Mama, telt mijn stem?” Deze vraag had de kleine Vittoria, dochtertje van Europees Parlementariër Licia Ronzulli, aan haar moeder kunnen stellen toen zij met het kind in haar armen aankwam bij een van de ontelbare parlementaire zittingen die zij in Straatsburg bijwoont.

Dit beeld, dat de afgelopen jaren veel gezien is, is een symbool geworden voor alle werkende moeders en is tekenend voor de Italiaanse parlementariër: zittend op de tribune van het Europees Parlement, te midden van andere parlementariërs – vooral mannen -, werkt Licia met Vittoria op haar schoot en lukt het haar net zo goed voor haar dochter te zorgen als voor de documenten, haar onfscheidelijke laptop en Blackberry. En als de parlementariërs moeten stemmen, dan doet Vittoria haar moeder na door haar handje in de lucht te steken, ervan overtuigd dat haar stem telt.

Over een paar jaar zal de stem van Vittoria wel tellen. Misschien bekleedt ze dan zelfs, net als Licia, een belangrijke functie in de regering, een multinational of een overheidsorganisatie, naast andere vrouwen die zijn opgeleid voor invloedrijke functies. Dat is in ieder geval de doelstelling van Brussel, en dan met name die van de vastberaden Viviane Reding. Sinds zij aan het hoofd staat van Justitie vecht deze eurocommissaris onvermoeibaar voor een grotere deelname van vrouwen, met name in bestuurlijke functies van grote bedrijven.

Wetgeving is niet het probleem

Op 20 november heeft het Europees Parlement met een meerderheid een richtlijn aangenomen die de balans mannen–vrouwen moet verbeteren binnen de raden van bestuur van Europese bedrijven. Binnen die wereld is op Europees niveau het aandeel van vrouwen in drie jaar tijd gestegen van 15,8 naar 16,8 procent. In het geval van Portugal zien de cijfers er minder bemoedigend uit. Het aantal topvrouwen dat leiding geeft aan overheidsbedrijven en bedrijven uit de privésector is daar zelfs ten opzichte van 2012 afgenomen. Binnen de overheid is hun aandeel 25,9 procent en 9,1 procent in de privésector, zo blijkt uit cijfers van het ministerie van Gelijkheid. Juist deze stand van zaken wil Reding met volharding blijven bestrijden.

Het zou naïef zijn te denken dat mannen uit galantheid een machtspositie zouden afstaan aan vrouwen

Het zou naïef zijn te denken dat mannen uit galantheid een machtspositie zouden afstaan aan vrouwen. Maar het zou ook ondankbaar zijn dit van hen te eisen. Allereerst omdat je dan ongelijkheid probeert te bestrijden via een oneerlijk criterium, want het gaat dan om het geslacht en niet om vaardigheden en dan erken je niet de ware talenten die vrouwen bezitten. Het klopt dat de bedrijfsdeuren niet wagenwijd openstaan voor vrouwen, het is bekend dat het moeilijk voor hen is om carrière te maken, en er bestaat geen twijfel dat het nog wel even zal duren voordat een meerderheid van de staatshoofden vrouw is.

Het glazenplafond is nog steeds een feit en er bestaan nog steeds hindernissen die de toename van vrouwen binnen de invloedssfeer belemmeren. Daarom is het instellen van een vrouwenquotum binnen bedrijven en parlementen zonder twijfel een noodzakelijk kwaad om de schrijnende ongelijkheid aan te pakken – het is niet zonder reden dat we in het Parlement geen mannen zien die met hun zoon op schoot hun stem uitbrengen voor wetten die hun uitwerking hebben op het leven in een land. Niettemin mag gelijkheid niet belangrijker worden dan bekwaamheid. Het probleem is niet de wetgeving zelf, maar onze houding en mentaliteit. Die twee punten hebben dringend behoefte aan verandering.