Eigenlijk is augustus de maand waarin Italië de wereld om zich heen vergeet. De maand waarin het land zichzelf 'uit' zet. Vier weken lang vrienden, familie, strand, bars en zon. Politiek en economie? Op het televisienieuws. Maar dat is ver weg. En gelukkig kun je dat ook uitzetten. Dit jaar is alles echter anders dan anders. Want dit jaar zijn veel Italianen met een onbehaaglijk gevoel van het strand terug gekomen. Ze vermoeden dat veel dingen na de vakantie wel eens anders zouden kunnen zijn.

Zo is er bijvoorbeeld Chiara, een jonge vrouw van midden dertig. De kleine baai van Palinuro, ten zuiden van Salerno, ligt er rustig bij, de zee is blauwgroen, maar Chiara kan er niet van genieten. Zij trekt aan haar sigaret en vertelt. Dat zij voor een bouwbedrijf werkt, ergens in de buurt van Napels. Sinds zes maanden heeft zij geen salaris meer gekregen. En nu is ze bang dat ze, als van het strand thuiskomt, niet eens meer een baan heeft. Dat de firma dan helemaal verdwenen is. Bedrijfsfaillissementen tijdens de vakantie – in Italië gebeurt dat telkens weer opnieuw, maar dit jaar is het de regel geworden.

Slachtoffer van eindeloze recessie

Veel kleine ondernemingen steken al jaren in de rode cijfers, zij zijn het slachtoffer van een eindeloze recessie, die zelfs in het tweede kwartaal van dit jaar niet is geweken, hoewel het elders in Europa weer bergopwaarts is gegaan. En het ziet er niet naar uit dat het beter wordt. Integendeel, het land, dat jarenlang waardevolle tijd heeft verloren en in kringetjes is rondgedraaid om een man, zijn economische belangen, politieke machtsspelletjes en nachtelijke orgieën, komt niet tot rust.

Ook omdat de man die weigert op te stappen, het land en zijn economie nog steeds stevig in zijn greep heeft: Silvio Berlusconi, meervoudig ex-premier en veroordeeld wegens belastingfraude, heeft zijn steun voor regeringsleider Enrico Letta onlangs van het schrappen van de belasting voor het bezit van het eerste huis afhankelijk gemaakt.

Bovendien dreigt het alsnog tot een breuk in de regeringscoalitie te komen als Berlusconi na zijn veroordeling wegens belastingontduiking zijn parlementszetel wordt ontnomen. Van regeringspolitici tot economen en aandelenhandelaren op de beurs van Milaan – iedereen waarschuwt nu: als Berlusconi de jonge regeringscoalitie laat springen, zou dat “dramatische gevolgen” hebben voor de Italiaanse samenleving en de economie van het land. En ook voor de internationale financiële markten.

Nog een spook

Zo komt in de persoon van de 76-jarige Berlusconi nóg een spook terug: de angst voor de 'spreads', de renteverschillen tussen Italiaanse en Duitse staatsobligaties. Deze risicopremies voor Italiaanse staatsobligaties liepen al weken terug, totdat ze ongeveer even hoog waren als twee jaar geleden. Maar onlangs leed niet alleen de beurs in Milaan koersverlies door de politieke onrust in Rome – ook de rente op tienjarige Italiaanse staatsobligaties steeg weer, om hoger uit te komen dan die op soortgelijke Spaanse staatsobligaties.

Mocht deze trend aanhouden, dan zou Italië meer voor de uitgifte van zijn staatsobligaties moeten betalen en zouden de 'spreads' weer gaan stijgen. Het tijdstip is echter zeer ongunstig: volgens analisten zou Rome vóór het einde van het jaar nog zo'n 65 miljard euro moeten opnemen. Mocht dit voor Italië duurder worden dan gepland, dan zou dat weer gevolgen hebben voor de economie van het land – een eerste herstel van de conjunctuur zou dan onmiddellijk weer in de kiem kunnen worden gesmoord.

Veel Italiaanse ondernemingen wachten dat liever helemaal niet meer af. Ze hebben er genoeg van. Zoals lift-toeleverancier Hydronic Lift uit Pero bij Milaan, een onderneming die eigenlijk slechts drie weken de poort had willen sluiten, maar gisteren niet meer is opengegaan. Of de firma Firem in Modena, een producent van elektrische weerstanden. Toen de veertig medewerkers aan het begin van de maand hun koffers pakten, had de chef hun nog een fijne vakantie toegewenst.

Maar de fabriekshal was nog niet leeg, of hij begon met het opruimen van zijn bedrijf. Het doel van de Italiaanse reis: Polen. “Als ik de werknemers in de plannen had ingewijd om de productie naar het buitenland te verplaatsen, hadden ze mijn fabriek bezet”, zegt hij. Bovendien wil hij alleen maar overleven. Waar dan ook.

Dreiging verhuizing van Fiat

Europa's op twee na grootste economie: qua concurrentiekracht en productiviteit ver achtergebleven en op één niveau met veel Afrikaanse landen. Zo wordt Polen voor Italianen plotseling het beloofde land. De vakbonden waarschuwen: geruisloze bedrijfssluitingen zonder waarschuwing vooraf zouden “deze zomer een soort ondernemerssport” zijn geworden. De betrokkenen verdedigen zich. Te veel bureaucratie, gepaard met inefficiëntie, politieke instabiliteit, hoge belastingen en een enorme schaduweconomie. En bovendien: dreigt niet ook het grootste Italiaanse concern Fiat naar de Verenigde Staten te verhuizen?

Chiara, de jonge vrouw uit de baai van Palinuro, is eind vorige week weer naar huis gereden. Gisteren heeft zij te horen gekregen of zij nog een baan heeft.