Toen Catherine Ashton eind 2009 begon met haar gigantische taak om de eerste diplomatieke machine van de Europese Unie op te bouwen, werd het Labourlid van het Britse Hogerhuis begroet met denigrerend gegniffel.

“Lady Qui?” grapten ze in Parijs. In Berlijn luidde de klacht dat Duitsland werd afgescheept met iemand van de tweede garnituur. Bovendien sprak geen van haar medewerkers Duits. In Londen was de houding: “Groot-Brittannië wil geen Europees buitenlands beleid, en Ashton zal ook nooit voor zo'n beleid zorgen. Dat is dus goed”.

Te midden van dit algemene klimaat van minachting, teleurstelling en verrassing liet een hoge Europese functionaris, die een centrale rol zou spelen in haar diplomatie, een dissident geluid horen: “Binnen vier jaar zal Ashton een belangrijk persoon zijn”.

En toen zondag de zon opkwam boven Genève bleek deze opmerking uit november 2009, vrijwel op de dag af vier jaar geleden, van een vooruitziende blik te hebben getuigd. De voormalige activiste van de Campagne voor Nucleaire Ontwapening had zojuist de grootste nucleaire de-escalatie van dit tijdperk en dé diplomatieke doorbraak van het decennium bewerkstelligd, inzake een probleem dat zo hardnekkig was dat het had kunnen leiden tot een verwoestende oorlog in het hele Midden-Oosten en het daaromheen gelegen deel van de wereld.

‘Emotionele intelligentie’

De gedeeltelijke maar belangrijke bezwering van het geschil rond het Iraanse nucleaire programma is ongetwijfeld in de kern te danken aan de regimewisseling in Teheran deze zomer en het besluit van de regering-Obama om voor het eerst in een generatie serieuze gesprekken met Iran te gaan voeren.

Maar de volharding waarmee Ashton de onderhandelingen af en aan bleef voeden, en wat in Brussel wordt omschreven als haar 'emotionele intelligentie' bij het sturen van en bemiddelen in de buitengewoon ingewikkelde gesprekken, hebben een mooi resultaat opgeleverd. Op zondag 24 november werd ze op ongebruikelijke wijze overladen met complimenten door haar baas, José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie, Herman Van Rompuy, de president van de Europese Raad van regeringsleiders, [en] John Kerry, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken.

Van Rompuy en Ashton hebben hun banen op hetzelfde moment gekregen als gevolg van het Verdrag van Lissabon, dat de posities creëerde van president van de Europese Raad en Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands en het veiligheidsbeleid.

Ashton en Van Rompuy waren allebei obscure persoonlijkheden, schijnbaar niet behept met leiderschapskwaliteiten

Ashton en Van Rompuy waren allebei obscure persoonlijkheden, schijnbaar niet behept met leiderschapskwaliteiten en een strategische visie, wat precies was wat de nationale leiders van Europa wilden. Ze hadden geen trek in een Tony Blair of een David Miliband of sterke Duitse of Franse politici op het internationale podium, die de beleidsagenda zouden bepalen en hen zouden overschaduwen.

Versluierd seksisme

Waar zij voor kozen en wat zij kregen waren twee stille, methodische, effectieve 'fixers' en bemiddelaars, die moesten worstelen met een paar van de belangrijkste vraagstukken van hun tijd. Aan Van Rompuy kwam de eer toe te mogen onderhandelen met de ruziënde nationale leiders over de ergste crisis van de Europese Unie ooit – rond de euro, de staatsschulden en de financiële onrust.

Ashton moest van de bodem af een diplomatieke dienst voor de EU opbouwen, de eerste nieuwe Europese instelling in een decennium, te midden van onderlinge gevechten tussen de verschillende departementen in Brussel en tussen Brussel en de 28 lidstaten.

Veel van de kritiek jegens haar was versluierd seksisme, en dat deed pijn. Zij concentreerde zich echter op haar werk en probeerde niet op te vallen. Ze reisde kriskras over de planeet, vermeed de media en bouwde vlijtig en gestaag goede persoonlijke relaties op met spelers als de Iraniërs, Hillary Clinton en haar Chinese collega. Op de Balkan stond ze aan de wieg van de zeer persoonlijk getinte diplomatie met de premiers van Servië en Kosovo, die ook een weinig opgemerkte, maar grote doorbraak heeft opgeleverd.

