Ze hebben hem eindelijk gevonden, de meest gezochte bejaarde van het land. Het Franse tijdschrift Paris Match heeft hem gefotografeerd in een winkelcentrum in Schwaben, met een netjes geföhnd grijs kapsel en goed gekleed. Hij kijkt onzeker opzij met zijn mond half open, alsof hij iets wil zeggen maar er geen woord uit kan krijgen.

Dit is dus – naar het zich laat aanzien – Cornelius Gurlitt, zoon van de nationaal-socialistische kunsthandelaar Hildebrand Gurlitt. Zijn woning in München, vol met grotendeels in de nazitijd vergaarde werken, heeft de politie al in 2012 leeggehaald, zoals pas een week geleden bekend is geworden dankzij speurwerk van het blad Focus.

Het openbaar ministerie is niet op zoek naar Gurlitt, omdat het nog niet weet wat het hem ten laste zou kunnen leggen. Het opsporingsonderzoek is door anderen verricht: door detectives, in opdracht van de erfgenamen van joodse verzamelaars, journalisten, fotografen en museummensen.

Inderdaad is dit een groot verhaal: in de kern van de zaak overleeft hier het duisterste hoofdstuk uit de Duitse geschiedenis, achter de neergelaten rolluiken van een moderne flat. Een eenzame man ontfermde zich over het erfgoed van zijn vader, dat niet 'Duitser' kan zijn dan dit: Hildebrand werkte samen met en profiteerde van de nationaal-socialistische staat, en maakte joodse verzamelaars hun kunst afhandig, en daarmee hun bestaansmiddelen, en musea hun paradepaardjes van de moderne kunst. Tegelijkertijd was hij niet alleen zelf een beetje joods, maar ook een pleitbezorger van de avant-garde, waarvan hij het werk deels verkocht en deels bewaarde.

Enorme misstanden

Dit zijn de tegenstrijdigheden van onze gemeenschappelijke verleden, en niet iedere nazaat is daar even goed tegen bestand. Cornelius Gurlitt zag blijkbaar louter de mogelijkheid zich in zijn familiegeheim te verschansen. Hij had de nalatenschap van zijn vader, na de dood van zijn moeder eind jaren zestig, ook aan een stichting kunnen afstaan of aan de staat kunnen schenken, voor onderzoek en restauratie.

Deze innerlijke vrijheid, deze afstandname ten opzichte van zijn afkomst had hij echter niet, en het is nog maar de vraag of hij dit nu wel zal weten te bereiken, nu hij door het leven moet als opgejaagd wild. Een akkoord met Gurlitt zou ook vandaag de dag nog de enige goede oplossing zijn, want niemand heeft de wetten over kunstroof na de oorlog terugwerkende kracht gegeven.

Privé-verzamelaars als de familie Gurlitt zijn bovendien gevrijwaard voor alle latere afspraken over het teruggeven van roofkunst uit joods bezit

De wet over de 'ontaarde kunst' uit 1938 heeft zijn werking behouden, en in de Bondsrepubliek heeft de opvatting ingang gevonden dat de plundering van de musea een staatsaangelegenheid was, op grond waarvan geen kunstinstelling na de oorlog nog iets heeft kunnen terugvorderen. En privé-verzamelaars als de familie Gurlitt zijn bovendien gevrijwaard voor alle latere afspraken over het teruggeven van roofkunst uit joods bezit.

Deze enorme misstanden waren echter al bekend, en de afgelopen jaren zijn er uit juridisch oogpunt wel controversiëlere gevallen geweest dan dit. Waarom heeft het verhaal van de Gurlitts dan juist nu zo'n enorme vlucht genomen?

Familiegeheim

De griezelige aantrekkingskracht ervan is gelegen in de dubbele geheimzinnigheid: het verstoppertje spelen, eerst van Cornelius Gurlitt zelf en nu van het Openbaar Ministerie, dat helaas tot nu toe nog geen volledige lijst met werken heeft gepubliceerd.

De binnenkort tachtigjarige Cornelius Gurlitt moet hebben vermoed dat het gedrag van zijn ouders misschien wel legaal was, maar niet legitiem. Hij heeft zijn eigen bestaan gewijd aan de instandhouding van het familiegeheim. Hij heeft geen beroep uitgeoefend en geen gezin gesticht, maar zich opgeofferd om het aanzien van zijn vader overeind te houden.

Gurlitt junior mag dan een zonderling zijn – in het discours van de afgelopen week werd hij door zijn cameraschuwheid afgeschilderd als een half waanzinnig monster, dat tot alles in staat werd geacht. Het gaat daarbij om een man die niet eens weerbaar genoeg is om een advocaat in de arm te nemen.

Blijkbaar moest de oude man in zijn schilderijenhol onmiddellijk tot buitenstaander worden verklaard. Er was nauwelijks sprake van medeleven. Belangrijker was dat de rest van de samenleving zichzelf gerust kon stellen: wij anderen zijn gezond, en genezen van de nazimisdaden en hun gevolgen. Maar is dat wel zo?

Transparantie

Pas nu deze generatie hoogbejaard is, is hun levensbeschouwing aan het wankelen geraakt

Wie net als Gurlitt rond 1933 in Duitsland is geboren, is in de regel noch dader noch slachtoffer geweest. Hij is opgegroeid in het onrechtssysteem, als kind kreeg hij in 1945 te maken met de opkomst van nieuwe normen en waarden en vervolgens maakte hij deel uit van de generatie mensen die de nieuwe Bondsrepubliek opbouwden. Pas nu deze generatie hoogbejaard is, is hun levensbeschouwing aan het wankelen geraakt en komen de oude breuklijnen weer aan de oppervlakte.

Zo zou je ook naar de geschiedenis van Gurlitt kunnen kijken: als een kans om nog iets meer te weten te komen en deze Duitse zoon wellicht nog aan het spreken te krijgen – en als dat niet meer lukt, dan in ieder geval zijn zorgvuldig verborgen schilderijen, grafische kunstwerken en naakten te laten spreken.

Nu heeft de bondsregering aangekondigd voor meer transparantie te zullen zorgen en een lijst op het internet te zullen zetten, als dat juridisch mogelijk is. Dit is een slimme zet. Juist het feit dat men niet weet om welke werken het gaat werkt het publiek op de zenuwen.

Spoken van vroeger

De dubbele geheimzinnigheid rond de vondst prikkelt de gemoederen, omdat iedereen vermoedt dat in een schat met een dergelijke geschiedenis iets slechts kan schuilgaan: spoken van vroeger, die wij niet werkelijk kennen of kunnen achterhalen, maar ons op ieder moment weer kunnen opzoeken.

Als alle mensen dood zijn die net als Hildebrand Gurlitt in opportunisme en genadeloosheid verstrikt zijn geraakt, dan is daarmee de zaak nog altijd niet afgedaan. Kunstwerken leven immers langer dan mensen, zij zijn ons geheugen.

Het vage gevoel dat veel Duitsers hadden heeft door deze vondst gestalte gekregen: plotseling zijn daar échte schilderijen in het huis van een échte erfgenaam van het nationaal-socialisme. Nu moet de boodschapper uit het verleden dus puur om zijn bestaan worden verketterd, en kan de schuldvraag opnieuw uit de weg worden gegaan. Je zou Cornelius Gurlitt in al zijn hulpeloosheid echter ook tot één van ons kunnen verklaren. Het is tijd om samen met hem op zoek te gaan naar een manier waarop het beter kan.