Het recente rapport van Europarlementariër Rui Tavares over de situatie van de mensenrechten in Hongarije, en de manier waarop dat rapport ontvangen werd door de Hongaarse overheid, stelt de haalbaarheid van het Europese project na de val van het IJzeren Gordijn opnieuw ter discussie. Hongarije, en de recente ontwikkelingen in dat land, voldoen niet langer aan de verwachtingen van Brussel.

Hetzelfde kan gezegd worden van Roemenië of Bulgarije; van Slowakije en zijn behandeling van de Roma-bevolking; van Frankrijk vanwege dezelfde problematiek of van Groot-Brittanië door de manier waarop het land omgaat met het recht om te werken voor Roemenen en Bulgaren. En zo zijn er nog meer voorbeelden.

Het gaat er hier niet om elke onregelmatigheid of imperfectie op te sommen, maar om de observatie dat wat eens leek op de belichaming van de droom van veel Europese leiders om de zoveel tijd verwordt tot een gouvernementele neurose binnen de lidstaten zelf. Net zoals dit in Brussel gebeurt.

De teksten van de oprichtingsverdragen [van de EU] stuiten steeds vaker op een realiteit die niet langer strookt met de filosofie van een Europese Unie. De communautaire schaal waarop wetten worden gestemd zorgt voor te trage of te generalistische processen, en botst daarmee met een realiteit waarin voortdurend nieuwe modi vivendi ontstaan. Bovendien levert de naleving en toepassing van dat uitgebreide pakket aan communautaire wetten spanning op en wijkt het af van de interne politiek van de lidstaten.

Die ontoereikendheid wijst ook op het onvermogen van Brussel om de kernwaarden van het Europese project uit te dragen

Die ontoereikendheid wijst ook op het onvermogen van Brussel om de kernwaarden van het Europese project uit te dragen. Frequente peiligingen in verschillende lidstaten tonen aan hoe zwak de perceptie van de door de EU onderschreven waarden eigenlijk is. De communicatiestrategieën van het Europees Parlement en de Europese Commissie zijn niet zo doeltreffend als men zou verwachten.

De staten die tussen 2004 en 2007 tot de EU zijn toegetreden praten een andere taal dan de andere lidstaten als zij het hebben over democratie, economie, mensenrechten of transparantie. Deze noties worden nog steeds doortrokken door het beeld van de ‘barricades’ waarachter de laatste restanten van het barbaarse communisme zich verweren tegen de chaos van een onvolmaakte westerse wereld.

Onleesbaar alfabet

Wat voor velen leek op de besloten perfectie van de samenlevingen in Oost-Europa, werd plots vervangen door een nieuwe en onbegrijpelijke wereld, een onleesbaar alfabet dat vanbuiten moest en moet worden geleerd. De inspanningen waren van dezelfde grootte als die van na de val van de Muur, die Oost-Duitsland op hetzelfde ‘niveau’ moest brengen als West-Duitsland. Na een decennium van inspanningen en kolossale uitgaven, waren de resultaten alles behalve bemoedigend. Tegenwoordig maken we soms hetzelfde mee ten opzichte van de ‘nieuwe democratieën’ in Oost-Europa.

Bovendien lijkt Brussel niet goed te begrijpen dat de raison d’État van die democratieën anders ligt: tegenwoordig wordt er niet alleen van hen verwacht een staat op poten te zetten en te laten functioneren. Een staat die zich kan weerspiegelen met Brussel en die zich ook in die weerspiegeling herkent. Het door Foucault bestudeerde staatsmodel van de zeventiende en achttiende eeuw was gebaseerd op het beperken van ‘regeringsexcessen’, waarvan het operationeel instrument tegen het einde van de achttiende eeuw de economische politiek werd. Daardoor richtten alle staatsmodellen zich uiteindelijk rond de idee van welvaart. Het begrip ‘welvaartsstaat’ was na 1945 in Oost-Europa echter onbekend.

Dit grote gebrek, met een duivelse meesterlijkheid geënsceneerd, heeft onder het sociaal-communisme een vorm van regeren gecreëerd die alle menselijke instincten compleet heeft uitgehold op gebied van individuele ontplooiing, competitiedrang en verantwoordelijk voor je eigen daden.

Europa is te weinig een Europa van volkeren

Het EU-beleid moet niet alleen het hoofd bieden aan de fameuze verschillen tussen nieuwe en oude lidstaten, maar ook aan de gevolgen van het exclusieve accent op winst op korte termijn. We worden overweldigd door de waarde van werk, de nodige investeringen in opleidingen en de reglementering van de arbeidsmarkt met betrekking tot nieuwe economische verschuivingen. Stuk voor stuk fenomenen die een grotere reactiesnelheid behoeven.

En wanneer die reactie er eindelijk komt, zoals in het geval van de landbouw, de visserij of de creatieve sector, dan lokken de inspanningen om die reactie te vertalen in communautaire wetten overal in de EU onevenredigheden en sociale reacties uit.

Europa blijft te veel een Europa van regeringen en te weinig een Europa van volkeren. De Europese waarden verdienen het om opnieuw ontdekt te worden. De communicatie van die waarden binnen de EU verdient meer inzet. In de handen van overheden en gespecialiseerde instellingen zal die communicatie namelijk steeds te lijden krijgen onder een gebrek aan creativiteit. Op die manier komt Europa alsmaar verder van ons af te staan.

Alleen een creatieve visie kan het Europees project weer op de rails krijgen. Een verenigd Europa waarbinnen iedere bewoner van elke lidstaat zich persoonlijk kan ontwikkelen. Het verwezenlijken van eenvoudige doelstelling (zoals een baan, een huis, een acceptabele levensstandaard) is de enige manier om ook complexere dingen te bereiken. Alleen wanneer de regering van een staat erin slaagt elk van zijn bewoners ervan te overtuigen dat zijn of haar thuis in die staat evenwaardig is aan dat van ieder andere, op welke plek dan ook, dan alleen is het project geslaagd.