Volgens de Duitse pers heeft de Russische president, toen de opwinding over het spionageschandaal begon weg te ebben, ervoor gezorgd dat iedereen in Europa te horen heeft gekregen dat de Amerikanen de mobiele telefoon van Angela Merkel hadden afgeluisterd. Toen het stof van die sensationele onthulling was neergedwarreld, is een vooraanstaand lid van de Duitse Groenen onverwachts naar Moskou gegaan voor een ontmoeting met Snowden. De media draaiden weer overuren – en het is zonneklaar dat die ontmoeting zonder toestemming van het Kremlin nooit had kunnen plaatsvinden.

De Duits-Russische betrekkingen zijn er sinds de val van de Berlijnse Muur nog nooit zo slecht aan toe geweest. De verhouding tussen de VS en Rusland is er intussen niet veel beter aan toe. Door een wig te drijven tussen de twee bondgenoten heeft Moskou een grote triomf geboekt, en niet alleen in geopolitieke termen. De Russische president kan nu aan zijn eigen volk laten zien hoe diep het verrotte Westen is gezonken.

Compromitterend bewijsmateriaal

Maar ditmaal is hij wél te ver gegaan, want niemand twijfelt er meer aan dat de klokkenluider van de NSA een marionet in handen van het Kremlin is geworden. Voor de leiders in Europa en Washington zou dit het signaal moeten zijn om het weer goed te maken.

Toch is dat makkelijker gezegd dan gedaan, omdat Snowden in eerste instantie geen bedenksel van de Russen is, maar een product van de Amerikaanse Nationale Veiligheidsdienst NSA, die is geobsedeerd door het idee dat alles en iedereen moet worden bespioneerd. Erger nog, de NSA heeft Snowden toegang gegeven tot zijn geheimen, waar hij dankbaar gebruik van heeft gemaakt voordat hij via Hong Kong naar Rusland is gevlucht. Niemand weet wat hij nog meer voor compromitterend bewijsmateriaal achter de hand heeft, en hoe lang de onthullingen zullen voortduren en het Witte Huis in verlegenheid zullen blijven brengen.

Er kan niet worden ontkend dat de reacties van de Europese Unie op de Snowden-affaire door veel hypocrisie worden gekenmerkt. De Europese inlichtingendiensten kijken immers niet werkeloos toe als de NSA het internet aftapt, maar doen precies hetzelfde, met soortgelijke middelen. Bovendien coördineren ze hun inspanningen en adviseren ze elkaar over het omzeilen van de anti-spionagewetten van de EU. Daarnaast bespioneren de Europeanen de Amerikanen ook – zij het op kleinere schaal – en proberen ze net zo goed Amerikaanse geheimen te stelen. Dit is precies datgene waar een einde aan moet worden gemaakt.

Wederzijdse spionage

Washington, Berlijn en Parijs onderhandelen over akkoorden om wederzijdse spionage tegen te gaan, maar dat is niet genoeg. Er is een algemene overeenkomst tussen de EU en de VS nodig, zodat alle burgers van de Europese Unie – en niet alleen die van de grootste lidstaten – tegen spionage zullen worden beschermd. Het Witte Huis zal met kleinere landen waarschijnlijk niet op dezelfde manier over deze kwestie praten als met Frankrijk en Duitsland. In plaats daarvan zullen de Amerikaanse spionnen waarschijnlijk uit Berlijn en Parijs naar die kleinere landen worden overgeplaatst om hun werk te kunnen voortzetten.

Daarbovenop heeft de EU behoefte aan striktere regels voor de bescherming van persoonsgegevens. Dergelijke regels zouden in 2014 in werking treden, maar de deadline is een jaar verschoven, onder meer als gevolg van druk vanuit Berlijn. Dat is de reden dat Merkel zo hol klonk toen ze tekeer ging tegen de Amerikanen wegens het afluisteren van haar telefoon.

Grenzen van de wet

Het waarborgen van het recht van de burgers op privacy betekent niet dat Europa de vlag strijkt in de strijd tegen het terrorisme en van Amerika hetzelfde verwacht

Het waarborgen van het recht van de burgers op privacy betekent niet dat Europa de vlag strijkt in de strijd tegen het terrorisme en van Amerika hetzelfde verwacht. De Europese inlichtingendiensten hebben het recht om verdachten te observeren, maar dit moet plaatsvinden binnen de grenzen van de wet: ieder afzonderlijk geval moet door de rechter worden goedgekeurd, bewijsmateriaal moet worden vernietigd als het onderzoek niet wordt voortgezet, enzovoorts.

Als we Snowden mogen geloven dat een 'consortium' van Europese inlichtingendiensten onze e-mailtjes en telefoontjes sowieso aftapt, is het beter grenzen te stellen aan deze praktijk en een effectievere controle door te voeren dan de Amerikaanse overheid heeft gedaan. President Obama was zich er immers niet van bewust dat de NSA de telefoongesprekken van Merkel afluisterde.

Kloof tussen continenten

En niet onbelangrijk is dat het spionageschandaal een kans biedt om wat wij de 'transatlantische banden' noemen te verversen. Die term begint de laatste tijd wel erg als een anachronisme uit de tijd van de Koude Oorlog te klinken. Europa – het “nieuwe” nog meer dan het “oude” – verwacht dat Amerika het te hulp zal schieten in het (onwaarschijnlijke ) geval van agressie vanuit het oosten. De Amerikaanse veiligheidsgaranties aan de lidstaten van de Navo moeten niet worden afgedankt, maar van nieuwe inhoud worden voorzien. Europa en Amerika moeten nieuwe gebieden vinden waarop ze nauwer kunnen samenwerken. Tijdens het presidentschap van Obama is de kloof tussen beide continenten alleen maar groter geworden.

Het voorgestelde TAFTA-akkoord [dat ook bekendstaat als de TTIP] biedt een ongekende kans voor toenadering tussen de VS en de EU. Helaas zijn de onderhandelingen vanaf het allereerste moment overschaduwd door de onthullingen van Snowden.

Welkom nieuws voor Moskou

In Europa roepen velen ertoe op de onderhandelingen op te schorten of zelfs helemaal af te breken. Een dergelijk scenario zou niet alleen voor Moskou, maar ook voor Beijing welkom nieuws zijn. Dat is de reden dat de Europese leiders de redenering die aan TAFTA ten grondslag ligt moeten blijven verdedigen – ook al hebben NSA-specialisten hun mobiele telefoons afgeluisterd.

Barack Obama heeft de hoop die veel Europeanen in hem hadden gevestigd niet weten te vervullen. De Amerikaanse inlichtingendiensten hebben Europese landen als koloniën behandeld. We hebben goede redenen om boos te zijn op Amerika – maar we mogen niet ophouden met elkaar te praten, want tenslotte zijn we allemaal één grote familie.