De Europeanen zijn verbijsterd en ontsteld door de sluiting van de overheidinstellingen ('shutdown') en het bijna-faillissement van de Verenigde Staten. Misschien ervaren ze zelfs enig leedvermaak. Per slot van rekening hebben de Europese leiders met spot en minachting te maken gehad vanwege hun riskante aanpak van de eurocrisis in de afgelopen jaren, waarbij ze hun economieën steeds weer naar de rand van de afgrond brachten en pas vlak voordat de markten open gingen, weer een stap achterwaarts deden.

Toch kan Europa wel eens worden geconfronteerd met zijn eigen versie van een 'shutdown'. Het zal zeker niet zo dramatisch worden als voor de Amerikaanse regering, maar de oorzaken zijn ongeveer gelijk. Zoals de Tea Party het Amerikaanse Congres in een verlamde, zichzelf hatende instelling heeft veranderd, zo kan een alliantie van anti-EU-partijen Europa zijn eigen versie van een 'patstelling' bezorgen als zij in de Europese verkiezingen van volgend jaar voldoende stemmen van de bevolking krijgt. De Europese elites – en elke burger die zich zorgen maakt om het lot van de EU – moeten maar eens over dat scenario gaan nadenken.

Ingebouwde controles

De VS en de EU hebben één kenmerk gemeen: in politicologisch jargon zijn het 'gemengde regimes', met een sterke scheiding van machten en talrijke ingebouwde controles. Dat is goed nieuws voor degenen die willen dat wetten op brede consensus zijn gebaseerd en dat voorkomen wordt wat James Madison "publieke instabiliteit" noemde. In tegenstelling tot bij het Westminster-model is het bij gemengde regimes voor een betrekkelijk klein aantal politieke spelers eenvoudig hun veto over veranderingen uit te spreken. Ze zijn ook minder transparant; bovendien is het lastiger iemand ter verantwoording te roepen – het verwijt van politieke spelletjes kan altijd op een ander worden afgeschoven.

Tot voor kort joeg het Europees Parlement – hoewel het nooit een echt geliefde instelling is geweest – veelal het Amerikaanse ideaal na, om de simpele reden dat de meeste leden ervan ten minste twee dingen gemeen hadden: ze waren over het algemeen pro-EU en wilden de zwaar bevochten bevoegdheden van het Parlement veiligstellen en zo mogelijk verder uitbreiden.

Het Parlement heeft meer invloed gekregen dan de meeste Europeanen beseffen en niet alleen als het gaat om belangrijke kwesties zoals gegevensbescherming. Professor Simon Hix van de London School of Economics wees erop dat ongeveer 25 procent van de amendementen die door het Europees Parlement worden voorgesteld, uiteindelijk de status van wet krijgen en dat is meer dan in welk nationaal parlement ook.

Democratische legitimiteit

Blauwdrukken om de EU democratischer te maken, voorzagen vaak in nog meer bevoegdheden voor de Europarlementariërs, vanuit de naïeve veronderstelling dat het Parlement altijd automatisch pro-Europees zou zijn. Maar wat als het in de greep raakt van een Europese versie van de Tea Party, een groep die campagne voert op basis van het beginsel dat de regering zelf het probleem vormt? De Italiaanse premier Enrico Letta waarschuwde deze week in een vraaggesprek met de New York Times dat de hoofdstroom van pro-Europese partijen ten minste 70 procent van de zetels moet winnen om een "nachtmerrieachtige wetgevende macht" te voorkomen.

Een flink aantal echte anti-EU-partijen zijn echter simpelweg destructief

De waarschuwing van Letta klinkt erg op die van de gevestigde orde in de EU; hij noemt exact die redenen waarom populisten de gevestigde orde veroordelen: de kiezers hebben recht op meer democratie, zolang het een democratie zonder echte keuzes blijft – althans zo beweren de populisten. Daarom is het belangrijk om duidelijk aan te geven waar de gevaren precies liggen. Niet elke partij die kritiek heeft op de euro, is anti-EU (bijvoorbeeld de partij Alternative für Deutschland). Een flink aantal echte anti-EU-partijen zijn echter simpelweg destructief en hebben te lijden onder fundamentele tegenstrijdigheden. Zij claimen democratische legitimiteit op grond van de stemmen die zij in verkiezingen voor het Europees Parlement hebben gekregen en ontkennen tegelijk dat het Parlement democratisch is. Zij willen de tent gewoon sluiten (maar idealiter wel het geld en het prestige die bij de baan horen, behouden).

Gebrek aan samenhang

Uit een verhelderend onderzoek van Marley Morris blijkt dat de tegenstanders van Europa maar weinig echt werk in het Parlement verrichten. Zij laten liever van zich horen voor de tribune tijdens plenaire vergaderingen – de Britse Ukip is een kampioen in dit opzicht. Veel van deze partijen – die zijn aangesloten bij de fractie Europa van Vrijheid en Democratie (EFD), een soort Internationale van nationalisten – bieden geen coherent beleidsplatform.

Het Front National van Marine Le Pen (dat in de Franse opiniepeilingen voor de Europese verkiezingen van 2014 aan de leiding gaat) en de anti-immigratie- en anti-islampartij van Geert Wilders in Nederland proberen een pan-Europese anti-EU-alliantie te smeden. Samen kunnen ze misschien doeltreffender campagne voeren, maar ze zullen zaken vast ook chaotischer maken: sommige populistische partijen willen niets te maken hebben met het racisme waarmee zij in verband worden gebracht. In zekere zin is dit gebrek aan samenhang een goede zaak, net als het feit dat zelfs binnen uiterst rechts allianties regelmatig uit elkaar zijn gevallen.

Tenzij ze werkelijk een slecht functionerende EU wensen, moeten Europese burgers zich dus nog maar eens een keer bedenken voordat ze op zulke partijen stemmen. Dat zal namelijk geen ander beleid, maar verlamming opleveren. Er zijn reële alternatieven – zelfs voor bezuinigingen – en het Parlement biedt in het links-rechts-spectrum talrijke opties, meer dan in veel nationale parlementen. Democratisch gezien is het legitiem om te protesteren, maar het is ook belangrijk jezelf en je stem serieus te nemen. Een 'shutdown' is voor politieke tieners, niet voor volwassenen.