Met zijn kwalificatie voor het WK voetbal 2014 heeft Bosnië en Herzegovina de wereld weer eens aan zijn bestaan herinnerd. Misschien kan het voetbal, dat de Balkanlanden vroeger verdeelde, nu in ieder geval één land in deze regio verenigen?

De hoofdstad van Bosnië en Herzegovina, Sarajevo, heeft enthousiast gereageerd op de historische kwalificatie van het nationale elftal voor het WK 2014 in Brazilië. Het succes van het voetbal heeft de politieke crisis, het conflict met Brussel en de economische problemen in de schaduw gesteld.

Maar Sarajevo is niet heel Bosnië. De wedstrijden van het nationale elftal werden niet uitgezonden in Republika Srpska, het deel van Bosnië en Herzegovina dat door de Serviërs wordt bewoond. Milorad Dodik, de president van de Servische Republiek, heeft het team weliswaar gelukgewenst met zijn prestatie, maar hij deed dat duidelijk met tegenzin en zonder veel enthousiasme. Hetzelfde geldt voor de Bosnische Kroaten, die hun steun voor de Kroaten uit Zagreb niet onder stoelen of banken steken. Kroatië hoopt namelijk in de play-offs nog een WK-ticket naar Brazilië te bemachtigen.

Politieke krachtmeting

In het verleden heeft het voetbal een grote invloed gehad op het lot van de Balkanlanden. De veelbesproken match tussen de Joegoslavische clubs Dinamo Zagreb en Rode Ster Belgrado, die op 13 mei 1990 in Zagreb werd gespeeld, wordt beschouwd als de symbolische start van de oorlog op de Balkan. Zo´n 3.000 supporters van Rode Ster Belgrado waren naar Zagreb gekomen, onder aanvoering van Željko Ražnatović-Arkan [die zich daarna zou ontpoppen als een van de meest bloeddorstige leiders van de Servische milities en in 2000 werd vermoord]. Het was geen sportieve, maar een politieke krachtmeting: "Zagreb is Servië", zo viel op een spandoek in het stadion te lezen. Niet veel later gingen deze zelfde supporters elkaar als vijandige soldaten te lijf in een strijd op leven en dood.

Het huidige Bosnië en Herzegovina is voortgekomen uit het in 1995 gesloten Verdrag van Dayton, dat een einde maakte aan de Balkanoorlog, en uit de haastig door de Amerikaanse militairen opgestelde grondwet. Het is een republiek die gevormd wordt door de Federatie van Bosnië en Herzegovina, die 51 procent van het grondgebied beslaat en bewoond wordt door moslims en Kroaten, en de Servische Republiek – Republika Srpska (49 procent van het grondgebied). Deze twee entiteiten hebben ieder hun eigen grondwet, regering, overheid en wetgevende en rechterlijke macht. Nationale instellingen als het parlement en het driehoofdige presidentschap bestaan uit vertegenwoordigers van de drie grootste etnische groepen in het land [de islamitische Bosniakken, de servisch-orthodoxe Bosnische Serviërs en de rooms-katholieke Bosnische Kroaten, red.].

Vrees voor opdeling

In de praktijk werken de multiculturele samenleving en de multiculturele staat niet

In de praktijk werken de multiculturele samenleving en de multiculturele staat niet. De Serviërs, die 37 procent van de bevolking van het land vertegenwoordigen, identificeren zich er niet mee. Hetzelfde geldt voor de Kroaten (11 procent van de bevolking), die vinden dat vooral de moslims (48 procent van de bevolking) van het Verdrag van Dayton hebben geprofiteerd. Vandaar de vrees voor een opdeling of voor de ondergang van dit kunstmatige land, die boven het Bosnische beleid hangt.

Overeenkomstig de bepalingen van de Dayton-akkoorden kan het driehoofdige presidentschap tegenwoordig enkel worden bekleed door een Serviër, een Kroaat en een moslim. Tegen dit principe is een klacht ingediend door een Roma-burger, Dervo Sejdić, en door een joodse burger, Jacob Finci. Zij zijn door het Europees Hof voor de Rechten van de mens in het gelijk gesteld. Het probleem is alleen dat bijna vijf jaar na dit vonnis niemand in Bosnië weet hoe het uitgevoerd moet worden. Dat er geen overeenstemming wordt bereikt in de afhandeling van de kwestie Sejdić-Finci, blokkeert het toetredingsproces van Bosnië en Herzegovina tot de EU. Dat verklaarde de Europese Commissie onlangs, die haar financiële steun aan Sarajevo met 47 miljoen euro heeft verlaagd, wat bijna een halvering is.

Het almachtige voetbal

Na de oorlog waren er in Bosnië drie voetbalbonden en drie voetbalcompetities. Pas in 2000 hebben de Kroaten en de moslims een verbond gesloten, en twee jaar later sloten ook de Serviërs zich daarbij aan. In het begin werd de nationale voetbalbond geleid door drie voorzitters en was corruptie er aan de orde van de dag. Het was de FIFA die uiteindelijk met de vuist op tafel sloeg en eiste dat er slechts één voorzitter werd benoemd.

Toen Sarajevo zich daartegen wilde verzetten, heeft de FIFA het nationale elftal geschorst en de clubs uitgesloten van Europese competities. Dat had onmiddellijk resultaat: de statuten werden herzien en Elmedin Begić werd tot voorzitter gekozen. Vandaag de dag is het nationale elftal de enige nationale instelling die werkt, ook al is maar de helft van het land blij met zijn overwinningen en blijven de supporters tijdens wedstrijden met elkaar botsen.

Overwegend moslims in selectie

De Bosnische journalist Ahmed Burić meent dat de huidige gouden generatie spelers is voortgekomen uit een uitgesproken aanleg van de Balkanlanden voor voetbal

Na de kwalificatie voor het WK in Brazilië kunnen we eindelijk spreken van succes. De Bosnische journalist Ahmed Burić meent dat de huidige gouden generatie spelers is voortgekomen uit een uitgesproken aanleg van de Balkanlanden voor voetbal en een gedegen westerse training. "Onze spelers zijn voor een groot deel kinderen van oorlogsimmigranten", brengt Burić in herinnering. "Deze wereldburgers, die de keuze hadden tussen enerzijds spelen voor hun adoptieland – een voor de hand liggende optie – en anderzijds het Bosnië vertegenwoordigen dat zij uit de verhalen van hun ouders kenden, hebben voor dit laatste gekozen."

De nationale selectie bestaat overwegend uit moslims. Burić benadrukt dat bondscoach Safet Sušić weliswaar moslim is, maar dat zijn rechterhand een Serviër is. "Zijn aanwezigheid in het team bewijst dat alle burgers even belangrijk zijn voor de selectie." Als de spelers in Brazilië een medaille weten te bemachtigen of net achter de top eindigen, dan zal heel Bosnië trots zijn en zullen de Serviërs en de Kroaten hun kijk op het land misschien veranderen.