Naast Isabel Dos Santos [de oudste dochter van de Angolese president José Dos Santos] zijn er nog andere Angolese ´ondernemers´ die graag mogen shoppen in Portugal. Een van hen is generaal 'Kopelipa', een invloedrijke minister uit Luanda, die geld heeft gestoken in wijnen en banken in het voormalige moederland. Het principe is telkens hetzelfde. Deze mannen en vrouwen hebben – dankzij hun vertrouwelijke relatie met president Dos Santos – onder verdachte omstandigheden fortuin gemaakt in Angola. En sinds de crisis in Lissabon toenam, hebben zij enorme Portugese bezittingen vergaard.

“Portugal vervult een strategische rol voor de Angolese machthebbers: het biedt de economische en politieke elite een exitstrategie in geval van een machtswisseling, aangezien deze reeds een deel van haar vermogen in Portugal heeft ondergebracht. Maar zij gebruiken het land ook om dubieus Angolees kapitaal wit te wassen”, aldus Jorge Costa van de oppositiepartij Links Blok. Costa werkt aan een boek over “de Angolese eigenaren van Portugal” dat begin volgend jaar verschijnt.

In een rapport dat in 2011 door de ngo Global Witness is gepubliceerd, worden de – bijzonder ondoorzichtige – boekhoudpraktijken van de olie-industrie in Angola onder de loep genomen. Daaruit blijkt dat de totale olieproductie over 2008 een verschil van maar liefst 87 miljoen vaten vertoont, afhankelijk of je de cijfers van het ministerie van Aardolie of die van het ministerie van Financiën bekijkt. Dit is slechts een van de vele voorbeelden van institutioneel falen, dat verduistering van overheidsgelden alleen maar in de hand kan werken.

Weinig opschudding

Alle Portugese politieke leiders, zowel van de regeringspartijen als van de oppositie, hebben banden onderhouden met de Angolese machthebbers

Ondanks de grote omvang van deze operaties heeft de kwestie in Portugal weinig opschudding veroorzaakt. De ´diplomatieke excuses´ van [minister van Buitenlandse Zaken] Rui Machete [waarin hij beloofde dat er einde zou komen aan juridisch onderzoek naar Angolese zakelijke deals] hebben slechts tot lichte verdeeldheid geleid, en hij hoefde uiteindelijk niet af te treden. “Alle Portugese politieke leiders, zowel van de regeringspartijen als van de oppositie, hebben banden onderhouden met de Angolese machthebbers, zowel aan de ene kant van het conflict [in Angola´s postkoloniale burgeroorlog (1975-2002)] als aan de andere”, legt oud-journalist Pedro Rosa Mendes uit.

De regeringspartij Volksbeweging voor de Bevrijding van Angola (MPLA) – oorspronkelijk een marxistisch-leninistische organisatie – werd in 2003 lid van de Socialistische Internationale. De partij onderhoudt dus nauwe banden met communisten en socialisten, maar ook met de conservatieve sociaaldemocraten die nu in Portugal aan de macht zijn. “De MPLA wist zich in de loop der generaties altijd aan te passen aan de omstandigheden en koos nieuwe bondgenoten afhankelijk van de geopolitieke ontwikkelingen”, vervolgt Pedro Rosa Mendes.

Jorge Costa heeft uitgerekend dat sinds Portugal in 1974 weer een democratie werd, 26 Portugese ministers en staatssecretarissen na hun ambtstermijn een functie hebben gehad – of nog steeds hebben – in Angolese ondernemingen. De huidige minister-president, Pedro Passos Coelho, heeft een deel van zijn jeugd in Angola doorgebracht. De Portugese pers speculeert eveneens over het bestaan van een ´Angolese lobby´ binnen de regering, gevormd door meerdere ministers die als kind in Luanda hebben gewoond.

‘Zelfcensuur’

Een andere verklaring waarom dit onderwerp, dat nagenoeg taboe is, zo weinig stof doet opwaaien, is dat Angolese ondernemers de Portugese media zijn gaan overnemen. Van de weeromstuit zijn deze media nu geneigd de kwestie te mijden. Zo heeft Alvaro Sobrinho, een zakenman uit Luanda die in Lissabon in hoog aanzien staat, via zijn holding Newshold een enorm belang genomen in de in zwaar weer verkerende krantensector. Hij heeft het weekblad Sol en het dagblad i volledig overgenomen, terwijl hij ook aandelen afsnoept van mediaconcerns die andere titels uitgeven, zoals de weekbladen Visão en Expresso.

´Zelfcensuur´, zoals Lisa Rimli [van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch] het noemt, speelt ook een rol bij een deel van de zakenwereld, vooral bij de kleine en middelgrote Portugese ondernemingen. Zij zijn bang dat zij exportmarkten kwijtraken als het debat over de herkomst van het Angolese kapitaal feller wordt. Kortom, de ernst van de crisis is een ideaal excuus om niet zo nauw te kijken als het gaat om de kleur van het Angolese geld.

Degenen die het toch wagen om publiekelijk kritiek te uiten op deze lawine aan investeringen, nemen dan ook het risico door Luanda te worden uitgemaakt voor ´racisten´ of ´neokolonialisten´. “Ik ben een overtuigd antikolonialist”, schrijft Daniel Oliveira, verslaggever van Expresso, nadrukkelijk aan het begin van een artikel waarin hij het stilzwijgen aan de kaak stelt waarmee de Angolese investeringen in Portugal zijn omgeven.

Europa houdt zich koest

Lissabon mag dan in verlegenheid zijn gebracht, ook andere instellingen schitteren door afwezigheid. Als het om deze kwestie gaat, houdt Europa zich koest. Marcolino Moco, een Angolese oud-premier (1992-1996) die nu een van de felste tegenstanders van Dos Santos is, plaatste onlangs vraagtekens bij het uitblijven van commentaar van de Europese Unie: “Europa sluit zijn ogen voor deze malversaties om zijn economische belangen met Angola te beschermen.”

Het socialistische EP-lid Ana Gomes vindt zelfs dat Europa medeplichtig is aan deze operatie: “De bezuinigingen en de privatiseringsprogramma's die Europa Lissabon voorschrijft, hebben ertoe geleid dat Portugal sterker afhankelijk werd van Angola. Europa houdt niet alleen zijn mond, maar jaagt Portugal ook nog eens verder in die richting!”

Geen stellingname van de Europese Commissie

We hoeven in ieder geval geen stellingname te verwachten van de Europese Commissie, voor de Europese verkiezingen van volgend jaar. José Manuel Barroso, die sinds 2004 Commissievoorzitter is, stond zeer dicht bij het regime van Dos Santos toen hij nog minister-president van Portugal was. In 2003 bezocht hij Luanda samen met tien van zijn ministers. Als voorzitter van de Commissie bracht hij in april 2012 een tweedaags bezoek aan Angola om de samenwerking tussen de EU en Luanda te versterken.

Barroso behoorde in 2003 zelfs tot de uitverkoren gasten bij het huwelijk van een andere dochter van de Angolese president, Tchizé dos Santos. Hoewel zij bescheidener is dan haar halfzus Isabel, heeft Tchizé onlangs wel een belang van 30 procent genomen in een Portugees fruitverpakkingsbedrijf.

Lees hier het eerste deel van deze reportage