Al vele decennia maken Amerikaanse presidenten er een gewoonte van om bij het begin van een nieuw jaar de ‘State of the Union’ op te maken. In een wervende toespraak voor het Congres worden de plannen en uitdagingen voor de volgende maanden geschetst. Om de twee of drie zinnen wordt de president onderbroken door een staande ovatie. Een ‘Mexican wave’ hebben we nog niet gezien, maar veel scheelt het niet. Tientallen miljoenen Amerikanen volgen de toespraak, die rechtstreeks door haast alle televisiestations wordt uitgezonden. Tot vele dagen nadien fileren waarnemers elk woord, elke letter, elke komma. Kranten drukken extra pagina’s.

Vandaag houdt Europees Commissievoorzitter José Manuel Barroso ook zijn ‘State of the Union’. Sinds 2010 spreekt hij bij het begin van het politieke jaar het Europees Parlement toe. Villa Politica zendt de toespraak uit, maar of het bereik veel verder zal gaan dan rust- en verzorgingstehuizen, is onzeker. Barroso speecht immers ’s ochtends, en niet in primetime, zoals dat in Amerika gebeurt. Of hij ook op andere zenders te zien is, konden we niet achterhalen. Wel kunnen we pronostikeren waar de meeste kranten hun verslag zullen brengen: in het beste geval in een klein kolommetje ergens op de buitenlandpagina’s.

We moeten daar eerlijk in zijn: de Europese ‘State of the Union’ is een flauw afkooksel van de Amerikaanse versie, zeker als we naar het gedoe errond kijken. Europa is Amerika niet.

De gebrekkige belangstelling is onterecht

Toch is die gebrekkige belangstelling onterecht. Wij zijn al veel meer Verenigde Staten van Europa dan we onszelf realiseren. Zeker, er zijn nog domeinen waar het centrale bestuur in Europa minder macht heeft dan de Amerikaanse overheid. Buitenlandse politiek, bijvoorbeeld. Als Barack Obama zou beslissen om Syrië aan te vallen, dan gebeurt dat ook. Europees President Herman Van Rompuy heeft die macht niet, al is het maar omdat hij geen leger heeft.

Maar op andere terreinen is de invloed van Brussel over de achtentwintig lidstaten groter dan de macht van Washington over de vijftig Amerikaanse staten. De voorbije jaren, door de eurocrisis, groeide de greep van Europa op de lidstaten nog.

Discussies over onze landelijke begroting worden nu volledig overschaduwd door ‘wat mag van Europa’. De regering kan met veel theater een nieuwe spoorbaas aanduiden, maar het kader waarbinnen die moet werken, ligt vast in een reeks Europese spoorpakketten. Het is ook Europese wetgeving waarin is bepaald hoe de post of de energiemarkt moeten werken. De prijs van mobiel telefoneren wordt door Europa geregeld. En dan zijn er de duizenden alledaagse dingen die Europees gereglementeerd zijn, van de definitie van choco tot en met de wijze waarop de ogen van een teddybeer moeten bevestigd worden.

Europa zet de richting uit

Er is op allerlei vlakken vandaag meer Verenigde Staten van Europa dan van Amerika

Iedereen loopt zich hier vandaag warm voor de Vlaamse en federale verkiezingen van 25 mei 2014. Journalisten zijn in hun nopjes, waarnemers kijken in de glazen bol. De strijd, zo zegt men, gaat over de positie van de N-VA, en de toekomstige organisatie van België. Over de Europese verkiezingen, die diezelfde dag gehouden worden, horen we amper iets. Er is op allerlei vlakken vandaag meer Verenigde Staten van Europa dan van Amerika, maar om een of andere reden willen we dat niet weten. Het hoe en waarom interesseert ons nog minder.

Absoluut, er zijn nog terreinen waar de nationale politiek speelruimte heeft. Maar ze worden steeds minder talrijk en de marges worden kleiner. Europa zet de richting uit, en over het algemeen heeft het Europees Parlement daar een belangrijke stem in – als het gaat over wetgeving, zelfs het laatste woord. Datzelfde parlement verkiest straks ook de voorzitter van de Europese Commissie, en beoordeelt ook elke individuele commissaris.

Wie het technische vernis van Europese dossiers krabt, ziet al gauw de principiële en ideologische keuzes die moeten gemaakt worden: over de verhouding tussen groeien en besparen, over het belang van culturele diversiteit, over sociale thema’s en liberalisering, over landbouw en ontwikkeling.

Het Europese beleid kan allerlei richtingen uit en veel hangt af van hoe dat Europees Parlement er straks uitziet. Het boeit ons minder dan de vraag of we Europese verordeningen straks federaal, dan wel confederaal gaan toepassen.

Europa nestelde zich waanzinnig diep in de grote politiek én in de dingen van alledag, maar we slagen erin om daar amper aandacht voor te hebben. Europa blijft een blinde vlek.