Ieder mens kent het soort gevoelens als ik rondom mijn dorp Jorwerd heb, al heeft het woord in bijna elke taal een andere lading, van het knusse ‘home’, het trotse ‘lieu’ tot het beladen ‘heimat’. We doelen op hetzelfde: de plaats waar we ons thuis voelen. ‘Ruimte’ staat daarentegen voor dynamiek, voor mogelijkheden, maar ook voor de risico’s en de wanorde die onvermijdelijk is bij het bewandelen van nieuwe, ongebaande wegen.

Plaats en ruimte, ‘place et espace’, het was ooit een belangrijk thema van de Franse denker Michel de Certeau, later uitgediept door de Europese denker – tevens voorzitter van de Europese Raad – Herman Van Rompuy. Europa was en is bij uitstek de ruimte, met zijn streven naar vrij verkeer van goederen, kapitaal, personen en diensten, met het opheffen van grenzen, met het scheppen van nieuwe kansen, met de onrust en de risico’s die daar ook bij horen.

Duivelse, bloedige zwakte

De spanning tussen plaats en ruimte kent Europa al eeuwenlang. In Europa kun je binnen een dag door zeker vier totaal verschillende taal- en cultuurgebieden rijden. Die enorme verscheidenheid was vanouds onze kracht, en tegelijk was die variëteit en rivaliteit onze eeuwige, duivelse, bloedige zwakte.

U kent het verhaal: om aan dat Europese noodlot te ontsnappen, is vanaf 1951, met de oprichting van de Europese Kolen- en Staalgemeenschap, een historisch experiment van bovennationaal bestuur in gang gezet. En inderdaad, gedurende zeker vijf decennia was het Europese project zeer succesvol. Dat is het in veel opzichten nog altijd, vergeet dat nooit – praat bijvoorbeeld maar eens met de Polen, de Esten of de andere voormalige Oost-Europeanen. Maar elders razen sinds 2010 de stormen en de veenbranden, het einde daarvan is nog niet in zicht, en als de Unie ooit uit deze crisis tevoorschijn zal komen, dan zal het een zwaar gehavende Unie zijn.

Onze Europese verwevenheid gaat nu zo ver en zo diep dat de lidstaten op allerlei manieren gedwongen zijn om zich met elkaars interne politiek en levenshouding te bemoeien. Het is nu vooral de interne zwakte van sommige lidstaten die de Unie zo nu en dan bijna tot de [rand van de afgrond brengt]. Maar hoe kun je vanuit de ‘ruimte’ invloed uitoefenen op de ‘plaats’?

Cliëntelisme en patronage

Kun je, bijvoorbeeld, de totaal verstoorde verhouding tussen staat en privé in de voormalige Oostbloklanden als bij toverslag laten verdwijnen? En geldt dat niet nog sterker voor de diepgewortelde tradities van cliëntelisme en patronage in de meeste Zuid-Europese landen? Anders gezegd: geeft die Europese mix van vermaningen, subsidies, inhoudingen en zelden opgelegde boetes eigenlijk wel enige greep op het fenomeen ‘plaats’? Zeker als je, zoals in Griekenland, een economie denkt te kunnen moderniseren door voornamelijk af te knijpen en te bezuinigen, en je de slachtoffers zo juist weer helemaal afhankelijk maakt van de patronage van vrienden en familie?

En wat doen we met de hier alom gepropageerde schuldmoraal, de moraal van straffen en bezuinigen die de afgelopen jaren de toon zette in het Duitse en Nederlandse publieke denken, de moraal die onze regeringspartijen nog altijd in zelfvoldane stompzinnigheid omhelzen, maar die in de rest van de wereld – inclusief het IMF – met verbijstering wordt gadegeslagen omdat hij elk herstel van de eurozone vertraagt, zo niet blokkeert?

De prijs die voor dit alles zal worden betaald is hoog, vooral in het zuiden. Dat weten we allemaal, ook hier in het noorden, al hoor je daar slechts zelden een Nederlandse politicus over. En ik zwijg dan nog over de enorme morele prijs, over een opgroeiende generatie waarvan het vertrouwen is kapotgeslagen.

Integratie, tenminste in Brussel

Welke invloed heeft dit alles op onze Europese ‘ruimte’? En op de verhouding ‘ruimte’ en ‘plaats’ binnen dat geteisterde Europa, op de verhouding tussen Jorwerd en Brussel?

We hebben de afgelopen vijf jaar te maken gehad met twee grote vertrouwenscrises: een bankencrisis in 2008 en 2009, en vervolgns, vanaf begin 2010, een monetaire crisis die sinds vorig jaar in wat rustiger vaarwater terecht is gekomen maar die nog steeds niet is uitgewoed.

Als we kijken naar de gevolgen op Brussels niveau, dan hebben de instellingen van de Unie deze calamiteiten eigenlijk verbluffend goed doorstaan en er zijn maatregelen genomen en structuren geschapen die tot voor kort voor vrijwel onmogelijk werden gehouden, Het meest vitale sluitstuk op dit moment, de Europese bankenunie, zit weliswaar nog steeds niet op haar plaats. Maar al met al heeft de crisis geleid tot een veel grotere mate van integratie. Tenminste, daar in Brussel.

Heel anders is het gesteld met de wereld daarbuiten. Daar is in toenemende mate een omgekeerd proces in gang gezet, een proces van desintegratie. Bijvoorbeeld in de euro-economie: een Italiaanse ondernemer betaalt tegenwoordig gemiddeld tweemaal zoveel rente als een Duitse. Voor onze ogen zien we een Europa van twee, drie en misschien nog meer snelheden ontstaan.

Machtsverhoudingen uit balans

Die desintegratie is ook duidelijk zichtbaar in het Europese politieke debat: de meningsverschillen over de aanpak van de crisis raken de essentie van de verschillende politieke en economische culturen. Zo snappen de Fransen en Italianen, die hun schulden altijd hebben laten verdampen door devaluatie, niets van de Duitse oerangst voor inflatie.

Door dit alles raken de Europese machtsverhoudingen eveneens uit balans: de motor van de Europese eenwording, de as Parijs-Berlijn, hapert steeds meer. Frankrijk dreigt, na Spanje en Italië, het volgende probleemgeval te worden. Duitsland moet leiden, maar kan en durft dat niet. Nog altijd is het verleden te beladen.

Diepgewortelde tradities

Ondertussen holt het vertrouwen van de burgers in het Europese experiment achteruit. De uitslag van de komende Europese verkiezingen zal dat wantrouwen weerspiegelen: peilingen wijzen erop dat het toch al moeizaam functionerende Europees Parlement in toenemende mate bevolkt zal worden door anti-Europees extreemrechts.

We hebben hier, kortom, te maken met een fundamentele botsing, niet alleen tussen politieke richtingen, maar tussen diepgewortelde Europese tradities. Zelden was in Europa het evenwicht tussen ‘ruimte’ en ‘plaats’ – in al die uiteenlopende Europese gedaanten – zo uit balans als nu. Zou een terugkeer naar het 19de-eeuwse systeem van natiestaten dat evenwicht kunnen herstellen?

Dit is deel van de ingekorte Abel Herzberglezing van Geert Mak, georganiseerd door Trouw en De Rode Hoed. Lees hier deel 2.