren in het gezelschap van dames in bikini.

Ryanair is noch een jonge ‘wonderonderneming’, noch een zwart schaap, noch een uitzondering die de regel bevestigt. Ryanair is de norm, of staat op het punt dat te worden; een van de meest in het oog springende voorbeelden van een enorme paradigmaverschuiving.

Uitbuiting van werknemers

Het Europese sociale model waarmee ik ben opgegroeid, en waarin de arbeidsmarkt en het economische leven worden gekenmerkt door overleg, het evenwicht der machten en de (her)verdeling van de rijkdom, is op de terugtocht. De twintigste eeuw ligt definitief achter ons. Daarvoor in de plaats zullen we binnenkort terugkeren naar de negentiende eeuw van het ‘wilde’ kapitalisme, de afwijzing van de georganiseerde arbeid, de loondumping en de uitbuiting van de werknemers. En Ryanair opent de weg.

Ik heb nog nooit met Ryanair gevlogen, en zal dat ook nooit, onder geen enkel beding, doen. Niet alleen omdat ik er de voorkeur aan geef te kunnen reizen als een beschaafd wezen, maar ook omdat ik, als liberaal, vind dat je moet proberen, voorzover mogelijk, politiek en moreel verantwoordelijk te zijn voor je manier van consumeren – om je macht als consument uit te oefenen, zogezegd.

Concurrenten worden ook meedogenlozer

Kunnen tachtig miljoen passagiers het bij het verkeerde eind hebben? Jazeker. En het verbaast me dat er niet méér zijn die hun geweten laten spreken. Voorzover ik kan nagaan, bestaat een goed deel van de passagiers van Ryanair uit jongeren die goed zijn opgeleid en gevoelig zijn voor sociale thema's. Zo zijn sommigen van hen gestopt met het eten van vlees om te protesteren tegen de bio-industrie.

Anderen, ook niet zo weinig naar mijn idee, boycotten artiesten die geen respect hebben voor vrouwen of er racistische denkbeelden op na houden. Toch reizen ze wel met Ryanair – terwijl Ryanair niet alleen zelf een schandvlek is, maar ook, louter door zijn bestaan, serieuze ondernemingen ertoe dwingt zich aan te passen aan wat “een nieuw concurrentieklimaat” wordt genoemd – anders gezegd: hen ertoe dwingt op hun beurt meedogenlozer te worden, op straffe van hun verdwijning.

‘Neanderthalisering’ van het economisch leven

Het is moeilijk te begrijpen dat iemand die zegt “links” te zijn zonder te blozen in de rij kan staan voor een loket van Ryanair.

Het is moeilijk te begrijpen dat iemand die zegt “links” te zijn zonder te blozen in de rij kan staan voor een loket van Ryanair. In de recente geschiedenis heeft geen enkele andere onderneming, direct of indirect – door haar voorbeeldfunctie – zo veel bijgedragen aan het ondermijnen van de sociale waarden die “links” zegt te willen beschermen, en die de basis vormen waarop de welvaartsstaten van West-Europa na de oorlog zijn gegrondvest: veiligheid op het werk, fatsoenlijke salarissen, wederzijdse solidariteit tussen werknemers en hun bedrijf, enzovoorts...

Waarom wordt deze vraag dan niet vaker door intellectuelen opgeworpen? Waarom is Ryanair niet het onderwerp van een grondig debat? Waarom maakt hedendaags links in Zweden zich zo weinig druk om de economie en om het gewelddadige karakter van bepaalde machtsrelaties?

Hoe kan het zijn – om concreet te worden – dat Lilla Hjärtat [een personage uit de Zweedse jeugdliteratuur dat als racistisch wordt gezien] en de verandering van een klinker in de persoonlijke voornaamwoorden [het neutrale persoonlijke voornaamwoord “hen” (het) zou het vrouwelijke “hon” (zij) en het mannelijke “han” (hij) moeten vervangen] in Zweden meer aanleiding tot discussies geven dan Michael O’Leary en de ‘neanderthalisering’ van het economisch leven?

Factual or translation error? Tell us.