Het klimaat verandert, wereldwijd stijgen de temperaturen en de belangrijkste schuldige daaraan is de mens die, sinds het begin van de industriële revolutie, steeds meer broeikasgassen in de atmosfeer bracht.

Koolstofdioxide uit verbrande fossiele brandstoffen, methaanuitstoot uit de vleesindustrie, de stikstofoxiden en fluorkoolwaterstoffen uit koelvloeistof: ze hebben allemaal bijgedragen aan het broeikaseffect doordat ze de zonnewarmte op aarde vasthouden. Zonder het broeikaseffect zou leven op onze planeet onmogelijk zijn omdat het de temperatuur stabiliseert binnen grenzen die optimaal zijn voor organisch leven.

Het probleem is dat de mens de wereldthermostaat ontregelde en dat het ecosysteem zijn vermogen verloor om een teveel aan kooldioxide te absorberen, wat leidde tot de opwarming van de aarde die we momenteel meemaken. Het periodieke rapport van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) dat in september verscheen, en waarin de huidige staat van onze kennis over de klimaatverandering wordt samengevat, laat er geen twijfel over bestaan: de temperatuur is sinds het begin van de twintigste eeuw wereldwijd met 0,89 graden Celsius gestegen.

Chinese economie

Daarom werd al in 1992, tijdens de VN Wereldmilieutop in Rio de Janeiro, het Raamverdrag inzake klimaatverandering (UNFCCC) getekend. Het belangrijkste doel van dit Verdrag was het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Het Verdrag leidde tot wat destijds een spectaculair succes leek, met de ondertekening van het Kyoto-Protocol in 1997 waarmee de ontwikkelde landen zich verplichtten hun kooldioxide-uitstoot [met gemiddeld 5,2%] te verlagen in verhouding tot het percentage in 1990. Het percentage voor de EU bedroeg toen 8 procent.

Het protocol trad in 2008 in werking en liep af in 2012, maar zelfs degenen die het een goed idee vonden, geven toe dat het een mislukking is geworden

Het protocol trad in 2008 in werking en liep af in 2012, maar zelfs degenen die het een goed idee vonden, geven toe dat het een mislukking is geworden. De uitstoot van broeikasgassen neemt nog steeds toe, net als de temperatuur.

De redenen hiervoor zijn gemakkelijk aan te wijzen: de wereld is sinds de top in Rio, in de afgelopen twee decennia sterk veranderd. De Chinese economie is explosief gegroeid, wat gepaard ging met een enorme toename van de energieconsumptie. Het grootste deel van deze energie wordt gewonnen uit de verbranding van kolen, olie en gas, waardoor China tegenwoordig de meeste koolstofdioxide ter wereld uitstoot.

De kneep zit hem erin dat China, als ontwikkelingsland, geen partij was in het Kyoto-Protocol, net als een paar van de ‘s werelds snelst ontwikkelende landen zoals India, Brazilië, Indonesië of Vietnam. Omdat zij niet verplicht zijn hun uitstoot te verminderen, zijn ze de favoriete bestemming geworden voor het uitbesteden van industriële activiteiten door ontwikkelde landen.

Financiële crisis

Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland konden opscheppen dat hun economieën schoner waren geworden, maar vergaten daarbij te vermelden dat het vuile werk nu voor hen werd opgeknapt door de ontwikkelingslanden, die meer broeikasgassen uitstootten dan Europa had kunnen besparen. Vandaag de dag zijn er nog maar weinig mensen die eraan twijfelen dat de enige redelijke oplossing een overeenkomst zou zijn die bekrachtigd wordt door alle ondertekenaars van het Raamverdrag inzake klimaatverandering (UNFCCC), in totaal 194 landen. Dat verdrag zou in 2013, na het aflopen van het Kyoto-Protocol in werking moeten treden.

Het optimistische scenario was dat er een nieuw tijdperk zou worden ingeluid met de Conferentie over Klimaatverandering in Kopenhagen in 2009 (COP 15), waar de groene en ambitieuze EU zichzelf zou presenteren als wereldleider in het bestrijden van klimaatveranderingen, waarop de rest van de wereld zou moeten volgen. Daar zou een nieuw internationaal akkoord bekrachtigd moeten worden, dat in 2013 wettelijk bindend had moeten zijn. In de tussentijd brak in 2008 echter de financiële crisis uit, waarbij de zwakheden van de Westerse economieën aan het licht kwamen en de internationale positie van de VS en de Europese leiders verzwakte.

De top in Kopenhagen was een fiasco en het Protocol van Kyoto werd daarom verlengd tot 2020. Er zit nauwelijks nog leven in, en motiveert niemand om tot actie over te gaan. Maar de conferentie in Warschau, officieel de 19e jaarlijkse sessie van de Conferentie van de Partijen (COP 19) van de UNFCCC in 1992, zou werkelijk een nieuw tijdperk in de strijd tegen klimaatverandering moeten aankondigen. In het Nationale Stadion zijn 10.000 deelnemers van overal ter wereld bijeengekomen om te werken aan een overeenkomst die in 2015 in Parijs ondertekend moeten worden. De organisatie van dit evenement zal Polen ongeveer 25 miljoen euro gaan kosten. Zou dat het waard zijn?

Traagheid van de VN

Wat ook belangrijk is, is de vraag of het Klimaatverdrag en het proces van de Verenigde Naties er überhaupt toe doen

Wat ook belangrijk is, is de vraag of het Klimaatverdrag en het proces van de Verenigde Naties er überhaupt toe doen. De logge traagheid van de VN suggereert dat de ambitieuze doelstellingen, zoals voorkomen dat temperaturen wereldwijd met meer dan 2 graden Celsius boven pre-industrieel niveau uitstijgen, waarschijnlijk niet gehaald zullen worden. Duitsland en Japan, die hun kerncentrales sluiten om ze te vervangen door gas- en kolengestookte centrales, zijn opeens remmende factoren geworden.

Professor Maciej Sadowski, een klimaatexpert van het Poolse Instituut voor Milieubescherming, die als officiële Poolse onderhandelaar aan heel wat klimaattoppen deelnam, inclusief de Kyoto-conferentie in 1997, zegt onomwonden: “De werkelijke doelstelling van het Verdrag is niet om het klimaat te beschermen maar om rijkdom opnieuw te verdelen tussen de rijke en arme landen. Het ging al die tijd alleen maar over macht en geld.”

Er bestaat geen twijfel over dat kostendruk de ontwikkeling van nieuwe, energie-efficiënte technologieën en meer duurzame economische modellen stimuleert. Maar dergelijke zaken zijn nauwelijks een onderwerp in landen zoals Spanje of Griekenland, waar de jeugdwerkloosheid meer dan 50 procent bedraagt, of in Frankrijk, waar extreemrechts steeds meer invloed krijgt. Er zijn dus heel wat aanwijzingen die erop wijzen dat de toekomst er tijdens de top in Warschau minder toe zal doen dan de actuele problemen waar de deelnemende landen mee kampen.