Sommige politieke besluiten stuiten zo zeer tegen de borst dat hier mensen tegen in het geweer komen die normaal gesproken lichtjaren van elkaar verwijderd zijn wat dogmatische standpunten en waarden betreft. In de winter van 2012 gingen voor een voorgenomen hervorming van het gezondheidsstelsel activisten van ngo’s, nationalisten, anti-kapitalisten, radicalen, milieuactivisten en feministen samen de barricaden op.

Het wetsontwerp over de exploitatie van de goudmijn Roşia Montana waarvoor de regering op 27 augustus groen licht heeft gegeven, had hetzelfde effect. Vroeger liepen vooral milieuactivisten warm voor dit soort thema’s, maar Roşia Montana wekte al gauw de publieke belangstelling op. De protestbeweging die op 1 september aanving, reikt veel verder dan slechts het vraagstuk van de exploitatie van Roşia Montana – en raakt nu aan het model voor economische ontwikkeling, de manier waarop wetten tot stand komen en de democratie zelf.

Fase van bureaucratie overslaan

Nationalistische groeperingen worden gedreven door de traditionele slogan “Laten wij ons land niet verkopen!” waarmee ze de straat op gaan, rechtsliberalen door de schending van de beperkingen van de rechtsstaat en het principe van privé-eigendom en anti-kapitalisten door de privileges die aan de corporaties worden toegekend.

Hoe heeft het zover kunnen komen en waardoor is deze plotselinge mobilisatie veroorzaakt? In de eerste plaats omdat een wet veel zichtbaarder is dan eenvoudige technische adviezen. Rosia Montana Gold Corporation [RMGC, een joint-venture van het Canadese Gabriel Resources en het Roemeense staatsbedrijf Minivest, red.] wilde alles in één keer bezitten en de fase van de bureaucratie overslaan. Maar haastige spoed is zelden goed: een wetsontwerp brengt veel meer mensen op de been dan vertrouwelijke orders van een of andere minister.

Het bedrijf kan inwoners onteigenen

Dit voorrecht valt per definitie toe aan de staat, maar wordt nu dus tussen neus en lippen door overgedragen aan een particuliere onderneming.

Bovendien zijn de bepalingen van het wetsontwerp van dien aard dat zelfs degenen die doorgaans positief staan tegenover de exploitatie van Roşia Montana, woest worden. Door deze wet kan RMGC namelijk door de staat worden gemachtigd voor onteigeningsprocedures – de het bedrijf kan dus iedere inwoner onteigenen die weigert om haar zijn grond te verkopen. Dit voorrecht valt per definitie toe aan de staat, maar wordt nu dus tussen neus en lippen door overgedragen aan een particuliere onderneming.

RMGC kan zo in slechts 45 dagen na het indienen van een verzoek eigenaar worden van ieder gebouw van de Roemeense staat dat noodzakelijk is voor de exploitatie van de mijn. En als dolksteek in de rug van de rechtsstaat zijn de Roemeense autoriteiten ook nog gehouden om, in het geval waarin een vergunningsprocedure door de rechter is vernietigd, binnen dertig dagen een andere, vervangende vergunning af te geven.

RMGC pompt miljoenen in de media

De protestbeweging, die elke dag zo’n 15.000 mensen in Boekarest op de been brengt, moet door optimisme ingegeven zijn. Aangezien RMGC miljoenen in persconglomeraten heeft gepompt – waardoor zij de televisiekanalen controleert – staat de grote meerderheid van de media positief tegenover het wetsontwerp van de regering. De protesten zijn aangewakkerd door de informatie die op de sociale netwerken circuleert. De stilte op de televisiekanalen spreekt ook boekdelen, want tijdens de manifestaties werd nieuws uitgezonden over de ziekenhuisopname van zigeunerkeizer Iulian Radulescu (B1TV) en de geboorte van de kleinzoon van president Traian Băsescu (ProTV).

In een dergelijke context is het niet verbazingwekkend te noemen dat de meeste Roemenen achter het project Roşia Montana staan. Heel toevallig kwam de pers op de dag van de protesten met de resultaten van een onderzoek van Sociopol op de proppen die lieten zien dat 70 procent van de Roemenen het project Roşia Montana steunt. Manipulatie? Overdrijving? De vraag is of het er verder iets toe doet. Is een mening in een context die door tendentieuze berichtgeving wordt ondermijnd, wel relevant? Waarschijnlijk even relevant als de 99 procent van de stemmen ten gunste van de politieke leiders in autoritaire staten waar geen enkele persvrijheid is.

Pijnlijk, ontoelaatbaar en schandalig

Het feit dat degenen die in 2012 ook al van zich lieten horen, nu weer de straat op gaan, zou stof tot nadenken moeten geven aan diegenen die nog geloven in de “complottheorie”. Als het om dezelfde mensen zou gaan (die tegen een rechtse regering protesteerden), hoe zit het dan met de bewering dat het zou gaan om “mensen die door de USL [de Sociaal-Liberale Unie, de regerende centrumlinkse coalitie, red.] worden betaald”, terwijl de USL aan de macht is? Maar wie heeft er dan voor gezorgd dat de mensen gisteren de straat op gingen? Het antwoord is simpel: de hele politieke klasse.

Het is misschien pijnlijk, ontoelaatbaar en schandalig voor politici en analisten, maar we zien duidelijk de opkomst van een verschijnsel zonder weerga in onze geschiedenis van na de revolutie (1989), te weten de vorming van een ware oppositie binnen de burgermaatschappij. Enkele duizenden betogers kunnen zich nog niet meten met de honderdduizenden activisten in Frankrijk of Portugal. Maar volgens de standaarden van de Roemeense maatschappij, waarin de burger zich in een lethargische toestand bevindt, is dit al een grote stap voorwaarts.