”Weet u dat alles wat in Zweden niet verboden is, verplicht is?” Dat grapje doet al jaren de ronde in de wandelgangen van de Deense politiek. Iedereen weet natuurlijk best dat het niet waar is, maar toch moeten we er erg om lachen. Het is een van die plagerijtjes tussen de twee buurlanden.

Voor de buitenwereld lijken Zweden en Denemarken als twee druppels water op elkaar, of het nu gaat om wetgeving of om cultuur en verenigingsleven. Hatelijkheden over futiliteiten en sarcastische opmerkingen over de eigenaardigheden van de buren dragen hier, net als elders in de wereld, bij tot de opkomst van een nationale identiteit, met alle positieve en negatieve gevolgen van dien.

Maar de afgelopen tien jaar lijkt het wel of die goedmoedige spot tussen Zweden en Denemarken plaats heeft gemaakt voor echte vijandelijkheden en soms zelfs voor een ronduit vinnige sfeer in het publiek debat. “In Denemarken kunnen mensen worden gekwetst in naam van de vrijheid van meningsuiting”, zeggen ze in Zweden, terwijl in Denemarken wordt beweerd dat Zweden star zijn en gevangenen van hun eigen politieke correctheid, waardoor ze in het immigratiedebat 'het beestje niet bij de naam durven te noemen'. Natuurlijk gaat het hier om algemeenheden, die nu eenmaal de basis vormen van ieder vooroordeel. Het is de Zweden tegen de Denen. In het land van de stereotypen bestaat geen aandacht meer voor het binnenlandse debat bij de ander.

Discussies over en niet met de ander

Als Deen die sinds eind jaren 90 in Stockholm woont, heb ik deze ontwikkeling met groeiende ongerustheid gevolgd. Terwijl Scandinavische bedrijven steeds meer gaan samenwerken en die toenadering over het algemeen nog steeds als zeer positief wordt beoordeeld, zijn de politieke leiders en de media aan beide kanten van de Øresund een hoogst ongelukkige campagne begonnen waarin het buurland als kop van jut dient.

Ik denk dat waarschuwingen tegen 'de situatie in Zweden' of 'de situatie in Denemarken' in feite vooral gebruikt worden om binnenlandse politieke ruzies uit te vechten. Je kunt tegenwoordig vrijwel alles over het buurland beweren, omdat het gaat om een discussie over en niet met de ander. In beide landen vindt het politieke debat voornamelijk plaats in een nationaal kader en de kennis over het leven en het politieke debat bij de buren is verbazingwekkend beperkt.

Laten we eens kijken naar een onderwerp waarbij de verschillen tussen Zweden en Denemarken waarschijnlijk het grootst zijn en waar onwaarheden, mythes en vooroordelen wijdverbreid zijn, namelijk immigratie.

Controversieel verkiezingsspotje

Tot voor kort nam het debat over immigratie en (mislukte) integratie in de Deense politiek een veel grotere plaats in dan in de Zweedse politiek, en begon Denemarken een hardere toon aan te slaan. Een paradox als je bedenkt dat Zweden meer immigranten opvangt. Van de Denen is 10 procent geboren in het buitenland of heeft buitenlandse ouders, tegen 15 procent van de Zweden.

‘Afgeven op Zweden’ is al geruime tijd een manie van de Deense Volkspartij. Maar bij de laatste Zweedse verkiezingen in 2010 konden we ook Michael Aastrup Jensen, woordvoerder Buitenlandse Zaken van de Deense liberale regeringspartij Venstre in de media horen over Zweedse ‘censuur’. Hij stelde zelfs voor om internationale waarnemers naar de Zweedse verkiezingen te sturen. Het was voor het eerst dat een vertegenwoordiger van een regeringspartij zich op die manier uitliet over het buurland.

Aanleiding was het besluit van TV4 [commerciële Zweedse televisiezender, red.] om een controversieel verkiezingsspotje van de Zweedse Democraten [extreemrechtse partij, red.] niet uit te zenden. In het spotje sluipten vrouwen in boerka om twee gepensioneerden met een rollator heen om eerder bij de sociale dienst te zijn. De Deense publieke zender DR2 zond het spotje echter wel uit, en Jimmie Åkesson, eerste secretaris van de Zweedse Democraten, kreeg vijf minuten ongestoord de gelegenheid om zijn (hoogst banale) zegje te doen. De Deense kritiek richtte zich ook tegen het Zweedse verkiezingsstelsel. Hoewel de kritiek soms terecht was, getuigde ze meestal van een slechte kennis van zaken.

De vooravond van een nieuwe lente

Laten we echter niet vergeten dat als het gaat om integratie van buitenlanders beide landen te kampen hebben met dezelfde problemen. Het lijdt nauwelijks twijfel dat je als immigrant in een van de Scandinavische landen, die tot nu toe homogeen waren, slechter af bent dan in bijvoorbeeld Groot-Brittannië of de Verenigde Staten.

Het belangrijkste verschil in de discussies over immigratie in beide landen is ontegenzeglijk politiek van aard

Het belangrijkste verschil in de discussies over immigratie in beide landen is ontegenzeglijk politiek van aard. Dat xenofobe partijen en partijen die zich verzetten tegen immigratie in Europa de wind mee hebben, komt vooral doordat conservatieve en liberale partijen de steun van die partijen hebben geaccepteerd, zoals in Denemarken, of ze zelfs in hun regering hebben opgenomen om zich te verzekeren van een meerderheid in het parlement, zoals in Oostenrijk, Nederland en inmiddels ook Noorwegen.

In Zweden heeft de (rechtse) regering van Fredrik Reinfeldt er vlak na de verkiezingen van 2010 voor gekozen om extreemrechts de rug toe te keren en in plaats daarvan met een minderheid te regeren, met alle problemen van dien. De verkiezingen van 2014 zullen uitwijzen of die strategie succesvol is.

Noord-Europa staat vermoedelijk aan de vooravond van een nieuwe lente. Alles wijst op een gunstig klimaat voor meer samenwerking tussen de Scandinavische, Noordse en Baltische staten. Het zou jammer zijn als die ontwikkeling door mythes en cliché’s wordt gedwarsboomd.