Eindeloze betrokkenheid

Een paar weken geleden namen de Serviërs, die weigeren een onafhankelijk Kosovo te erkennen, voor het eerst deel aan plaatselijke verkiezingen in Kosovo, waarmee ze zich stilzwijgend, zij het morrend, neerlegden bij de legitimiteit van de regering in Kosovo.

Het is vrij zeker dat dit niet zou zijn gebeurd zonder de eindeloze betrokkenheid van Ashton en haar bemiddeling tussen beide partijen, via tientallen besprekingen en dinertjes op de late avond. Een vroegere hoge functionaris van de EU omschrijft haar aanpak van de onderhandelingen met Iran als volgt: “Je kunt allerlei zaken bereiken als je anderen met de eer laat strijken”.

Voor de Balkan was een andere strategie nodig: *“Ze verdient enorm veel lof voor haar bemiddeling tussen Servië en Kosovo. Haar persoonlijke bijdrage kan niet worden overschat”.

Het buitenlands beleid van de Europese Unie kreeg vorige week wel een flinke dreun te verduren toen president Victor Janoekovitsj van Oekraïne plotseling een strategisch samenwerkingsakkoord met Europa afwees. Dat pact had deze week met Ashton op een EU-top in Litouwen moeten worden beklonken.

Vleien en gladstrijken

In Genève was de formule dit weekend en twee weken geleden een duizelingwekkende hoeveelheid 'bilateraaltjes', aparte besprekingen tussen de Iraniërs en ieder van de zes andere landen en talloze sessies tussen deze landen onderling. Zo nu en dan was er dan ook nog een plenaire zitting met iedereen erbij.

In dit ingewikkelde multi-dimensionele diplomatieke spel was Ashton de enige persoon die vrijwel altijd aanwezig was

In dit ingewikkelde multi-dimensionele diplomatieke spel was Ashton de enige persoon die vrijwel altijd aanwezig was, met een overzicht van alle relevante aspecten. Het was haar taak om samen te vatten, te vleien, verschillen glad te strijken en berichten over te brengen.

Een groot deel van het voorbereidende werk was bij eerdere onderhandelingen al gedaan door Robert Cooper, de gepensioneerde buitenlands-politieke strateeg en diplomaat van Groot-Brittannië en de EU. Tegenwoordig wordt die rol vervuld door Helga Schmidt, de Duitse EU-diplomate die ooit aan het hoofd stond van het kantoor van Joshka Fischer, de voormalige minister van Buitenlandse Zaken van Duitsland en leider van de Groenen.

Doorbraak is eerste fase

De doorbraak van dit weekend is pas de eerste fase, die zes maanden duurt, op weg naar een 'samenhangende' oplossing voor het geschil met Iran. Of dit laatste kan worden bereikt in de elf maanden die Ashton nu nog resten in haar functie is twijfelachtig. Maar zij kan al een groot deel van de eer opeisen voor het opereren binnen de grenzen van het mogelijke en het faciliteren van een overeenkomst die door alle partijen ruim tien jaar uit de weg is gegaan, nadat de onthullingen over het geheime nucleaire programma van Iran in 2002 naar buiten waren gekomen.

In Europa staan ze al in de rij, vooral mannen, om haar volgend jaar op te volgen – Radek Sikorski in Warschau, Carl Bildt in Stockholm, terwijl er dit weekend ook sprake was van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Frans Timmermans.

Ashton, die destijds geen enkele ervaring op buitenlands politiek gebied had en een politica was die nooit in een vertegenwoordigend lichaam was gekozen, wist pas twee dagen vóór haar benoeming in 2009 dat ze de baan zou krijgen en dat zij de best betaalde diplomaat in het Westen zou worden.

Ze werd erdoor verrast. Dit weekend was het in Genève haar beurt om te verrassen.