De toon is meelijwekkend en de woorden lijken wel uit een klassieke tragedie te komen: we moeten de euro redden! Het 'beest' is ziek en gaat misschien wel dood. Ze hadden nog zo gezegd: zonder een politieke unie is het niet mogelijk om een monetaire unie te creëren. In hun faustiaanse eerzucht, met hun idiote pretentie om van Europa een van de belangrijkste spelers in de wereld van de 21e eeuw te maken, hebben de eurocraten een monster voortgebracht: de eurozone.

Een zone die onhoudbaar is, het product van een politieke wil en niet van een economische realiteit. Een zone die haaks staat op de goede liberale zeden. Kortom: een zone op ontploffen staat. Als het morgen niet is, dan is het overmorgen wel dat de zone zal bezwijken door besmetting en onder het gewicht van de staats- en bankschulden van Ierland, en daarna die van Portugal en dan die van Spanje, en...

Ah! Niets helpt beter op zo’n moment dan om de Britse pers eens door te bladeren om er weer bovenop te komen. Een ochtendlijk genoegen. De schitterende en aartsconservatieve Daily Telegraph is een must: de krant verbloemt nauwelijks zijn vreugde over de slechte tijdingen die de euro treffen.

Maar ook in de Financial Times, The Economist en alles wat daartussen zit wordt ongeveer hetzelfde gezegd, al zijn de commentaren over de Ierse crisis daar wat verfijnder van aard: de gemeenschappelijke munt zal het niet volhouden, er zullen lidstaten zijn die eruit stappen. We hebben de hoofdredactionele commentaren achter ons gelaten, we zijn het wishful thinking van de commentator voorbij, we zitten midden in een ideologische oorlog.

Laten we de tegenaanval inzetten

Het luchtafweergeschut vanuit Londen is verontrustend omdat het in feite weerspiegelt wat veel spelers op de markt denken. Dus laten we het aanpakken zoals ze het zouden doen op de Debating Society van de London School of Economics: laten we de tegenaanval inzetten.

Daarbij kunnen we als eerste opmerken dat de problemen van Ierland zijn veroorzaakt door een krankzinnig economisch beleid, niet doordat het eiland lid is van de eurozone. En laten we kijken naar Groot-Brittannië: een land dat geen lid is, maar wier overheidsfinanciën er slechter aan toe zijn dan die van Frankrijk, een van de oprichters van de monetaire unie.

Maar de werkelijkheid is en blijft dat de eurozone herhaaldelijke crises doormaakt die hun oorsprong vinden in de grote schulden van de zwakste lidstaten.

Helaas zullen de markten de veerkracht van de monetaire unie blijven uittesten. Zolang hier twijfel heerst, zullen de rentepercentages voor leningen aan buitenste regio’s van de zone blijven stijgen. Moeten we hiertegen vechten? Of met andere woorden: moeten de andere lidstaten de garantie geven de zwakkere te hulp te komen – met geld van de belastingbetaler? Dat is een politieke vraag met een politiek antwoord: de euro is die strijd waard.

De Europeanen hebben geleerd van de Griekse crisis. Ze zijn nu voorzien van een dubbel reservewiel: het Europees Financieel Stabiliteitsmechanisme (EFSM, 60 miljard euro) en het Europees financieel stabiliteitsfonds (EFSF, 440 miljard euro). Daar komt de steun van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) nog bij, dat nog extra hulp kan verstrekken, tot 50% van het bedrag dat van de EU komt, in de vorm van een lening. In totaal bedragen de inzetbare fondsen 750 miljard euro. Het akkoord dat is gesloten tussen Dublin, de EU en het IMF berust op een hulppakket van 85 miljard euro. Dat laat nog wat marge over.

Azië gelooft in de euro

Als de euro slachtoffer was geweest van het wantrouwen van investeerders zou deze ingestort zijn na de Griekse crisis en nu nog verder wegzinken tijdens huidige crisis in Ierland. Dit is niet gebeurd (ook al is de koers gedaald). Hoe komt dat? Omdat de euro voor een groot deel is geslaagd. Het is de tweede wereldwijde reservevaluta: 62% van de bankreserves zijn in dollars, 27% in euro's, 4% in Britse ponden, 3% in yuans. Bij elkaar zijn dat veel mensen die belang hebben bij een gezonde Europese gemeenschappelijke munt.

Tot nu toe heeft geen enkel Aziatisch overheids – of particulier fonds zich van zijn saldo’s in euro’s ontdaan. Het opkomende Azië gelooft in de euro. Dat is de toekomst: drie of vier grote monetaire zones. ”De euro opgeven, voor een van haar lidstaten, zou een historische vergissing zijn”, beredeneert hoogleraar Jean-Hervé Lorenzi.

Inderdaad, het beheren van de euro veronderstelt het opgeven van de soevereiniteit op fiscaal gebied (Dublin wist dat), het bestrijden van structurele onevenwichtigheden binnen de zone, zoals het Duitse handelsoverschot (Berlijn zou dat moeten erkennen), het accepteren, ‘grote’ landen niet uitgesloten, van sancties die worden bepaald door de landen die zich aan de regels houden, ook al zijn dat ‘kleine’ landen (Parijs moet dat accepteren), het coördineren van de begrotingspolitiek voordat de financiële wetten worden besproken in de nationale parlementen, het op elkaar afstemmen van bankregelgevingen, etc.

Een economische stelling die onderwezen zou moeten worden op het Trinity College in Dublin: je kunt niet tegelijkertijd een Guinness drinken én het geld voor die Guinness krijgen.