Hemelsbreed is de afstand tussen de Duitse stad Marburg en de luxe badplaats Cancún zo'n 8.600 kilometer. Het is 12 uur vliegen van de ene naar de andere stad en tussen beide steden liggen verschillende werelden. Maar één ding hadden ze dezer dagen wel gemeen: de vraag hoeveel vrijheid dan wel dwang nodig is om het voortbestaan van onze planeet aarde waarborgen. De vraag is dan ook of er een ecodictatuur dreigt te ontstaan.

In Marburg wordt deze vraag om strategische redenen gesteld. Het rood-groene stadsbestuur (een coalitie van socialisten en Groenen) heeft huiseigenaren namelijk verplicht om bij het renoveren van hun daken een zonnecollector in te bouwen. De maatregel is democratisch gerechtvaardigd, omkleed met subsidies en gebaseerd op een uitspraak van de rechtbank. Burgerlijke tegenstanders noemen de maatregel ‘ecodictatuur’, omdat huiseigenaren in dit geval gedwongen worden te waken over hun economisch geluk en over onze ecologische toekomst.

Democratie en milieu uiteindelijk geen dream team

In Cancún daarentegen werd dezelfde vraag om strategische redenen juist niet gesteld. Bij de VN-klimaattop probeerden de weinige landen, die klimaatbescherming hoog in het vaandel en in hun portemonnee hebben, de taaie VN-werelddemocratie een stap dichterbij te brengen. Wetenschappers en deskundigen praatten in het geheim over ecodictaturen in de toekomst, omdat ze verder denken dan tot de volgende verkiezingen.

Het debat over de autoritaire beperking van fundamentele mensenrechten, om daarmee het voortbestaan van de planeet te waarborgen, wordt gevoed door twijfel of parlementaire democratieën wel in staat zijn een antwoord te vinden op de kwesties die te maken hebben met het ecologische voortbestaan.

De feiten spreken dat tegen: de VS, de grootste voorstanders van democratie en markteconomie, zijn wereldwijd tevens één van de grootse vervuilers. De trage VN is niet bij machte om de klimaatcatastrofe te stoppen. En ook Duitsland, dat zichzelf als voorbeeld stelt bij klimaatbescherming en ecologische technieken, boekt nauwelijks succes.

En dat terwijl democratie en milieubescherming eigenlijk een dream team zouden moeten vormen. De milieubeweging ontstond immers pas in de jaren zestig van de vorige eeuw, tijdens de democratiseringsfase. En democratieën blijken duidelijk innovatiever op het gebied van technische en sociale uitvindingen. Maar al zo lang burgers zich kunnen verzetten, worden fabrieken naar landen overgeplaatst die armer en weerlozer zijn. En bijna geen enkele politicus waagt zich eraan om consumenten en kiezers met ongemakkelijke waarheden te confronteren.

Ecocratie: voorzetting van onze democratie met groene middelen

In werkelijkheid tekent het begin van een ecodictatuur zich al lang af. Het kapitalisme heeft ook de democratie al gegijzeld. Want in het westerse denken zijn de politieke en economische vrijheid tot nu toe onlosmakelijk met elkaar verbonden. De democratie zoals wij die kennen is zonder het kapitalisme, dat zwaar leunt op natuurlijke bronnen, nog niet eerder uitgetest.

Hoe moet een democratie een leefbare toekomst bedenken, als haar tweelingzuster, de ongebreidelde economie, tegelijkertijd juist bezig is die toekomst te ruïneren? Op deze vraag is tot nu toe nog geen goed antwoord gevonden.

Maar ook het voorstel voor een ecodictatuur zal geen antwoorden opleveren. Ten eerste is een ecodictatuur impopulair. En ten tweede werkt het concept niet: er is geen centrale aansturing van bovenaf voor nodig, maar een sociale en economische innovatie van onderaf. Ten derde is er zeker een alternatief denkbaar voor de ecodicatatuur: de ecocratie.

Dat klinkt erger dan het is. Ecocratie is gewoon een voorzetting van onze democratie met groene middelen. Onze regeringsvorm heeft wel vaker zeer flexibel gereageerd op veranderingen: op enig moment mocht iedereen stemmen, uit de rechtspraak van kerk en adel groeide ooit de rechtstaat en uit de charitatieve zorg ontstond de moderne verzorgingsstaat. We zijn toe aan de volgende stap.

Politiek gezien is ecocratie beslist te doen: de Europese Unie zou een overeenkomst, ‘Maastricht II’, kunnen sluiten: met ecologische stabiliteitscriteria en de oprichting van een ‘Europese Toekomstbank’ (ETB). Aan deze ETB staan lidstaten een deel van hun nationale soevereiniteit af op het gebied van bescherming van het klimaat en van soorten. De toekomstbank houdt toezicht op het EU-beleid op het gebied van industrie, verkeer en landbouw. De bank kan ingrijpen bij het toekennen van subsidies. Lidstaten die voortdurend in strijd handelen met deze criteria raken hun EU-subsidies kwijt of moeten er rekening mee houden dat de ETB op onderdelen het roer van hen overneemt.

Zelfberperking is bittere noodzaak

Utopie? Nee hoor. In de EU wordt nu al een dergelijk regime gevoerd bij het financiële beleid. En de voorbeelden van Griekenland en Ierland tonen wel aan hoezeer een land uit de eurozone in de tang kan worden genomen als het de criteria niet naleeft. Deze harde koers wordt gerechtvaardigd door het feit dat een financiële catastrofe in deze twee landen alle andere lidstaten eveneens schade zou berokkenen, een argument dat juist op milieuvlak, en bij uitstek wereldwijd, zou moeten gelden.

Onder de vlag van democratie is het nog altijd niet legitiem om de kansen van morgen vandaag al te benutten. Dus is zelfbeperking bittere noodzaak. We accepteren de beperking van onze individuele vrijheid als we ons bedreigd voelen: de verzamelwoede van overheid en bedrijven op het gebied van persoonlijke gegevens. We accepteren de verplichting om onze auto te verzekeren, zonder direct ‘verzekeringsdictatuur!’ te schreeuwen. Maar o wee als iemand over snelheidsbeperkingen begint: dan is onze vrijheid blijkbaar gevaar. Vrij rijden voor vrije burgers vat de onjuiste opvatting samen dat politieke rechten niet moeten worden losgekoppeld van economische vrijheden. Toch kunnen die deels best worden gescheiden, sterker nog, dat moet zelfs.

Officieel werd er in Cancún niet over deze kwesties onderhandeld, maar officieus gebeurde het wel degelijk. Daar hield de wereldgemeenschap zeer nauwlettend in de gaten wie het beste antwoord heeft op de vraag naar welvaart, stabiliteit en vrijheid: de VS met zijn ongebreidelde kapitalisme, China met zijn staatssocialisme/-kapitalisme van China of Rusland met zijn autoritaire grondstoffenbeleid?

Europa had hier een politiek-economische exportklapper kunnen maken, waar opkomende economieën als India, Zuid-Afrika of Brazilië best oren naar zouden kunnen hebben gehad. Er wordt wel beweerd dat mensen met een visie naar de dokter moeten. Het tegendeel is eerder waar: mensen zonder visie moeten eens naar een psychiater.