De voorbije dagen zijn De Standaard, Le Soir en Le Nouvel Observateur erin geslaagd een indrukwekkende reeks Europese gezichten en denkers bij elkaar te brengen. Meer nog, men is erin geslaagd een debat te organiseren waarbij er werkelijk verschillende meningen vertolkt werden. Daarvoor verdienen de organisatoren en de participanten een pluim. En dat terwijl er maar één uitdrukkelijk eurosceptische spreker uitgenodigd/aanwezig was. Maar het is meteen ook de reden waarom ik een dubbel gevoel overhield aan elk debat dat ik volgde.

Betrokkenheid van de burger

Het lijkt wel alsof onze leiders in Europa en hun entourage bang zijn van euroscepticisme en dat ze er maar niet in slagen om de burger te vatten, laat staan om hen te betrekken. Elk politiek systeem is te situeren op een continuüm tussen efficiëntie en legitimiteit. In de EU is de balans duidelijk overgeslagen naar een begeesterd streven naar efficiënte oplossingen voor gemeenschappelijke uitdagingen. Nochtans gaat de EU er prat op democratische waarden na te streven en die ook buiten haar grenzen uit te dragen. En daar wringt het schoentje. In een democratie is betrokkenheid van de burger en de daaruit vloeiende legitimiteit van het politieke systeem cruciaal.

Totalitarisme

Nu, de bezorgdheid om de burger leeft zeker in de instellingen. Maar als Herman Van Rompuy vertelt dat het niet makkelijk is te communiceren naar de burger omdat er telkens een eensgezind positieve boodschap klaargestoomd moet worden, dan gaan mijn tenen krullen. Politici actief in de EU-instellingen willen kennelijk niet alleen dát mensen over de EU nadenken, maar ze willen ook beslissen wát zij moeten denken. Dat is totalitarisme met indoctrinatie als communicatiestrategie. Het citaat illustreert ook dat men euroscepsis te vaak als bedreigend ziet in plaats van als uitdagend. Waarom mag er binnen de EU geen debat zijn waarin diverse opinies aan bod komen? Waarom kan de EU niet communiceren over het debat – met voor- en tegenstanders – dat gevoerd wordt? Behalve diversiteit hebben we ook een toegankelijker debat nodig.

Mindset van EU-intimi

Dat ook daarvoor nog werk is aan de mindset van EU-intimi, werd al tijdens het openingsdebat duidelijk. Ik was met verstomming geslagen toen het publiek nagenoeg eensgezind de dame uitlachte die zich vergiste en Van Rompuy voorzitter van de Europese Commissie, en niet de Raad, noemde. Als zelfs iemand die de moeite neemt een EU-debattenreeks bij te wonen zich daar nog in vergist, dan verwacht ik dat men inziet dat het naar voor schuiven van kandidaten voor het voorzitterschap van de Commissie niets zal oplossen. Het zal de burger niet meer betrekken bij de Europese Parlementsverkiezingen in mei.

Daarom wil ik een oproep doen aan al wie betrokken is bij het beleid van de EU-instellingen. Ten eerste: schud de angst voor alternatieve meningen van u af en ga een open debat aan. Ten tweede, voer dat debat via uw lokale politieke basis met een breed publiek waarin ook jongeren, laagopgeleiden en vrouwen participeren. En ten derde, luister naar de stemmen binnen de instellingen die daar wel al wakker over liggen en realistische en concrete voorstellen hebben om daarin te slagen. U hebt nog zeven maanden de tijd.