Het zal zo’n twee jaar na mijn emigratie naar New York zijn geweest dat in een bar in downtown Manhattan een man tegen mij zei dat ik ‘eurotrash’ was.

Ik kende ‘white trash’ – hoewel ik daarbij associaties had die de lading van dat begrip niet dekten: bij ‘white trash’ dacht ik aan luidruchtige, jonge zakenmannen en bankiers die zich in openbare gelegenheden onaangenaam gedroegen. ‘Eurotrash’ was een ontdekking voor mij. Ik had meer Bret Easton Ellis moeten lezen.

Snobistisch, hautain en niet op zijn plek aan gene zijde van de oceaan, dat was wat de aangeschoten Amerikaan in mij zag. Daarvoor had ik geen woordenboek nodig. Misschien hoopte hij wel dat ik met hem op de vuist zou gaan. Wat ik eervol vond. Maar al op de middelbare school was het tot me doorgedrongen dat geen enkele belediging het verlies van een paar voortanden waard is. Vriendelijk blijven glimlachen is in de regel het beste. En dat was wat ik deed.

Ik kan nauwelijks aan Europa denken zonder mij dit voorval te herinneren. Je kunt ervoor kiezen Amerikaan te worden. De zogenaamde ‘hyphenated identity’ biedt volop mogelijkheden. Je bent Koreaans-Amerikaans, of Italiaans-Amerikaans of Schots-Amerikaans. Om Europeaan te worden moest ik naar New York verhuizen.

Mijn ouders, respectievelijk geboren in 1912 en 1927 in Berlijn, waren (en zijn) als ze al iets waren, naast Joden, vermoedelijk Europeaan. Niet uit idealisme, tegen wil en dank. Mijn moeder had in 1939 nog met haar ouders geprobeerd Cuba te bereiken, maar Cuba wilde geen Joodse vluchtelingen uit Duitsland meer, Amerika hield de grenzen gesloten en zo belandde mijn moeder met haar familie in Nederland. Na de oorlog en een verblijf in een paar concentratiekampen keerde ze zonder ouders terug naar Nederland. Ze probeerde een tijd in Parijs te leven, waar ze au pair was, in Buenos Aires, waar ze familie had, en in Israël, waar ze als serveerster werkte, maar uiteindelijk ging ze terug naar Amsterdam zonder zich daar thuis te voelen. Ze was in zekere zin door en door Duits, maar ze piekerde er niet over terug te keren naar Berlijn. Daar was ze te trots voor. Europeaan als noodoplossing, ook al zou ze zichzelf nooit zo omschrijven.

Voor mijn vader gold iets soortgelijks. Hij had de oorlog overleefd op diverse onderduikadressen in Nederland en hoewel hij pochte dat hij beter Nederlands sprak dan de meeste Nederlanders geloof ik niet dat hij zich Nederlander voelde. De laatste jaren van zijn leven liep hij om redenen die mij niet geheel duidelijk waren altijd met een leerboek Engels in zijn zwarte, leren jas. Weliswaar is hij geboren in Berlijn, maar zijn ouders kwamen uit Lemberg (tegenwoordig: Lviv) en het eerste paspoort dat hij had, was uitgegeven door het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk. Ook voor hem gold: Europeaan bij gebrek aan beter. Anders dan mijn moeder nam hij het woord wel in mond, en ook nog met een zekere trots. Toen iemand hem een keer vroeg: ‘Waarom gaat u niet naar Israël?’ antwoordde hij: ‘Ik ben Europeaan.’ Je kunt ook moeilijk in Amsterdam in de jaren zeventig verkondigen dat je eigenlijk uit het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk komt.

Tegenwoordig is Europa verdacht, een ziekte, een museum op zijn best, vermoedelijk een mislukking. Wie beweert Europeaan te zijn verkondigt eigenlijk iets anders: dat hij kosmopoliet is, thuisloos, volksverrader, feitelijk een paria. Een bevriende schrijver die net als ik naar Amerika is gegaan zei: ‘Het is makkelijker van Amerika te houden zolang je er niet woont.’

Daar zit iets in. En hoewel ik van Amerika houd, of op zijn minst van New York, zonder te zijn vergeten dat Amerika mijn grootouders en mijn moeder weigerde toe te laten, geloof ik niet dat ik in New York ben om Amerikaan te worden. Het lot voerde mij naar New York, en ook al zou ik Amerikaan hebben willen worden, juist daar ben en blijf ik Europeaan, een Amerikaans paspoort zou daar niets aan veranderen.

In een essay verklaarde Hannah Arendt dat de Jood een zelfbewuste paria kon zijn. De Jood kon de status van paria, waaraan hij toch niet ontkwam, als het ware omhelzen.

Zonder de paria te willen romantiseren en zonder alle Europeanen de nieuwe Joden te willen noemen is dit de meest aantrekkelijke status, ook voor niet-Joden: de zelfbewuste paria.