In de Volkskrant van 2 oktober 2013 uit Frits Bolkestein [ancien commissaire europeen et ancien président du parti libéral néerlandais VVD, NdlR] zijn ongenoegen over de euro. “De monetaire unie is mislukt. De euro is een slaappil gebleken die de tekortlanden heeft laten dromen van een dolce far niente in plaats van zich zorgen te maken over de eigen concurrentiekracht. Het gevolg is een transferunie die permanent dreigt te worden. De muntunie zou de vriendschap tussen de volkeren bevorderen. In plaats daarvan wordt bondskanselier Merkel in de tekortlanden met Hitler vergeleken. Nederland is in een fuik gezwommen en weet de weg terug niet te vinden.”

Bolkesteins suggestie dat de euro uiteen zal en moet vallen is niet aanlokkelijk maar ook niet waarschijnlijk. Ik leid dat niet alleen af van de snelheid waarmee er nu reddingsmaatregelen genomen worden die de macht van de Europese instellingen vergroten – bijvoorbeeld de begrotingstoets voor de nationale begrotingen van de lidstaten en de versterking en verbetering van de Europese Rekenkamer en natuurlijk de instelling van een permanent Europees stabiliteitsfonds. Maatregelen die vijf jaar geleden nog ondenkbaar waren.

Internationale dubbelfuncties

Mijn veronderstelling dat de Europese Unie verder zal gaan in de richting van politieke eenwording – zoals Helmut Kohl al in 1991 voorspelde – leid ik ook af van het ontstaan van een Europese economische elite. Onderzoek van Eelke Heemskerk en mijzelf naar de mate waarin de Europese captains of industry zich verenigd hebben in één Europees netwerk, leidt tot de conclusie dat het bedrijfsleven allang voor één Europa heeft gekozen. Dat proces is zichtbaar vanaf het einde van de jaren zeventig.

De onderlinge verbondenheid van het Europese bedrijfsleven neemt vanaf dat moment sterk toe en die trend zet zich versterkt door in de 21ste eeuw. Naast speciaal opgerichte overlegorganen en ronde tafels zien wij tussen 2005 en 2010 het aantal internationale dubbelfuncties (gedeelde benoemingen van commissarissen) tussen grootste Europese bedrijven (Eurofirst top 300) toenemen van bijna 300 tot bijna 400.

Europa is wereldwijd de enige economische arena waar de economische elite steeds hechter verbonden raakt

De internationale verbondenheid van het Atlantische bedrijfsleven neemt daarentegen af. Europa is wereldwijd de enige economische arena waar de economische elite steeds hechter verbonden raakt. Zeker 42 procent van de grote internationale bedrijven ziet groei- en overnamekansen in Europa. Bijna een derde van die bedrijven kiest West-Europa als topbestemming voor fusies en overnames in de komende twee jaar. Binnen continentaal Europa is Duitsland favoriet (62 procent), met op afstand Frankrijk (22 procent) en Nederland (21procent).

Populistische partijen zijn verdeeld

Toch heeft Bolkestein ook een beetje gelijk. Op basis van goedkope euro-leningen hebben de Zuid-Europese landen jarenlang boven hun stand geleefd. Maar die landen zijn door Duitsland en Nederland – schoorvoetend gevolgd door Frankrijk – tot de orde geroepen. De hervormingen en bezuinigingen in Griekenland, Italië en Spanje zijn draconisch.

Het ziet er naar uit dat Spanje de weg naar economisch herstel heeft gevonden, en de publieke sector in Spanje lijkt bezig zichzelf te saneren. Als Spanje door deze crisis komt, dan wordt de kans dat ook Italië dat doet, groter. De ondergang van Berlusconi is in dit verband een hoopvol teken.

Een weg terug betekent het einde van de euro. Dat is wat radicaal rechts en radicaal links in veel Europese landen voorstaan. De politieke elites in de verschillende landen zullen het nog heel moeilijk krijgen, want het anti-Europese sentiment is sterk. Dat sentiment zal zich in alle landen omzetten in blijvend electoraal succes voor anti-Europese partijen. Maar de populisten zullen, verdeeld als ze zijn, machteloos blijven zolang de economische elite in Europa de eenheid bewaart. Het kan gebeuren is dat Griekenland gedwongen wordt de Muntunie te verlaten. Zolang het daarbij blijft, loopt de euro geen gevaar.