“Griekenland had nooit mogen worden toegelaten tot de eurozone.” Met nog minder dan drie weken te gaan tot de verkiezingen op 22 september zette Angela Merkel met deze opmerking op 28 augustus zwaar geschut in. Maar naar alle waarschijnlijkheid zal de Duitse bondskanselier gewoon herkozen worden. Haar partij, de Christendemocratische Unie (CDU), zal volgens de prognoses 39 à 42 procent van de stemmen krijgen, tegen slechts 22 à 25 procent voor de sociaaldemocratische partij (SPD) van haar rivaal Peer Steinbrück.

Volgens sommige peilingen zou de CDU in combinatie met haar huidige partner, de liberale FDP, zelfs op een score van 47 procent uitkomen. In dat geval zouden deze coalitiepartijen nog eens vier jaar met elkaar kunnen regeren. Wat de scherpe uitspraken van de CDU-kandidate in werkelijkheid verraden, is een nieuwe nervositeit in de Duitse verkiezingscampagne, die tot nu toe uitblonk in eentonigheid.

De echte vijand van Angela Merkel

Door Griekenland te stigmatiseren valt Merkel niet alleen voormalig SPD-kanselier Gerhard Schröder aan, die zij ervan beschuldigt dat hij dit land in 2001 tot de eurozone heeft laten toetreden. Tijdens het televisiedebat van zondagavond riep zij bovendien in herinnering dat de SPD tijdens stemmingen in het parlement alle noodhulpplannen voor Griekenland heeft gesteund. Maar de echte vijand van Angela Merkel is momenteel niemand minder dan de nieuwe eurosceptische partij Alternatief voor Duitsland (AfD).

Deze partij, die afgelopen voorjaar is opgericht en in de opiniepeilingen 3 procent van de stemmen krijgt, is een van de grote onbekenden bij de verkiezingen op 22 september. Toen minister van Financiën Wolfgang Schäuble eind augustus het debat over Griekenland weer aanzwengelde met zijn verklaring dat er "nog een steunpakket moet komen” voor dit noodlijdende land, werd voor de AfD onverwacht een geschikte achtergrond gecreëerd om haar belangrijkste thema tegen af te zetten, namelijk splitsing van de eurozone in een noordelijk en een zuidelijk deel.

Kiezerspotentieel onderschat

De onderzoeksbureaus beginnen langzamerhand toe te geven dat de AfD weleens hoger zou kunnen eindigen dan het niveau waarop de partij momenteel in de opiniepeilingen staat. Volgens instituut Allensbach sluit 8 procent van de kiezers niet uit dat zij op deze door een econoom geleide partij zullen stemmen. “Het kiezerspotentieel voor de AfD wordt onderschat", bevestigt ook Bettina Munimus, die politieke wetenschappen doceert aan de universiteit van Kassel. "Deze partij is een toevluchtsoord voor alle conservatieve kiezers die teleurgesteld zijn in de CDU en haar Europese beleid."

Haar bewering wordt gestaafd door de demografische gegevens. Van de 62 miljoen stemgerechtigden bestaat een derde – meer dan 20 miljoen mensen – uit gepensioneerden. Volgens de Stiftung Marktwirtschaft [Stichting voor markteconomie, red.] “zullen de verkiezingen van 2013 de laatste zijn – voor de komende decennia – waarbij een meerderheid van de kiezers jonger is dan 55 jaar”.

Bejaardendemocratie

Nu de Duitse bevolking in rap tempo vergrijst, is de ´bejaardendemocratie´ waarvoor oud-bondspresident Roman Herzog in 2008 waarschuwde, niet langer een mythe, maar een realiteit. Hoewel steeds meer gepensioneerden gebukt gaan onder moeizame levensomstandigheden, geldt dit in mindere mate voor de traditionele CDU-stemmers. Zij hebben hun leven lang hard gewerkt en maakten de voorspoedige periode 1945-1975 mee, die geassocieerd wordt met de sterke Duitse mark.

Rechtse gepensioneerden, die de Frankfurter Allgemeine Zeitung en Die Welt lezen, zullen gevoeliger zijn voor de stellingen van de AfD, die veel weerklank vinden bij deze kranten. Voor hen betekenen de eurocrisis en de redding van landen als Griekenland een dubbele dreiging: voor hun spaargeld, dat aangeknaagd wordt door de lage rente, en voor de overheidsfinanciën, waaruit niet alleen hun pensioen, maar ook de rekening voor de reddingsplannen voor de crisislanden moet worden betaald.

Teleurgesteld door linkse draai CDU

De AfD, waarbij het op campagnebijeenkomsten wemelt van de grijze haardossen, is de ideale thuishaven voor deze rechtse bevolkingsgroep. Vooral als deze ook nog eens teleurgesteld is door de linkse draai die de CDU onder leiding van Angela Merkel heeft gemaakt. Het afschaffen van de dienstplicht, afbouwen van kernenergie en invoeren van een minimumloon, zoals de bondskanselier nu voorstelt: het zijn allemaal besluiten of plannen die indruisen tegen de katholieke en liberale wortels van de mede door Konrad Adenauer opgerichte partij.

De AfD, die tevens pleit voor een strenger immigratiebeleid, richt zich hoofdzakelijk op degenen die zich niet meer kunnen vinden in de nieuwe lijn van de CDU, maar sluit zich ook niet af voor linkse of zelfs extreemlinkse kiezers. “Een stem op deze nieuwe partij is voor deze mensen een manier om uiting te geven aan hun ongenoegen”, benadrukt Bettina Munimus.

Nieuwe concurrent op rechts

Overigens werkt het Duitse kiesstelsel een dergelijke stem in de hand, omdat de kiezers twee stemmen mogen uitbrengen: één op de kandidaat van hun kiesdistrict in de Bondsdag en één op de partij. In 2009 gaven veel conservatieve kiezers hun eerste stem aan de CDU-kandidaat, maar hun tweede aan de liberalen, als protest tegen de linksere koers die Angela Merkel was ingeslagen. Dat leverde de FDP toen ruim 14 procent van de stemmen op: een historisch record.

Als de eurosceptische partij boven de kiesdrempel van 5 procent uitkomt die nodig is om een zetel in de Bondsdag te krijgen – wat op zich al een enorme verrassing zou zijn -, dan kan zij het Angela Merkel nog knap lastig maken. Als de bondskanselier geen meerderheid kan vormen met de FDP, dan is zij gedwongen om met de SPD in een grote coalitie te regeren, net als tussen 2005 en 2009. Maar zelfs als de AfD tussen de 3 en 5 procent van de stemmen blijft steken, dan krijgt de CDU toch te maken met een nieuwe concurrent op rechts, die weleens een niet onbelangrijke invloed op haar Europese beleid zou kunnen krijgen.