Bulgarije: Geluk is ook een kwestie van perceptie

17 september 2013 – 24 Chasa (Sofia)

Onlangs werd bekend dat de Bulgaren de 144e plaats innemen op de wereldgelukranglijst. Volgens een Bulgaarse antropoloog is dit nauwelijks verbazingwekkend te noemen in een land waarin materieel succes hoog wordt aangeslagen en ongelijkheden blijven bestaan.

De wereldgelukranglijst (World Happiness Report) van de Verenigde Naties is opgesteld aan de hand van een complexe onderzoeksmethodologie, te beginnen bij de definitie van geluk en de definitie van een staat. Maar de conclusies van dit onderzoek verdienen het om onder de loep genomen te worden. Er zijn een aantal in het oog springende uitkomsten. Zo zijn rijke landen het gelukkigst en in landen waar de crisis heeft toegeslagen, is de subjectieve perceptie van geluk afgenomen. Maar dat verklaart nog niet het totaalplaatje, noch waarom Bulgarije de 144e plaats van het klassement inneemt.

Een mogelijke verklaring is dat er verschillende culturele modellen bestaan om de toestand van een land te beschrijven. In de Balkanlanden, en vooral in Bulgarije, heerst een sterke klaagcultuur.

In meer ontwikkelde maatschappijen is het moeilijker om te klagen. Als je je beklaagt dat je het zo slecht hebt, dat je niet genoeg verdient of dat je niet het privéleven leidt dat je graag zou willen hebben, loop je de kans om geen werk te vinden. Om die reden ontwikkelen de mensen daar een optimistische instelling, die zelfs geforceerd aan kan doen.

De tweede belangrijke factor is het feit dat geluk geen toestand is, maar een proces. We zijn nooit gelukkig als we niet veranderen. Het is net als met fietsen: als we niet trappen, vallen we om. We moeten vooruit gaan en moeilijkheden overwinnen. Gelukkige maatschappijen hebben een doel, een plan.

Al een tijdje hebben wij geen richting meer. Misschien komt dat door de vergrijzing van de bevolking. Maar het staat als een paal boven water dat we niet meer zo goed weten waar het land heen gaat.

Gemeenschapsgevoel

Een andere factor is de definitie van geluk: het gevoel om ergens bij te horen. We moeten het gevoel hebben dat we deel uitmaken van een gemeenschap en dat we gewaardeerd worden. Wellicht scoren de Scandinavische landen met hun sterk ontwikkelde verzorgingsstaten om die reden wel hoog in het klassement. De verzorgingsstaat biedt namelijk een vorm van gemeenschapsgevoel. Deze maatschappijvorm, die in de negentiende eeuw is ontstaan, geeft het gevoel dat we rechten hebben, dat er rekening met ons wordt gehouden en dat we verzekerd zijn van onderwijs en zorg.

In Bulgarije heeft de verzorgingsstaat al heel snel het loodje gelegd.

In Bulgarije heeft de verzorgingsstaat al heel snel het loodje gelegd. Niet alleen hebben we dat project opgegeven, maar we zijn ook het kleine beetje kwijtgeraakt dat we verworven hadden. De Bulgaren hebben het gevoel van geen enkel nut te zijn.

Deze vorm van kapitalisme die in landen als het onze zijn intrede heeft gedaan, heeft natuurlijk mensen nodig. Het doel is om onze grond en onze huizen op te kopen en er iets op te bouwen. En wij worden geacht ons geluk in het buitenland te gaan beproeven.

De correlatie tussen rijkdom en geluk is ook belangrijk, en nog meer in de perceptie van het verschil tussen arm en rijk. In de Scandinavische landen worden de maatschappelijke verschillen verkleind door een sterke herverdeling van de rijkdommen. In Bulgarije is dit verschil een van de grootste ter wereld. Alleen Letland lijkt ons wat dat betreft nog te overtreffen. En deze sociale kloof wordt alleen maar groter. In Bulgarije scheppen we er genoegen in om onszelf voortdurend met anderen te vergelijken: het gras is elders altijd groener. Deze instelling voedt de ontevredenheid en roept vragen op als: ben ik wel succesvol? Moet ik de lat niet hoger leggen?

De Bulgaren mogen dan wel rijker zijn dan de burgers van een Afrikaans land, maar ondanks alles zijn ze ongelukkiger, want andere leden van de maatschappij zijn nog rijker. Deze ongelijkheid verzwakt de perceptie van geluk.

Geluk en materialisme

Geloof kan ook een rol spelen. De religieuze geest suggereert dat we op onze plaats zijn, dat alles goed gaat. Maar religie is nog maar een façade. Zij heeft geen invloed meer op de volkspsyche. Geloof biedt slechts een hypothese over ons gevoel ongelukkig te zijn.

Waarden geven namelijk richting aan ons leven en aan wat we doen.

De laatste factor is het verband tussen geluk en waarden die verder gaan dan materialisme, dat hiërarchie en ongelijkheden oplegt. Het is in feite eenvoudig om onderaan de materialistische ladder te staan. Waarden geven namelijk richting aan ons leven en aan wat we doen. Door deze orde wordt ieder van ons belangrijk. Als we iets doen voor de mensen om ons heen, krijgen we een gevoel van vervulling, net als binnen een gezin: iets doen voor je naasten geeft een gevoel van belangrijkheid en van waarde.

Maar op het niveau van de overheid en binnen de nationale economie voelen we ons onbelangrijk. Niets heeft nog zin, zelfs waarden niet. We verliezen het gevoel dat een simpele handeling gevolgen kan hebben en richting aan ons leven kan geven. We verliezen het gevoel dat we deel uitmaken van een belangrijk geheel. Daardoor bungelen we onderaan de lijst van de VN.

Wij zijn gaan geloven dat alles van geld afhangt en dat alles materieel is, terwijl uit het rapport van de Verenigde Naties blijkt dat er een direct verband bestaat tussen landen die hun traditionele waarden hebben weten te bewaren, zoals vrijgevigheid.

Factual or translation error? Tell us.