Het Europese politieke jaar 2013-2014 begint met de Duitse Bondsdagverkiezingen op zondag 22 september en eindigt met de Europese Parlementsverkiezingen op 25 mei 2014. In theorie zouden de eerste van secundair belang moeten zijn en de tweede cruciaal. Maar vanwege de typische paradoxen binnen de Europese politiek is de situatie juist omgekeerd: de Duitse verkiezingen worden beschouwd als cruciaal voor de toekomst van Europa, terwijl de Europese verkiezingen van marginaal belang zijn.

Naar verwachting zullen veel Europeanen – die sinds 1979 het recht hebben een Europees Parlement te kiezen dat zonder twijfel behoorlijk machtig is – niet de moeite nemen om in mei 2014 te gaan stemmen. (Ter herinnering: bij de vorige Europese verkiezingen, in juni 2009, bedroeg de opkomst 43 procent.) Maar waarschijnlijk zouden veel Europeanen wél gaan stemmen bij de Duitse verkiezingen als ze daartoe de kans kregen, omdat ze zich realiseren dat Duitsland belangrijk is voor hun toekomst.

Incoherentie politieke en economische grenzen

Deze hele situatie weerspiegelt de enorme gespletenheid waarop de Europese Unie berust: voor goederen, diensten, kapitaal en personen is er weliswaar sprake van vrij verkeer op een uitgestrekt grondgebied dat zich concentreert rond een gemeenschappelijke munt, maar de politiek is nog altijd georganiseerd rond een aantal nationale eenheden die uiterst versnipperd zijn en die in omvang en capaciteiten erg van elkaar verschillen.

Deze incoherentie tussen politieke en economische grenzen was voor keizer Marcus Aurelius Antoninus – beter bekend onder de naam Caracalla – reden om het burgerschap uit te breiden tot alle inwoners van het Romeinse Rijk. Het Edict van Caracalla, dat in 212 werd afgekondigd, bevat een argument dat ook nu nog actueel is: “Het is legitiem dat de grote massa niet alleen wordt onderworpen aan alle lasten, maar dat zij voortaan ook in de overwinning deelt.” Dit verband tussen de belastingen en de legitimiteit van een politiek regime is een constante in de geschiedenis die tot in onze tijd is overgedragen in de vorm van een heel simpele regel: mensen behoren te stemmen waar zij hun belasting betalen en behoren met deze belasting uitsluitend datgene te financieren waarover zij kunnen stemmen.

Hoop op nieuwe dynamiek

Het probleem binnen de huidige EU is dat de situatie precies omgekeerd is of – vanuit Duitsland bezien – een compleet nieuwe wending neemt. Zoals uit onderzoeken blijkt, verwerpt een meerderheid van de Duitsers ieder mogelijk mechanisme dat gericht is op het overnemen of onderling verdelen van schulden die andere landen zich op de hals hebben gehaald. Vandaar dat de Duitsers tot elke prijs lijken te willen dat de aanstaande verkiezingen geen ingrijpende veranderingen teweegbrengen in het huidige Europese beleid van hun regering.

Een groot deel van de Europeanen hoopt juist dat de Duitse verkiezingen een nieuwe dynamiek op gang zullen brengen

Maar een groot deel van de Europeanen hoopt juist dat de Duitse verkiezingen een nieuwe dynamiek op gang zullen brengen om de monetaire unie te voltooien, door er de elementen aan toe te voegen die nu nog ontbreken (Europese obligaties, een eigen begroting, een gemeenschappelijk mechanisme voor het beheer van bankencrises, enzovoorts). Uit onderzoek dat onlangs door de denktank Open Europe is uitgevoerd, komt naar voren dat Duitsland geen trek heeft in verdere verdieping van de Europese integratie, maar dat het ´meer Europa´ juist opvat als ´meer controle´ over de andere lidstaten.

Merkels visie op Europa is glashelder

Het komt er dus op neer dat het Duitsland dat veel mensen uit de verkiezingen zouden willen zien verrijzen, niet bestaat. Gezien de opiniepeilingen zal Angela Merkel hoe dan ook deel uitmaken van de regeringscoalitie die na de verkiezingen wordt gevormd, en haar visie op Europa, Duitsland en de euro is glashelder. Dankzij haar onbelemmerde electorale perspectieven zou de huidige bondskanselier wel wat concessies kunnen doen op bepaalde beleidsterreinen, vooral als de sociaaldemocraten of de Groenen gaan meeregeren, maar je kunt moeilijk verwachten dat deze nieuwe regering het initiatief zal nemen om de Europese verdragen te hervormen en de EU op het federale pad te brengen.

Tijdens hun recente ontmoeting kwamen Angela Merkel en de kandidaat van de sociaaldemocratische partij (SPD), Peer Steinbrück, met elkaar in aanvaring omdat Merkel de leden van deze partij ´onvoorspelbaar´ had genoemd op het gebied van Europees beleid. Maar zoals de SPD in herinnering riep, heeft Angela Merkel tijdens haar hele mandaat wetgevende steun gehad van de SPD-afgevaardigden, met name toen de meest omstreden maatregelen moesten worden aangenomen (zoals de diverse reddingsoperaties voor Griekenland of de inwerkingtreding van het zogenoemde Europees Stabiliteitsmechanisme). Die steun compenseerde soms het gebrek aan enthousiasme voor dit beleid binnen haar eigen partij.

Geen reden voor radicale ommezwaai

Hoe het ook zij, vanuit het standpunt van de bondskanselier, van haar partij en van een enorme meerderheid van volksvertegenwoordigers en burgers is het bezuinigingsbeleid dat Duitsland heeft gevoerd, niet alleen het juiste beleid, maar laat het ook positieve resultaten zien, zoals een verbetering van het concurrentievermogen en een toename van de export van de eurolanden.

Gezien de huidige context heeft Duitsland dan ook weinig – of zelfs geen enkele – reden om een radicale ommezwaai van zijn beleid te overwegen. De problemen die de Duitsers raken (zoals infrastructuur, openbare dienstverlening en pensioen), zijn binnenlandse problemen en houden niet specifiek verband met Europa. Dus terwijl de Europeanen zich opwinden over Duitsland en de Duitse verkiezingen, vervolgen de Duitsers hun weg en verwerpen ze, van tijd tot tijd, de verzoeken van degenen die hen om moed en leiderschap vragen. En daarin hebben ze in wezen geen ongelijk: als Europa problemen heeft, dan moeten die worden opgelost met de Europese verkiezingen en niet met de Duitse.