“Nein”, zegt de onbuigzame Oostenrijkse marechaussee kortweg: “Die Flüchtlinge bleiben in Italien”. Hier komt niemand de grens over.

Rood licht dus, aan de grens van de Brennerpas, voor migranten die Fort Europa willen beklimmen. “Nein” is ook echt “nein”, en daarmee uit. En ze zijn te vermurwen, want regels zijn regels. Schengen of geen Schengen. Vooral hier.

De Brennerpas, op 1400 meter hoogte. Lampedusa is 1.836 kilometer ver weg, aan de andere kant van de Italiaanse laars: zo ver reikt de hoop om omhoog te klauteren, naar Duitsland en Scandinavië met hun fantastische verzorgingsstaten.

Dagelijks passeren 40.000 voertuigen grens

Ooit was dit wel degelijk een ‘echte’ grens, inclusief politie, marechaussee, de fiscale opsporingsdienst en douane en inclusief slagbomen, omheiningen en camera’s. Er waren controles waarbij elk voertuig aan de grens moest stoppen. Je had een paspoort nodig. En toen kwam de ommekeer. In april 1998 verdwenen de barrières voorgoed. Nu zou je, als er niet ergens een bord stond, niet eens merken dat je al in Oostenrijk bent.

Er passeren hier dagelijks 40.000 voertuigen de grens, 14.600.000 per jaar, waarvan 70 procent auto’s en motors en de overige 30 procent vrachtverkeer. En wie houdt de migranten tegen die opeengepakt in grote auto’s zitten (want zo kunnen ze er met zijn zessen in, plus de smokkelaar) of verborgen in een vrachtwagen? Niemand natuurlijk.

Zonder enige vorm van mededogen

Als je met de trein reist, is het een ander verhaal. Oostenrijk is ondoordringbaar geworden, een beetje zoals Zwitserland. En zijn constante afwijzingen, zonder enige vorm van mededogen, zijn de graadmeter van het Europa dat zich niet bekommert om Italië, zijn kusten en ‘zijn’ migranten. Wij [de Italianen, red.] zetten in elk geval geen kwetsbare groepen uit, zoals vrouwen, kinderen, ouderen en gehandicapten. Oostenrijk maakt in zijn wetgeving geen uitzonderingen.

Bovendien heeft het nog iets veel belangrijkers in handen: het bilaterale verdrag met Italië dat bepaalt dat illegale migranten ‘passief kunnen worden teruggestuurd naar het land waar ze vermoedelijk onrechtmatig zijn binnengekomen’.

Oftewel: ze zijn van jullie, hou ze maar bij je. Het is hetzelfde verdrag dat Frankrijk en Slovenië toestaat om migranten af te wijzen in Ventimiglia en Tarvisio, de andere toegangspoorten in de Alpen. En ook hetzelfde verdrag dat Italië op zijn beurt toepast om Tunesië zijn migranten terug te geven: al zit de Middellandse zee ertussen, we zijn nog altijd buurlanden.

Postpakketjes in bureaucratie van Europa

Langs het kleine station van [de gemeente, red.] Brenner komen dagelijks tientallen treinen voorbij. De nachten zijn voor de goederentreinen, passagierstreinen zijn er steeds minder. Er is de Polfer, de Italiaanse spoorwegpolitie, maar er zijn vooral Oostenrijkers. De afgelopen maanden heeft Oostenrijk hier hele troepen naartoe gestuurd. De marechaussee patrouilleert door de treinen, ze ‘vangen’ hele groepen vluchtelingen, halen ze uit de trein en brengen ze terug naar de grens, waar ze worden teruggegeven aan Italië. Postpakketjes in de bureaucratie van Europa.

Ooit reisden ze verborgen in de tussenruimten van de wagons, onder het zeil van de vrachtwagens of in koelwagens. Nu vind je ze op het station met een gewoon ticket.

“De akkoorden moeten worden herzien” aldus de hoofdcommissaris van de politie van Bolzano, Lucio Carluccio. Alleen al de afgelopen drie maanden heeft Oostenrijk 881 personen uitgezet. Bijna duizend mensen die terug over de Brennerpas zijn gejaagd. Een kwart van hen was minderjarig, voor de helft Syriërs, verder vooral Somaliërs en Eritreërs.

Huis in Zweden

Wanneer ze worden teruggestuurd loopt de spanning om begrijpelijke redenen hoog op. De migranten willen niet in Italië blijven, want hun einddoel is Duitsland, of om het even welk ander land en daarom willen ze koste wat het kost vermijden dat er in Italië een fotosignalement van hen wordt gemaakt, want als hun asielaanvraag hier wordt ingediend, kunnen ze vervolgens niet meer verder reizen.

Het zijn spoken die ergens anders weer opduiken. Misschien wel in Zweden, “Waar je meteen mag werken en je ook een huis krijgt”, zo vat Andrea Tremolada het samen. In Italië moet je daar zes maanden op wachten. Tremolada werkt voor Volontarius, een non-profitorganisatie uit Alto Adige die zich bekommert om vluchtelingen.

Als ze door Oostenrijk worden uitgezet, worden ze naar de kazerne gebracht waar de politie van Brenner is ondergebracht, precies tegenover het station. Daar maken ze een fotosignalement en kunnen de vluchtelingen het schudden, want daar worden de vingerafdrukken opgeslagen in Eurodac, de database van de Schengenzone. Een profiel wordt opgemaakt met naam en bijbehorend gezicht. Als de gegevens zijn ingevoerd in Italië, kunnen de vluchtelingen niet meer opeens in een ander land verschijnen.

“Oostenrijk en Duitsland moeten Italië tegemoet komen”, zo wil Caritas Italië. Op 30 augustus heeft de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken, Michael Spindelegger, aangekondigd dat zijn land groothartig bereid is om 500 Syrische vluchtelingen op te vangen. Vijfhonderd, maar wel zorgvuldig uitgezocht: “in de eerste plaats vrouwen, kinderen en Christenen”, zo is letterlijk vastgelegd.

Waarom uitsloven?

Maar wie wanhopig is, laat zich nergens door tegenhouden. En probeert het opnieuw, steeds weer opnieuw. Zijn ze in de trein gepakt, dan proberen ze het wellicht te voet. En worden ze teruggestuurd, dan vinden ze wel een smokkelaar.

De meest recente smokkelaar hier werd op drie oktober gearresteerd. Een Milanese taxichauffeur, betrapt aan het tolstation van Vipiteno aan bord van een Fiat Ducato met negen Syriërs. Hij beweert dat hij in totaal 1300 euro heeft gekregen. Onzin. Hij beweert dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. Onzin. “Hij riskeert drie en een half jaar wegens aanzet tot illegale migratie”. Onzin: een jaar, hooguit anderhalf, voorwaardelijk en zonder vermelding op het strafblad.

Het is het risico waard, vooral als je een huurauto gebruikt, zodat je auto niet in beslag wordt genomen als het fout loopt. Of als je deel uitmaakt van een netwerk van mensensmokkelaars, dat vooral Aziatische vluchtelingen (in de eerste plaats Afghanen) helpt om zich te verplaatsen zonder sporen na te laten. De cynisch verzwegen realiteit is dat de gevatte politiefunctionaris je met een steelse blik zacht toefluistert: “Af en toe pakken we een smokkelaar op, maar waarom zouden we ons uitsloven? We zouden ze eigenlijk dankbaar moeten zijn, want zo donderen er tenminste een paar van die lui op.”