Aan de vooravond van de Duitse parlementaire verkiezingen zou een bezoeker aan Berlijn mogelijk verwachten dat er in de stad een debat zou woeden over Europa. Natuurlijk, in de straten krioelt het van de eurosceptici die hunkeren naar de terugkeer van de D-Mark en van de hartstochtelijke pro-Europeanen die een “steeds meer geïntegreerd Europa” voorstaan. Maar gek genoeg laat het onderwerp de meeste Duitsers onverschillig.

Tot nu toe heeft de verkiezingscampagne zich vooral gericht op de onthullingen over de Amerikaanse veiligheidsdiensten, de stijgende energiekosten en kinderopvang. Duitsland, dat een sleutelpositie heeft in de zoektocht naar een oplossing van de eurocrisis, lijkt niet open te staan voor een werkelijke discussie over alternatieven, waarvan er immers geen één gratis is.

Duitsland, nog nooit zo stabiel

Sinds het begin van de crisis zijn vele Europese regeringen gevallen. Daarentegen heeft Duitsland er nog nooit zo stabiel uitgezien. De Duitsers houden van Merkel. Waarom? Omdat ze weinig van hen vraagt. En omdat Merkel een nieuwe vorm van machtspolitiek uitoefent in Europa dat ik Merkiavellisme noem: een combinatie van Machiavelli en Merkel. “Is het niet beter om geliefd dan gehaat te zijn?”, vroeg Machiavelli zich af in ‘De vorst’. Zijn antwoord was dat “het het beste is om als leider tegelijkertijd geliefd en gevreesd te zijn. Mocht dit niet samengaan, dan liever gevreesd dan geliefd”.

Merkiavelli past dit principe op een nieuwe manier toe. Ze wordt gevreesd in het buitenland en thuis geliefd – misschien wel omdat ze andere landen heeft geleerd dat ze voor haar moeten oppassen. Grof neoliberalisme voor de buitenwereld en thuis eensgezindheid met een sociaaldemocratische ondertoon: dat is de succesvolle formule die Merkiavelli heeft geholpen voortdurend haar eigen machtspositie en ook die van Duitsland te versterken.

Zeldzame overeenstemming

Er is een opvallende tegenstrijdigheid tussen de positie van de machthebbende elites en die van de politieke partijen. In de meeste Europese landen bestaan sterke eurosceptische bewegingen en partijen die de gestaag groeiende ongeruste burgerij een stem geven. Voor hen is het bezuinigingsbeleid dat door hun regeringen wordt opgelegd verschrikkelijk onrechtvaardig. Zij hebben het laatste greintje hoop en geloof in de nationale en Europese politieke systemen verloren.

Ook dit is niet het geval in Duitsland. Hier vinden we een zeldzame overeenstemming. De twee oppositiepartijen, de sociaaldemocraten en de Groenen, mogen dan wel vraagtekens zetten bij de uitwerking van Merkels bezuinigingsprogramma’s, maar zij hebben in het parlement altijd met haar beleid ingestemd. Twee partijen uit Merkels regering, de Beierse CSU en de liberale FDP, staan echter opvallend ver van de stellingnames van hun eigen regering en zijn veel minder enthousiast over de Europese betrokkenheid om Griekenland te redden. Dit heeft ertoe geleid dat er in het Duitse debat over de eurozonecrisis geen oppositie in het parlement is.

Droom en poëzie

Ondertussen wordt in de echte wereld het hoogtepunt van de Europese crisis bereikt en moet Duitsland een historische beslissing nemen.

Ondertussen wordt in de echte wereld het hoogtepunt van de Europese crisis bereikt en moet Duitsland een historische beslissing nemen. Het moet óf proberen om de droom en de poëzie van een politiek Europa in de verbeelding van het volk nieuw leven in te blazen óf het moet bij zijn beleid blijven van doormodderen en twijfel gebruiken als dwangmiddel – tot de dood van de euro daarop volgt. Duitsland is echter veel te machtig geworden om zich de luxe van besluiteloosheid en laksheid te kunnen veroorloven. Maar Duitsland slaapwandelt op zijn eigen speciale pad. Zoals Jürgen Habermas het al zei: “Duitsland danst niet. Het ligt te slapen op de vulkaan.”

En dan is er nog de laatste paradox: zelfs als Duitsland ligt te slapen op de vulkaan en zelfs als er geen discussie plaatsvindt op momenten dat er beslissingen moeten worden genomen, de meest waarschijnlijke uitkomst van de verkiezingen zal in het voordeel van een volgende stap richting een politieke EU zijn. De reden daarvoor is dat waarschijnlijk Merkel, voor de derde keer, zal terugkeren als bondskanselier. Onder haar bewind verwacht ik dat er een geruisloze draai richting een beleid van ‘meer Europa’ zal plaatsvinden: het wijzigen van posities is een belangrijk element van Merkiavelli’s machtspolitiek. En het redden van de euro en de EU is goed voor het geschiedenisboek.

Banger voor een laks Duitsland

In het onwaarschijnlijke geval dat Merkel niet zal worden herkozen, zal een rood-groene regering het initiatief nemen – samen met Frankrijk, Italië, Spanje, Polen, enzovoorts- om de ontwerpfouten van de Europese monetaire unie te herstellen. Dan zal ook de volgende stap in het voltooien van de politieke unie worden gezet. Daarmee zal een situatie ontstaan waarin Merkel, in de oppositie, het informele deel van een “grote coalitie” zal vormen.

In de regeringen, in de straten van Europa en in de wandelgangen van Brussel wacht iedereen op wat er gaat gebeuren in Berlijn.

Laten we de Duitse verkiezingen eens bekijken door de ogen van de buitenstaander. In de regeringen, in de straten van Europa en in de wandelgangen van Brussel wacht iedereen op wat er gaat gebeuren in Berlijn. “Ik ben waarschijnlijk de eerste Poolse minister van Buitenlandse Zaken in de geschiedenis die het zegt”, verklaarde Radek Sikorski in 2011, “Maar ik ben minder bang voor Duitslands macht dan voor Duitslands laksheid.”

Vanaf 23 september, de dag na de verkiezingen, zal de vraag in het centrum van de Duitse en Europese politiek zijn: wat voor soort Europa willen wij en hoe krijgen we dat voor elkaar? Laten we hopen dat het ein anderes Europa, een ander (kosmopolitisch) Europa, zal zijn dat voor zichzelf kan opkomen in een wereld in gevaar en niet eine Deutsche Bundesrepublik Europa, een Duitse federale republiek van Europa.