“We hebben hier vlinders, bijen en vleermuizen, de natte gebieden blijven behouden, in de herfst en de winter lopen er beekjes over het terrein”. Als Marc Chiron, met een blik op het bos, de velden en de weiden een verhaal houdt over de lokale soortenrijkdom rondom de installaties met zonnepanelen ten noordwesten van Nancy, komt de projectleider van Frankrijks grootste zonne-energiepark met poëtische vergelijkingen.

“Als de golven van de zee” liggen de blauwzwarte modules over de pastorale heuvels van het departement Meurthe-et-Moselle, vertelt de ingenieur enthousiast: hier, naast de gemeente Rozièrs-en-Haye, op het terrein van de vroegere NAVO-luchtmachtbasis 136, rijgen zich kilometerslange installaties met 1,5 miljoen zonnepanelen aaneen. Het Franse elektriciteitsconcern Electricité de France (EDF) prijst het park van zijn dochter voor duurzame energie EDF-EN aan als een “ecologische topprestatie in het hart van Lotharingen”.

Pleitbezorger van atoomstroom

Een topprestatie: dat geldt natuurlijk ook voor de te verwachten winsten, want wat de onderneming (voor 85 procent staatsbezit) op deze 367 hectare als haar investering in een “toekomstige technologie” ten tonele voert, loont vooral dankzij de forse overheidsbijdragen. Praktisch neveneffect: de wereldwijd op één na grootste elektriciteitsproducent, een traditionele pleitbezorger van atoomstroom en in Frankrijk de beheerder van 58 kerncentrales, krijgt door dit zonne-energiepark van 115 megawatt een groen tintje.

Dat komt goed van pas nu Frankrijk op het gebied van de duurzame energie achterop ligt. Water, wind en zon nemen momenteel zo'n 13 procent van de netto-elektriciteitsopwekking voor hun rekening. “Het op en neer gaan van de 'terugleververgoeding' (een soort subsidie op duurzame energie), langdurige vergunningsprocedures en wisselvallige politieke steun hebben het locatievoordeel van Frankrijk tot nu toe teniet gedaan”, schrijft de politicoloog Stefan Aykut in een bijdrage van de “Deutsche Gesellschaft für Auswärtige Politik”: de kernenergie-giganten EDF en Areva zijn de markt als van oudsher blijven domineren.

Stimuleringswaan

Om eindelijk tot de top van de groene elektriciteitsproducenten door te stoten, heeft Frankrijk in 2007 tot een ambitieus ontwikkelingsprogramma besloten. Daardoor kent het land nu zijn eigen ‘Energiewende’ (naar analogie van het Duitse voorbeeld). Het door president François Hollande beoogde doel, om het aandeel van de atoomstroom in 2025 terug te dringen tot 50 procent van de elektriciteitsproductie, is verantwoordelijk voor de belangstelling van de stroomproducenten voor groene elektriciteit – met ondersteuning van de staat, dat spreekt voor zich.

Al drie jaar geleden ging de Franse Rekenkamer (IGF), de hoogste financiële toezichthouder, tegen de veel te hoge aankoopprijzen tekeer

Doet de stimuleringswaan zich louter in de Bondsrepubliek Duitsland voor? Geenszins. Juist de uitbouw van de zonne-energie wordt door Parijs met uiterst lucratieve ‘terugleververgoedingen’ bevorderd – ten bate van de branche en op kosten van de belastingbetaler. Al drie jaar geleden ging de Franse Rekenkamer (IGF), de hoogste financiële toezichthouder, tegen de veel te hoge aankoopprijzen tekeer: alleen in het geval van de zonne-energie stegen de staatssubsidies voor elektriciteit tussen 2007 en 2011 van 1,1 miljoen euro naar 795 miljoen euro. De Rekenkamer keurde het systeem van de verplichte aankopen van zonnestroom af. De bedrijven zouden zich aan de subsidies tegoed hebben gedaan alsof het een “open kasloket” was.

Nieuwe prijzen

In januari 2011 ging de regering op de rem staan door een bouwstop van drie maanden te gelasten en nieuwe prijzen vast te stellen. De gevolgen: net als in Duitsland stortte de markt voor zonne-energiecentrales ineen. Tientallen middelgrote ondernemingen werden uit de markt gedrukt en in Lyon sloot Bosch zijn fabriek voor zonnecollectoren.

In Toul waren de beheerders van het zonne-energiepark de regelwijziging echter voor. Noch voordat de ‘terugleververgoedingen’ werden gekort, verzekerde EDF EN zich in 2011 van een aankoopprijs voor ieder kilowatt-uur van 31,4 cent – ongeveer het dubbele van het tegenwoordig gebruikelijke toptarief, gegarandeerd voor 22 jaar. En de regio bood daar bovenop zelfs nog een bonus van 18 procent, omdat het park werd aangelegd in het niet door de zon verwende Lotharingen. “Een wezenlijke triomf teneinde de rentabiliteit te verzekeren”, zo luidde het commentaar van het dagblad Le Figaro.

De door de crisis geteisterde regio viert het eeuwproject als een ware zegen. De plaatselijke nijverheid profiteert van het werk, maar de bouw van een fabriek voor zonnepanelen, die aanvankelijk door EDF-EN in samenwerking met de Amerikaanse leverancier First Solar was voorzien, bleef een luchtkasteel: de zonnecollectoren komen nu overwegend uit Azië. “Made in Malaysia” staat er op de import-panelen. En onderhoudschef Sebastian Martini, met twintig collega's verantwoordelijk voor het toezicht op de modules en de transformatorstations, verheugt zich over zijn zekere toekomst: “Nu heb ik werk tot ik met pensioen ga”.