Maar weinig mensen kennen hooggeplaatste veiligheidsbeambten uit het Hoge Noorden, zoals het Estse parlementslid Tarmo Kouts. Als onderofficier op de Russische handelsvloot voer Kouts in de jaren zeventig met hout over de Karazee en Barentszee naar Europa. Nadat Estland onafhankelijk werd, hielp hij bij de opbouw van de gewapende strijdkrachten en klom op tot de rang van viceadmiraal voordat hij de politiek in ging. In 2007 zag hij hoe oud-collega's met een Russische onderzeeër een titanium vlag in de zeebodem onder de Noordpool plantten.

"Deze operatie was een teken van de Russen. Ze lieten weten: 'Hier zijn we. Wij zijn de eersten, en dus is het van ons.' Over de Noordelijke IJszee gesproken: ze hebben nogal wat marinecapaciteit in Moermansk en in veel andere punten in de Noordelijke IJszee", vertelt hij.

Hoewel hij niet uit een van de Noordse landen komt (Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden), steunt Kouts toch het initiatief van deze vijf staten om de handen ineen te slaan in antwoord op de smeltende ijskappen en de dreigende race om nieuwe minerale bronnen en handelsroutes.Het Noordse pact stond op de agenda tijdens een bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken in Reykjavik in november en wordt in april in Helsinki verder besproken.

De oprichting van een Noordse pact

Het pact is gebaseerd op het Stoltenberg-rapport, een lijst van voorstellen die Thorvald Stoltenberg, voormalig premier van Noorwegen en minister van Defensie en de vader van de huidige premier, in 2009 deed.

In het rapport worden onder meer de volgende aanbevelingen gedaan: de oprichting van een militaire en civiele taskforce voor instabiele regio's; een gemeenschappelijke amfibische eenheid; een rampenbestrijdingseenheid; een bewapende kustwacht; gemeenschappelijke cyberdefensiesystemen; gemeenschappelijke lucht-, maritieme en satellietbewaking; samenwerking op het gebied van Noordpoolbeheer; en een onderzoeksteam naar oorlogsmisdaden.

Daarnaast wordt er de samenvoeging van consulaire dienstverlening voorgesteld in plaatsen waarin de vijf landen geen vertegenwoordiging hebben. In navolging van het NAVO-artikel V "een voor allen en allen voor één" wordt daaraan toegevoegd dat: "De landen kunnen in bindende voorwaarden vastleggen hoe ze reageren indien een Noords land van buitenaf zou worden aangevallen of onder druk zou worden gezet".

Reactie op grote politieke veranderingen

Stoltenberg zegt dat zijn plan een reactie is op de grote geopolitieke veranderingen. "Vandaag de dag kunnen we niet langer zelfstandig voorzien in de behoefte aan opsporing en redding in het Noordpoolgebied. Aan militaire kant stijgen de prijzen voor hoogwaardige technologie zo snel dat we moeten samenwerken om te voorkomen dat onze defensiesystemen achteruit hollen. Als we niet samenwerken zijn er over 20 jaar misschien nog maar vier landen in Europa met geloofwaardige defensiesystemen: Rusland, Duitsland, Frankrijk en het VK."

Hij legt verder uit dat de Noordse alliantie "natuurlijk" is. "Het is een kwestie van geografie, cultuur, waarden. We spreken dezelfde taal. We voelen ons meer met elkaar verwant dan de meestal andere mensen", vertelt hij. "De inlichtingendiensten in de Noordse landen werken al heel goed samen." Stoltenberg merkt op dat hoewel Finland en Zweden geen NAVO-lid zijn, er al stilzwijgend een NAVO-achtige solidariteit tussen de vijf landen bestaat.

Nieuwe mogelijkheden voor nieuwe EU-defensiestructuren

De Stoltenberg-voorstellen zijn ook een weerspiegeling van de ontwikkelingen die op EU-niveau plaatsvinden. De Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) probeert sinds zijn oprichting op 1 december het EU-buitenlandbeleid beter te coördineren. De Europese Commissie zal in 2011 in een "Burgerschapsrapport" benadrukken dat de consulaten van lidstaten EU-burgers moeten helpen als hun eigen land ter plaatse geen vertegenwoordiging heeft en roept consulaten op tot "het samen dragen van de lasten" tijdens crises.

Tijdens het EU-voorzitterschap van Polen in 2011 zal het land een clausule uit het Verdrag van Lissabon in werking stellen over samenwerking op defensiegebied. En op 19 januari zal de Britse premier Cameron een bijeenkomst van de leider van Noordse en Baltische staten voorzitten waar energiekwesties in het Hoge Noorden besproken zullen worden.

De Finse minister van Buitenlandse Zaken Alexander Stubb gelooft zelfs dat een project van het Stoltenberg-type de weg kan vrijmaken voor nieuwe EU-defensiestructuren. Hij voegt daaraan toe dat er "op dit moment" geen "gold rush" in het Noordpoolgebied plaatsvindt en dat de Noordse verwantschap wel degelijk zijn beperkingen kent. "Op EU-beleidsgebied lopen onze prioriteiten uiteen, iets dat we ook iedere dag in Brussel zien gebeuren. Een Noords blok in de EU bestaat niet... We wisselen ideeën uit en delen informatie, maar we denken niet noodzakelijkerwijs altijd hetzelfde."

Dit artikel werd voor de eerste keer gepubliceerd in Analys Norden, het online tijdschrift van de Noordse Raad/Noordse Raad van Ministers.