Het is vandaag de dag glashelder dat de besluiten die verscheidene maanden geleden zijn genomen, slechts een tijdelijk karakter hadden en zeer ineffectief waren. Het punt is niet of de fondsen waarmee de door de crisis geteisterde economieën moesten worden gered, al dan niet afdoende waren. Het gaat er vooral om dat men de problemen alleen maar voor zich uit schoof in plaats van ze op te lossen.

De zogenaamde perifere landen van de eurozone hebben structurele problemen, waardoor hun economieën niet concurrerend zijn. Dit gaat gepaard met een enorme staatsschuld die, bezien vanuit het perspectief van vandaag, waarschijnlijk nooit volledig zal worden terugbetaald. Het probleem is alleen maar verergerd omdat hervormingen werden uitgesteld of omdat men deed alsof deze niet echt nodig waren. Het grootste manco is echter een gebrek aan strategie.

Het is duidelijk geworden dat de eurolanden geen strategie hebben uitgewerkt en besproken om een lidstaat uit een liquiditeitscrisis te trekken. Zolang het een kleine perifere economie betreft, kunnen de overige lidstaten betrekkelijk snel voldoende geld bijeen vergaren om voor de eerstvolgende jaren in de financiële behoeften van dat land te voorzien. Maar als een grotere economie in moeilijkheden raakt, zou de geldelijke inbreng van lidstaten met een solider huishoudboekje wel eens ontoereikend kunnen zijn.

De geloofwaardigheid van de ECB is ondermijnd

Niemand heeft dit scenario serieus geanalyseerd, zoveel is duidelijk. Dat de Europese Centrale Bank de schulden van in problemen geraakte economieën overneemt, kon verscheidene maanden geleden als noodoplossing worden gerechtvaardigd. Dit kan echter in geen geval als standaardoplossing dienen, met name omdat het niet de taak van de ECB is landen met schulden te redden, maar de stabiliteit van de gemeenschappelijke munt te waarborgen. De ECB benadrukt dat hij overtollig geld aan de markt onttrekt of, in economisch jargon, 'steriliseert'. Alleen al het feit dat de ECB nog andere doelen nastreeft dan te zorgen voor prijsstabiliteit, ondermijnt de geloofwaardigheid van de bank. En juist op deze geloofwaardigheid, of het gebrek daaraan, baseren consumenten hun inflatieverwachtingen.

Een ander ernstig punt is het ontbreken van een duidelijk besluitvormingsorgaan in de EU. Er bestaan drie van zulke machtscentra: Commissievoorzitter Barroso, Raadsvoorzitter Van Rompuy en het 'superduo' Merkel-Sarkozy. De eerste twee, die een samenhangende oplossing voor alle lidstaten proberen te bedenken, ontdekken plotseling dat alles reeds op een topontmoeting tussen Merkel en Sarkozy is bedisseld. Dat zou minder problemen geven wanneer ze met hun voorstellen op één lijn zaten. Maar het betreft helaas een compromis tussen twee uitersten, een unie van steunverlening en een unie van zelfvoorzienende staten. Zulke compromissen leiden zelden tot verstandige beslissingen.

Duitsland profiteert het meest van de euro

Angst voor het uiteenvallen van de eurozone kan uiteindelijk helpen een redelijke uitweg uit de malaise te vinden. De financiële markten geloven niet langer in Europese politici. Ze reageren niet meer op de successieve reddingspakketten. Berlijn is erop tegen dat er nog fondsen worden geworven om Spanje te redden. De Europese leiders moeten nu bepalen of zij de in problemen geraakte staten uitstel verlenen voor het terugbetalen van hun schuld.

Het vooruitzicht van een ineenstorting van de eurozone boezemt niet alleen de perifere landen maar ook de grootste economieën angst in. De laatste hebben namelijk het meest van de invoering van de eenheidsmunt geprofiteerd. Dankzij de euro groeide Duitsland binnen tien jaar uit tot het grootste exporterende land ter wereld. Meer dan 40 procent van zijn export gaat naar andere eurolanden. Als de euro vandaag zou worden afgeschaft en de nationale valuta opnieuw zouden worden ingevoerd, zou de D-mark het meest in waarde stijgen. Duitsland zou zijn concurrentievermogen volledig kwijtraken, terwijl de door de crisis geteisterde landen het juist zouden terugkrijgen.

Paradoxaal genoeg profiteert Duitsland het meest van de euro en behoort het alles te doen om het grote Europese project te redden. Hiertoe zijn harde en adequate maatregelen nodig, geen waardeloze compromissen die alleen maar uitstel van executie betekenen.