De moord op Pavlos, die de publieke opinie heeft geschokt en de criminele aard laat zien – als dat nog nodig was – van de neonazistische organisatie, maakt deel uit van een uitgekiende strategie. De partij is namelijk geënt op nostalgie naar de periode van de dictatuur van de Kolonels en probeert sinds enkele maanden terreur te zaaien en terrein te winnen in de buitenwijken van Piraeus. Deze bestaan uit oude arbeiderswijken en bastions van vakbonden die nu zwaar getroffen zijn door de ineenstorting van de scheepsindustrie en de economische crisis. In Keratsini, Nikaia en Perama, drie naburige gemeenten waar de werkloosheid boven de veertig procent ligt, had de meerderheid van de bevolking een baan in de scheepswerven of in de metaalindustrie.

De communistische vakbondsvereniging PAME hield de vinger aan de pols op het gebied van de werkgelegenheid en verkeerde in een machtige positie om een lans te breken voor de arbeiders en hun arbeidsvoorwaarden. Op de scheepswerven verdiende men 100 euro per dag en er was altijd werk bij de vleet. Maar eind 2008 veranderde alles. Werkgevers begonnen werk te outsourcen naar Turkije, Cyprus en China. Dagen met werk kwamen steeds sporadischer voor en de vakbond zette alles op alles om de salarisniveaus en de arbeidsvoorwaarden te handhaven, maar slaagde er niet in om met de werkgevers een akkoord te sluiten over een verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomsten. De meeste arbeiders verloren al snel hun baan.

Wanhoop en frustratie

Werkloze arbeiders krijgen na één jaar schadevergoeding geen enkele steun meer en komen ook niet in aanmerking voor een sociale uitkering.

Vier jaar later wordt voor een schaarse dag werk op de scheepswerven nog maar de helft betaald en meerdere staalondernemingen hebben de deuren al moeten sluiten. Werkloze arbeiders krijgen na één jaar schadevergoeding geen enkele steun meer en komen ook niet in aanmerking voor een sociale uitkering. “Velen houden de vakbonden verantwoordelijk voor deze situatie en na hen de communistische partij”, vertelt Takis Karayanakis, voormalig arbeider op de werven van Perama en voormalig vakbondsleider. De Gouden Dageraadpartij, met haar felle anticommunistische betoog en afwijzing van het politieke systeem, “geeft uiting aan de wanhoop en frustratie van mensen die alles verloren hebben”.

De partij geeft simplistische voorstellingen van zaken en schermt met beloften: “Het is de schuld van de immigranten”, “wij gaan jullie werk bezorgen”, en ga zo maar door. De voedingsbodem is vruchtbaar: veel kiezers hebben door de crisis iedere politieke betrokkenheid verloren, net als Dimitris Karavas, inwoner van Keratsini: “Ik en mijn familie hebben altijd gestemd op de [centrumrechtse] Nieuwe Democratiepartij. Maar vandaag staan we nergens meer in het politieke spectrum.” Deze taxichauffeur zegt 14 uur per dag te werken om op zijn best 20 euro binnen te halen. “Je moet je het hoofd niet op hol laten brengen. Dat is niet makkelijk, want ik begrijp de verleiding van de mensen om op Gouden Dageraad te gaan stemmen.” Zelf gaf hij er bij de laatste verkiezingen de voorkeur aan om maar helemaal niet te gaan stemmen.

“Gouden Dageraad is onze laatste strohalm”

Beetje bij beetje krijgt Gouden Dageraad voet aan de grond. Afgelopen winter zijn diens troepen binnengevallen in het bijkantoor van de NGO Artsen zonder Grenzen in Perama waarbij ze de uitzetting van immigranten eiste. In de gemeente is een handjevol cafés en tankstations getransformeerd tot uitvalsbases van de organisatie: Griekse vlaggen en gespierde mannen in zwarte kleding laten geen enkele ruimte meer bestaan voor twijfel.

