Het traceren van communicatie, surfgedrag op internet en online aankopen is voor Amerikaanse inlichtingendiensten en de inlichtingendiensten van de meeste andere wereldmogendheden de belangrijkste bron van informatie geworden. Oneindig veel bewegingen die samenhangen met de voortdurend stijgende verkoop van mobiele telefoons, smartphones, computers en tablets, en onderling verbonden protocollen die de exponentiële overdracht mogelijk maken van gegevens van een dermate kolossale omvang dat zij worden aangeduid als ‘Big Data’.

Wat vooral naar voren komt uit de opeenvolgende onthullingen in de Prism-affaire, is niet zozeer het feit dat de Amerikaanse National Security Agency (NSA) allerlei gegevens onderschept (dat weten we al sinds eind jaren 80 het bestaan van het Echelonnetwerk aan het licht kwam) als wel de onvoorstelbare omvang van gegevens die worden verzameld op grond van maatregelen en op manieren die veelal niet alleen onrechtmatig zijn maar in zekere zin ook ieders begrip te boven gaan.

Wereldwijd bewustzijn

De nu door Edward Snowden onthulde en door Glenn Greenwald verspreide informatie kan echter worden gezien als een historisch keerpunt.

Tot nu toe was lang niet iedereen zich bewust van deze praktijken, die op diverse manieren door burgers en organisaties onder de aandacht werden gebracht, maar zonder dat er een adequate reactie op volgde. De nu door Edward Snowden onthulde en door Glenn Greenwald verspreide informatie kan echter worden gezien als een historisch keerpunt. Er is een wereldwijd bewustzijn ontstaan en de daadkrachtige wil om paal en perk te stellen aan het verzamelen, bewaren en gebruiken van privegegevens.

Het eerste duidelijke teken hiervan is de wens van Brazilië, verwoord door president Dilma Roussef naar aanleiding van de onthullingen, om de regels voor het beheer van Internet, die nu vooral door de Amerikanen worden opgesteld, samen met de opkomende landen en de overige leden van de BRICS te veranderen. Dit plan zal de komende maanden ongetwijfeld tot verhitte geopolitieke discussies leiden.

Nieuwe machtsverhoudingen

Het staat echter lang niet vast dat een internet met China, Rusland of andere landen waar de vrijheid min of meer om zeep wordt geholpen, met een regulerende, transparanter zou worden in een schijnbaar multipolaire instantie. Op den duur zou vermoedelijk het tegendeel het geval blijken te zijn. Zo bezien lijkt het asiel van Edward Snowden in Rusland meer op een poging om binnen de complexe geopolitiek van internet en data tot nieuwe machtsverhoudingen te komen dan op een streven om paal en perk te stellen aan de praktijken van inlichtingendiensten.

Naar mijn mening moet de Europese Unie nu duidelijk aangeven welke kant het op moet met het beheer van internet

Naar mijn mening moet de Europese Unie nu duidelijk aangeven welke kant het op moet met het beheer van internet en de daarmee samenhangende problemen ten aanzien van persoonsgegevens. Al is het in 2000 in Lissabon opgestelde plan om van Europa “een wereldmacht op het gebied van kenniseconomie” te maken om diverse redenen mislukt, toch is het wellicht aan het oude Europa om nu het fundament te leggen voor “Web 3.0”, een “verantwoordelijke en gedeelde digitale omgeving” waarin iedereen zeggenschap houdt over informatie die op basis van zijn surfgedrag is verkregen.

“Democratische volwassenheid”

Europa moet grenzen stellen, niet als ontnuchterde reactie op technologische achterstand, maar in naam van haar “democratische volwassenheid”. Grenzen die vereisen dat gebruikers om toestemming wordt gevraagd, zonder daarbij te veel woorden te gebruiken, zodat als gebruikers akkoord gaan, ze dat welbewust doen. Voorschriften die bovendien zijn gebaseerd op opt-in en niet op opt-out, dus niet op opties die worden opgelegd als men niets doet, maar op opties waarvoor bewust moet worden gekozen, met name als het gaat om het doorverkopen van gegevens aan derden.

Tot slot moet Europa zich actief inzetten voor de totstandkoming van algemeen beleid dat is gericht op “ethische innovatie”, om te komen tot nieuwe industriële modellen waarbij het niet gaat om het eindeloos te gelde maken van gegevens over onze gedragingen.

“Wereldecologie”

Open data, het beschikbaar stellen van openbare gegevens om die ten behoeve van talloze diensten te exploiteren, moet de actieve proeftuin vertegenwoordigen van een digitale Europese economie die is gebaseerd op strikte naleving van de wet, verantwoordelijke betrokkenheid van de overheid en vrij ondernemerschap met inachtneming van de onschendbare integriteit van de burgers. Behalve dat dit perspectief nieuwe economische mogelijkheden biedt, zou het ook op andere terreinen kunnen worden overgenomen en daarmee bijdragen aan een nieuwe “wereldecologie”, waarin men zich zowel bewust is van de rampzalige gevolgen of “opwarming” als gevolg van te veel excessen, als van de mogelijk positieve krachten van een ecosysteem dat door een gedeelde ethiek nieuw elan krijgt.