Khaled Bensalam is 35 jaar en heeft veel ervaring op zee. Zijn vader was visser en dus leden ze nooit honger. Reeds op jonge leeftijd ging hij met zijn vader mee de zee op en als tiener stond hij al aan het roer. Toen het vissen onrendabel werd, stapte hij over op mensensmokkel. Vanaf Tunesië, waar hij woont, is het geen lange overtocht naar Europa. De afstand tot het Italiaanse eiland Lampedusa is slechts 130 km, ofwel 22 uur varen wanneer de zee rustig is. Na aftrek van de kosten (brandstof, zijn zwager die klanten werft en de kustwacht omkoopt) stellen twee van zulke tochtjes per jaar hem in staat een redelijk luxe leventje te leiden.

De eerste twee tochten in 2012 verliepen zonder problemen. Italiaanse journalisten stelden zelfs vragen aan de passagiers; er waren niet meer dan vijftig mensen aan boord van de 12 km lange houten boot. De kosten varieerden van € 1.000 voor buitenlanders en € 800 voor Tunesiërs tot € 500 voor kinderen. In april had Bensalam zijn eerste tegenvaller; toen zijn boot Lampedusa voor zonsopgang naderde, werd deze bij toeval door het zoeklicht van een Italiaanse patrouilleboot ontdekt.

Scheepsramp bij Lampedusa

Enkele minuten later enterden de Italianen het schip. Bensalam werd gearresteerd en enkele dagen later naar Tunesië teruggebracht, waar hij verscheidene weken in de gevangenis verbleef. De boot werd in beslag genomen, maar Bensalam besloot door te gaan met zijn handel. Hij leende wat geld van familieleden en kocht via tussenkomst van een lokale bende een 20 km lange boot met een capaciteit van driehonderd passagiers.

In theorie dan, want toen hij eind september opnieuw uitvoer, waren er meer dan vijfhonderd mensen aan boord. Ditmaal liep alles vanaf het begin fout. Eerst werden ze beschoten toen ze de haven verlieten, waardoor de motor beschadigd raakte. Vervolgens begaf de lenspomp het. Ten slotte raakten de passagiers in paniek. Op 3 oktober zonk de boot voor de kust van Lampedusa, waarbij ten minste 350 illegale immigranten omkwamen in de zogenoemde "scheepsramp bij Lampedusa". Bensalam zelf bracht het er levend vanaf en is in afwachting van zijn proces. Maar op dezelfde dag bereikten minstens twee andere boten met illegale immigranten wel veilig hun bestemming. Het is zoals de zegswijze luidt: wie niet waagt, wie niet wint.

Drones en satellieten

Bij het smokkelen van illegalen vallen steeds meer slachtoffers, tot schande van de ontwikkelde wereld. Sinds januari 2013 zijn er voor de zuidkust van de Europese Unie bijna tweeduizend mensen verdronken – meer dan in heel 2012. Het smokkelen van migranten is tevens een veiligheidsrisico geworden voor bestemmingslanden die de controle over hun grenzen zijn kwijtgeraakt. Tot slot worden door illegale immigratie xenofobe sentimenten aangewakkerd, een fenomeen waar cynische politici steeds vaker op inspelen.

Het aantal illegale immigranten dat op het continent arriveert, blijft groeien.

Europese regeringen geven jaarlijks miljarden euro's uit om het probleem te bestrijden. Diverse EU-lidstaten hebben speciale agentschappen in het leven geroepen om de illegale immigratie aan te pakken. Frontex, het agentschap voor grensbeheer in de EU, is operationeel sinds 2004. Zowel in de EU als de VS wordt er langs de grenzen gepatrouilleerd en worden deze bewaakt met behulp van de jongste, meest geavanceerde technologieën, waaronder drones en satellieten. Alleen al in de EU houden ruim driehonderd, vaak met overheidsgeld gesubsidieerde ngo's zich bezig met het vraagstuk van illegale immigratie. Heeft dat effect? Nauwelijks. Het aantal illegale immigranten dat op het continent arriveert, blijft groeien.

Mensensmokkel is vrijwillig

In zijn boek over mensensmokkel beschrijft de Marokkaanse auteur Mehdi Lahlou wat hij de "vicieuze cirkel" van het Europese anti-immigratiebeleid noemt. Politici, met in hun voetspoor de massamedia, gebruiken tragedies zoals de ramp bij Lampedusa van 3 oktober om het probleem van immigratie te overdrijven, zodat regeringen de mogelijkheid van legale migratie nog verder aan banden leggen. Hierdoor worden migranten gedwongen steeds riskantere manieren te bedenken om toegang te verkrijgen, waarbij hun afhankelijkheid van smokkelaars toeneemt. Volgens Lahlou is dat precies wat er gebeurde toen Spanje en Italië in het begin van de jaren negentig visa voor burgers uit de Maghreb invoerden en de Britten erin slaagden de smokkelroute via Gibraltar te blokkeren. Vrijwel onmiddellijk werden er nieuwe, langere en riskantere trajecten uitgestippeld: van de westelijke Sahara naar de Canarische Eilanden en via de Middellandse Zee naar Italië.

Dat het Europa niet lukt het probleem van mensensmokkel op te lossen, komt grotendeels door een aantal misvattingen. Om te beginnen is er sprake van terminologische verwarring omdat "mensenhandel" en "mensensmokkel" in het Europese publieke debat vaak door elkaar worden gebruikt, terwijl het om twee totaal verschillende fenomenen gaat. Mensenhandel is een vorm van slavernij, maar mensensmokkel gebeurt op vrijwillige basis. De relatie tussen de smokkelaar en de gesmokkelde persoon eindigt in het bestemmingsland, terwijl dan de relatie tussen handelaar en slaaf juist begint.

Gemeenschappelijk landbouwbeleid

Het immigratiebeleid van de EU is lange tijd gericht geweest op de smokkelaars, dat wil zeggen op de aanbodkant van een illegale dienst. Na de ramp bij Lampedusa beloofde de Italiaanse premier Enrico Letta met een nieuw wetgevingspakket voor "lucht- en zeevaart" te komen, waarbij Italië tussen Afrika en Sicilië driemaal zoveel schepen en vliegtuigen zou inzetten om mensensmokkel tegen te gaan. Maar ook dit kan wel eens averechts werken.

In deze handel is het de vraag (potentiële immigranten) die het aanbod (smokkelaars) stuurt. Zolang mensen uit Centraal-Afrika, Afghanistan of Mexico vastbesloten zijn om hun land te verlaten en op zoek te gaan naar een beter leven, zullen er altijd personen zijn die hen tegen betaling willen helpen, ongeacht de moeilijkheden waar ze mee te maken krijgen.

Volgens immigratiedeskundigen is er slechts één manier om de mensensmokkel naar Europa een halt toe te roepen of in elk geval te beperken: creëer in de landen van herkomst dusdanige voorwaarden dat immigranten in spe er niet langer behoefte aan hebben om te vertrekken. Met andere woorden, zorg ervoor dat zij thuis de baan krijgen die zij in Europa hopen te bemachtigen. Daarvoor is het echter nodig dat de Europese markt – in eerste instantie op het gebied van levensmiddelen – wordt opengesteld voor producten uit regio's als Noord-Afrika, wat om politieke redenen onmogelijk is. De EU spendeert jaarlijks € 100 miljoen aan de bescherming van haar grenzen via Frontex. Dat is zeshonderd maal minder dan zij uittrekt voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Als de Europeanen dus geen Tunesische kool in Europa willen, krijgen ze vroeg of laat de Tunesiërs zelf.