De partij financiert de kosten van advocaten. “Gouden Dageraad is onze laatste strohalm”, laat Tassos, een werkloze arbeider, weten voor een café. Een criminele organisatie die in staat is om een man te doden? “En wat dan nog? Tegenwoordig komen mensen om van de honger en daar wordt met geen woord over gerept…”, zegt de man met onverholen woede. Net als de andere mensen die die ochtend aanwezig zijn in een café in de ‘zone’, de scheepswerf van Perama, heeft hij maar één wens: “Samaras en Vénizelos aan de hoogste boom opgeknoopt zien”, de minister-president (Nieuwe Democratiepartij) en de nummer twee van de regering (Pasok). Hij wil geen woord meer horen over die twee partijen die Griekenland de afgelopen veertig jaar om beurten hebben geregeerd.

Gouden Dageraad heeft zich zonder scrupules gestort in een krachtmeting met de historische vakbonden van de scheepsindustrie.

Gouden Dageraad heeft zich zonder scrupules gestort in een krachtmeting met de historische vakbonden van de scheepsindustrie. Tien dagen geleden, toen de vakbondsleden van PAME bezig waren met het aanplakken van posters in de buurt van de ‘zone’, kwam een veertigtal leden van Gouden Dageraad uit de omliggende straten tevoorschijn, gekleed in hun zwarte uniform en gewapend met knuppels. Negen vakbondsleden raakten gewond.

De ‘slag om de straat’

In Piraeus begon Gouden Dageraad in het begin van 2012 in de publieke ruimte te verschijnen met rondes in het stadscentrum van een twintigtal leden van de partij op zaterdag- of zondagmiddag. Hun aanwezigheid werd steeds agressiever naarmate het land dichterbij vervroegde parlementsverkiezingen kwam. Tot twee maal toe hebben neonazi’s antifascistische militanten omsingeld en in elkaar geslagen.

“Er zijn steeds meer uitbarstingen van agressie die rechtstreeks tegen linkse mensen zijn gericht”, meent Dimitris Kousouris, inwoner van Piraeus. “Die vinden plaats in volks- en arbeiderswijken waar de neonazipartij heeft besloten om de ‘slag om de straat’ te winnen, zoals ze het zelf zeggen. Het lijdt geen twijfel dat het hun missie is om alles wat er nog over is van de georganiseerde arbeidersbeweging kort en klein te slaan”.

Afghanen en Pakistanen zijn de klos

Dimitris Kousouris, historicus en gespecialiseerd in het Griekenland van de jaren veertig van de vorige eeuw, is vijftien jaar geleden als student en vakbondsleider zelf ook het slachtoffer geworden van agressie door een lid van Gouden Dageraad. De organisatie was toen nog maar een splintergroepering die het gemunt had op linkse sympathisanten in de faculteiten. Gouden Dageraad is zich vervolgens steeds vaker gaan richten op immigranten: eerst moesten Albanezen het ontgelden en vervolgens waren met name Afghanen en Pakistanen de klos. En drie jaar geleden begon de extreemrechtse partij te infiltreren in een arme wijk ten noorden van het centrum van Athene (Aghios Pantéléïmonas) waarbij zij zich schuldig maakte aan geweldpleging met racistische motieven waarbij de politie een oogje toekneep en hier zelfs bij betrokken was.

Takis heeft samen met andere linkse militanten in Perama een collectief voor wederzijdse hulp opgericht dat voedsel uitdeelt, huiswerkhulp door vrijwilligers aanbiedt en acties op touw zet om te protesteren tegen bezuinigingsmaatregelen. Iedere week komen de leden van dit collectief bijeen om te vergaderen, waar ze permanent met hun neus op de opmars van Gouden Dageraad worden gedrukt. Sommige werkloze arbeiders staan al heel snel klaar met racistische uitlatingen. De afgelopen maanden hebben meerdere mensen het collectief al verlaten om zich aan te sluiten bij Gouden Dageraad.

“We hebben momenteel te maken met een soort burgeroorlog in het klein”, analyseert de historicus Dimitris Kousouris. “Die is mogelijk geworden door een vorm van collectief geheugenverlies en de wanhoop van de mensen. Beide aspecten hebben ervoor gezorgd dat het fascistische beest, dat aan het sluimeren was, wakker is geworden.”