Eerlijk gezegd vrees ik de dag dat de trojka niet langer naar Lissabon afreist om onze rekeningen te controleren, om ons te herinneren aan de gedane beloftes en om ons haar cheques te overhandigen. En die angst grijpt mij nog meer naar de keel als ik zie wat de kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen [die op 29 september zijn gehouden, red.] op hun affiches beloven: gratis schoolboeken, gratis medicijnen, gratis bejaardentehuizen, gratis vaccinatie, enzovoort.

Er heerst een ware obsessie voor regelingen van gratis producten die 'onmiddellijk' moet ingaan. Het toppunt hiervan is wel de beloofde oprichting van een ninjaschool (gratis, uiteraard) om de onveiligheid in een noordelijke stad [Vila Nova de Gaia, red.] aan te pakken, en – ergens in het zuiden – de al even misleidende garantie van gemeentelijke programma's ter bestrijding van de werkloosheid.

‘Gratis, nú’

We weten echter dat deze lokale overheden altijd maar méér willen uitgeven en geen afstand willen doen van hun complexe bureaucratieën. Daarom zullen deze programma's ofwel op niets uitlopen, ofwel – en dat zou te betreuren zijn – tot nieuwe, extra banen leiden binnen deze overheden zelf of bij gemeentelijke bedrijven. Nog afgezien van de overige averechtse effecten, was juist deze praktijk in hoge mate verantwoordelijk voor het verzoek om financiële noodhulp dat Portugal in 2011 aan de trojka moest doen.

Mijn angst neemt nog verder toe als ik António José Seguro [leider van de socialistische partij (PS), red.] hoor zeggen dat hij niet instemt met extra bezuinigingen – zonder uit te leggen dat dit alleen mogelijk is door de belastingen nog meer te verhogen -, en als ik merk hoe gretig de PSD en de CDS [centrumrechtse coalitie, red.] zijn om het juk van de externe controle van zich af te werpen, zodat ze onmiddellijk ruim baan kunnen geven aan nieuwe beloften van het kaliber 'gratis, nú'.

Dankbaarheid verschuldigd aan geldschieters

Ik ben in de jaren zestig in Portugal geboren. Ik maak dus nu al voor de derde keer mee dat mijn land buitenlandse steun krijgt, en daarom denk ik dat mijn generatie vooral dankbaarheid verschuldigd is aan de geldschieters die – in 1977, in 1983 en in 2011 – bereid waren om hier hun geld te beleggen. Welke verstandige mensen hadden in Portugal een gezin willen stichten als deze externe hulp er niet was geweest? Natuurlijk, we moeten er rente voor betalen, maar die is heel wat lager dan wanneer wij niet dit protectoraat waren dat [vicepremier, red.] Paulo Portas zo verafschuwt en wanneer onze politieke leiders de hele wereld moesten doorkruisen op zoek naar degenen die ons het meeste geld zouden willen lenen.

Ik vrees de dag waarop Portugal – daadwerkelijk – geen protectoraat meer zal zijn en waarop deze politieke leiders opnieuw de werkwoorden 'geven' en 'investeren' zullen bezigen (als ze zo graag willen investeren, waarom doen ze dat dan niet met hun eigen geld en zetten ze geen bedrijf op?), in het kader van deze grote verlakkerij die ze betitelen als het 'positieve discours' over het land. Er zijn dingen die, als je ze telkens weer meemaakt, grotesk worden.

Want het is meer dan zeker dat er binnenkort iemand opstaat die Portugal – net als in 2009 – in een vlucht naar voren zal storten, die dan zal worden gepresenteerd als voortvarendheid en innovatief [verwijzing naar voormalig premier José Sócrates, red.]. Verder zullen de corporatisten – die opkomen voor hun persoonlijke en zakelijke privileges – gegarandeerd verklaren dat het land nóg meer bezuinigingen niet aankan als deze bezuinigingen niet worden opgelegd door de schuldeisers, maar door de puinhopen waarin wij terecht zijn gekomen door ons streven om de corporaties te beschermen, doordat de staat zich als partner opstelde van de particuliere sector, en door rechten die weliswaar op papier verworven zijn, maar die de schatkist niet langer kan waarborgen.

Tot drie keer toe aan de bedelstaf

En dan hebben we tot slot nog die minkukels met hun verhalen over de grote mannen uit het verleden, de grote politici van vroeger, uit de goeie oude tijd toen er nog leiders waren… Leiders die ons met hun grootsheid, hun wijsheid en hun nobele principes tot drie keer toe aan de bedelstaf brachten in amper 35 jaar, maar die nog altijd liever de schuld leggen bij de geldschieters – terwijl ze geen oog hebben voor de fondsen die deze hier inbrengen – dan bij zichzelf.

Na drie interventies van buitenaf ben ik er niet alleen zeker van dat de trojka zal terugkeren, maar ook dat zij Portugal dan in veel slechtere omstandigheden zal aantreffen. Want iedere keer als wij tot het statuut van protectoraat vervallen, nemen wij niet ons slechte beleid onder de loep, maar bijten wij ons juist vast in de onweerstaanbare drang om alle fouten die ons tot bedelaars hebben gemaakt, te herhalen.

Dus als ik net zolang leef als de statistieken me beloven, dan zal ik zonder twijfel nog meer trojka’s in Lissabon zien aankomen. En in de tijd tussen hun komst zullen allerlei vormen van volksverlakkerij welig tieren.