De Syrische vluchtelingen in Calais hebben geen dak meer boven hun hoofd. Het pand dat ze gekraakt hadden, is op 5 september ontruimd omdat het onveilig was en onbewoonbaar was verklaard, legt de prefectuur uit. Sindsdien dwalen ze in kleine groepjes door de straten. De politie oefent een niet-aflatende druk uit om te voorkomen dat ze opnieuw hun intrek nemen in een verlaten gebouw. Het wordt hen onmogelijk gemaakt om ergens uit te rusten of hun persoonlijke bezittingen te stallen. “Ze glijden af naar een zwervend bestaan”, zegt Cécile Bossy, coördinatrice van de afdeling kustmigranten van Artsen zonder Grenzen. Deze ngo heeft samen met vijf andere organisaties een oproep gedaan tot een betere opvang van Syrische vluchtelingen in Frankrijk.

Op de avond voor de uitzetting ontmoet ik Youssef, een 25-jarige student Engels. Hij kon zijn boosheid niet onder stoelen of banken steken. “Wij redden ons hier zonder hulp van wie dan ook. Er is geen water, er is geen toilet, het is een smerige teringzooi hier, maar we hebben tenminste een dak boven ons hoofd. Waarom willen ze ons er dan uitgooien?”

Ze doen de afwas boven een riool. Op de afrastering waarmee het verlaten industrieterrein is omgeven, liggen sokken te drogen. Het is een hachelijke, maar georganiseerde situatie in dit voormalige groothandelsmagazijn dat zich op een steenworp afstand van de haven van Calais bevindt. Iedereen noemt het de ‘Beer House’ vanwege de tonnen bierblikjes die er waren achtergelaten. De houdbaarheidsdatum was al sinds 2007 verstreken, maar de hele buurt kwam zich tegoed doen aan dit geschenk uit de hemel.

Beschimmeld prefabgebouw

Nu is er een muur opgetrokken rond de grote hangar waarin ruim honderd Soedanezen een onderkomen hadden gevonden. De twintig Syriërs die zich er ook bevonden, hielden zich liever apart op in een oud, beschimmeld prefabgebouw er pal naast. Op een zijmuur hebben ze een Engelse vlag geschilderd, alsof ze op die manier nooit zouden vergeten wat het doel van hun reis was. Binnen is de vloer van de drie kamers bedekt met campingmatrasjes en dekens. Maar de gastvrijheid staat er hoog in het vaandel, met name het delen van een geïmproviseerde maaltijd met een handjevol bezoekers, journalisten en activisten van de No Border-beweging, vrijwilligers van de vereniging La Marmite aux idées en leden van Artsen zonder Grenzen. Er zijn olijven, kwark en tonijn in olie.

De stem van Youssef breekt pas als hem wordt gevraagd of hij iets weet over zijn ouders en zijn broers en zussen die nog steeds in Syrië verblijven.

Ze halen hun schouders op bij de vraag wat ze vinden van een strafexpeditie tegen het Syrische regime. Ze geloven er niet in en daar hebben ze groot gelijk in. “De Europeanen leunen al heel lang achterover. De hoop is vervlogen.” Fatalistische uitspraken. De stem van Youssef breekt pas als hem wordt gevraagd of hij iets weet over zijn ouders en zijn broers en zussen die nog steeds in Syrië verblijven. Maar hij heeft geen nieuws. Ze zijn naar een dorpje gevlucht dat veiliger was, vertelt hij. Hij is zelf al zes maanden onderweg.

7500 dollar om in Frankrijk te komen

De Syrische vluchtelingen die zich in Calais ophouden, zijn tussen de dertig en vijftig jaar oud en proberen permanent om het kanaal over te steken. “Ze zijn in de winter gearriveerd”, vertelt Philippe Wannesson, van de vereniging La Marmite aux idées. Er komt een regelmatige stroom vluchtelingen aan afkomstig uit Damascus, Homs en Daraa dichtbij de Israëlische grens. “Het zijn mensen die net genoeg geld op zak hebben om tot hier te komen.” Youssef heeft 7500 dollar (ongeveer 5500 euro) betaald om in Frankrijk te komen. De oversteek naar Engeland kost tussen de 1000 en 2000 euro. De 30-jarige huisschilder Hassan mengt zich in het gesprek. Toen zijn huis was verwoest door een raketaanval, besloot hij om zijn biezen te pakken. De robuuste kerel laat graag zijn grijzende slapen zien: “Die grijze haren heb ik gekregen van Bashar”, buldert hij in het Arabisch. Zijn kameraden vertalen het in slecht Engels. Hij is er al zeventig dagen en iedere avond probeert hij zijn kans te grijpen. Hij is de tel kwijtgeraakt van het aantal keren dat hij door de grenspolitie in de kraag is gevat – al minstens twintig keer, zegt hij.

Hachelijke omstandigheden

Steeds werd hij weer vrijgelaten, want hij kan niet worden teruggestuurd naar zijn land dat in oorlog is. Op de vraag of hij dan geen asiel wil aanvragen in Frankrijk, schudt hij het hoofd. Hij ziet hoe het de Soedanezen vergaat. Velen hebben een asielaanvraag ingediend en normaal gesproken krijgen ze dan recht op een plaats in een opvangcentrum voor asielzoekers. Maar er zijn niet genoeg bedden en ze leven onder dezelfde hachelijke omstandigheden als de rest.

“Twee jaar procederen, daar bedanken ze voor. Ze hebben over het algemeen een gezin dat ze over willen laten komen”, merkt Philippe Wannesson op. “Degenen die erin slagen om Calais te bereiken en zien hoe het er hier aan toe gaat, blijven niet in Frankrijk.” In Engeland krijgen vluchtelingen meteen onderdak. In Zweden is de situatie nog beter: “Dat land heeft zojuist besloten om iedere Syriër die asiel aanvraagt, de status van vluchteling te geven en een voorlopige verblijfsvergunning van drie jaar”, legt Philippe Wannesson uit. Bovendien hebben ze de mogelijkheid van gezinshereniging. Dus geef Youssef eens ongelijk met zijn hartenkreet: “Overal in Europa is het beter dan in Frankrijk”.

De voornamen in dit artikel zijn gefingeerd