Het Britse parlement had gisteren de luxe positie om langdurig te kunnen debatteren over de bewijzen van het gebruik van chemische wapens door Syrische troepen, en over de rechtsgeldigheid van een eventueel gewapende interventie. Dat is bepaald geen sinecure, en dus was het belangrijk om dit debat tijdens het zomerreces te voeren.

De uitslag van de stemming liep echter uit op een fiasco. In de eerste plaats voor premier Cameron, die zich heeft verkeken op het standpunt van zijn eigen partij. Maar het is tevens een fiasco voor Groot-Brittannië, dat hiermee breekt met een lange traditie van optreden tegen tirannie. Daarbij raakt nu de westerse alliantie verdeeld omdat de Britten zich niet langer solidair opstellen. Het drama is echter het grootst voor de Syrische bevolking nu duidelijk wordt wie in geval van nood hun vrienden zijn.

Schrale troost

Het is een schrale troost dat het besluit van de Britse regering niet betekent dat de westerse wereld helemaal niet in actie komt. Maar weinig sprekers in het Britse Lagerhuis willen de waarheid onder ogen zien. En die is dat hun stem niet kan bepalen of en wanneer het regime van president Assad valt, en een eind kan maken aan het lijden van de Syriërs. De enige westerse regering die in deze crisis mogelijk een rol van doorslaggevende betekenis kan spelen, is die van de Verenigde Staten.

Toen op opstand tegen Assad uitbrak, kon nog worden gesteld dat de VS geen strategisch belang had in de gevolgen ervan. Aan die situatie kwam een einde toen Barack Obama het gebruik van chemische wapens als grens noemde waarbij de Amerikanen hun standpunt zouden veranderen. Inmiddels is die grens meerdere malen overschreden.

Bij de eerste aanval met chemische wapens refereerde Obama nog aan 2003, toen gebrekkige informatie leidde tot militair ingrijpen in Irak. Deze keer maande hij de partijen tot geduld, en riep hij op tot meer duidelijkheid. Inmiddels is hij zich ervan bewust dat hij dit argument niet nogmaals kan gebruiken. Wanneer de VS niet adequaat reageert op de moordpartij van vorige week, waarbij in Ghouta meer dan duizend mensen omkwamen, dan loopt de geloofwaardigheid van de Amerikanen als partner van landen als Israël, Turkije, Jordanië en andere belangrijke partners in de regio, een forse, zo niet onherstelbare deuk op. Ook zou Amerika het dan moeilijk krijgen om andere kwaadwillende regimes te weerhouden van het gebruik of kopen van chemische wapens.

Contrast kan nauwelijks groter zijn

Net als in Londen is ook de oppositie in Washington meer bezorgd over de publieke opinie ten aanzien van militair ingrijpen dan over een al dan niet gezamenlijk optreden. John Boehner, leider van de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden, heeft Obama ervan beschuldigd niet voldoende te overleggen, en heeft een gedetailleerde verklaring voor eventueel militair ingrijpen geëist.

Voor de Verenigde Staten is dat eigenlijk logischer dan voor Groot-Brittannië. Dat heeft alles te maken met de grote verliezen – zowel van mensenlevens als in financiële opzicht – die het land de afgelopen twaalf jaar heeft geleden tijdens de oorlogen in Centraal-Azië en het Midden-Oosten. Het zou veel verrassender zijn wanneer zich in beide landen een politieke meerderheid zou uitspreken vóór een nieuw gewapend conflict, te meer omdat de troepen uit Irak nog maar nauwelijks weg zijn. Dat wil echter niet zeggen dat de vergelijking met Irak terecht is, en ook niet dat een interventie in Syrië verkeerd zou zijn.

Toen de Verenigde Staten met bondgenoten Irak binnenviel, was het jaren nadat Saddam Hussein chemische wapens had gebruikt. Ook het bewijs van al dan niet aanwezige chemische wapens was weinig overtuigend. Het contrast met het recente gebruik van zenuwgas in Syrië kon nauwelijks groter zijn, terwijl ook de bewijzen voor de betrokkenheid van het Syrische regeringsleger bij de aanval op Ghouta zich opstapelen.

Tijd winnen

Secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon heeft Obama met klem verzocht om de wapeninspecteurs hun werk te laten doen, alvorens een besluit te nemen over militair ingrijpen. Dat deed hij niet omdat hij gelooft dat de inspecteurs bewijzen zullen vinden die nieuw licht kunnen werpen op de schuldvraag, maar om tijd te winnen zodat een eventueel vredesproces meer kans van slagen heeft. Dat vredesproces moet inderdaad absoluut een kans krijgen, maar de weg der diplomatie heeft tot op heden in elk geval geen vrede gebracht in Syrië.

Een militaire actie om het regime van Assad te weerhouden van het verdere gebruik van chemische wapens, zou diplomatie bovendien niet uitsluiten. Een eventuele vredesmacht zou Assad zelfs aan de onderhandelingstafel kunnen dwingen. Er zijn tal van scenario’s te bedenken die nog slechter zijn, zoals een vergeldingsaanval van Irak op Israël, maar het ergste wat Amerika in dit geval kan overkomen, is dat waarschuwingen van het land niet langer serieus worden genomen.