Na de stemming over het intrekken van Berlusconi's senaatszetel is de verleiding groot om twintig jaar Berlusconi af te sluiten als iets in de kantlijn van de geschiedenis. Het is een verleiding die we maar al te goed kennen: we beelden ons in dat we de anomalie hebben uitgewist en keren terug tot de orde van de dag alsof die anomalie slechts een tijdelijke afdwaling was die zich nooit in ons heeft genesteld.

In 1944 was het geen Italiaanse, maar een Amerikaanse journalist, Herbert Matthews, die in het tijdschrift Mercurio van schrijver Alba de Céspedes zei: "Jullie hebben het niet gedood!" Het fascisme was verre van dood, maar zou blijven voortbestaan in de Italianen, niet zozeer op de dezelfde manier als in het verleden, maar meer in hun denkwijze en gedrag.

Het berlusconisme blijft voortbestaan

Deze infectie, onze ‘mal du siècle’, zou lang duren: iedere Italiaan moest ‘zijn leven lang tegen het fascisme in zichzelf vechten’. Hetzelfde geldt voor de zogenaamde val van Berlusconi. Het is een opluchting te weten dat hij geen rol van betekenis meer zal spelen, noch in het parlement, noch in de regering, maar het berlusconisme bestaat nog steeds en het zal niet gemakkelijk zijn om af te kicken van een drug die niet alleen politici en partijen, maar de hele maatschappij aan zich heeft onderworpen.

Ik zeg de ´zogenaamde val´ omdat het berlusconisme blijft voortbestaan, ook nu Berlusconi uit de senaat is gestemd. Dit betekent dat ook de strijd van wie de democratie wil herstellen, en niet alleen in stand wil houden, blijft doorgaan. Het Berlusconi-tijdperk moet eindelijk eens worden doorgelicht: [hoe kon het ontstaan en hoe kon het zo lang standhouden?]

Ook na het verlies van zijn senaatszetel en de veroordeling tot een taakstraf blijft de leider van Forza Italia over twee ongezonde en schrikwekkende wapens beschikken: zijn onveranderde mediamacht en zijn ongekende financiële middelen, die juist in deze magere tijden des te weerzinwekkender zijn. Al zit hij niet meer in de senaat, hij zal via zijn tv-zenders videoboodschappen blijven uitzenden.

Nog fundamenteler is echter de culturele en politieke erfenis van de afgelopen twintig jaar: de manier van denken en handelen, de ‘mal du siècle’ dat maar voortduurt. Als we niet grondig bij onszelf te rade gaan, blijft dit kwaad Italië vergiftigen. De belangenconflicten in de eerste plaats en ten tweede de ongezonde verstrengeling van de politiek en het bedrijfsleven: beide bestaan nog steeds, als modus vivendi van de politiek. Ze verliezen door de verbanning van Berlusconi in geen geval aan legitimiteit.

Politiek zonder ethiek

Nog een nalatenschap van de afgelopen twintig jaar: een politiek die zich niet door ethiek onderscheidt, maar zich hiervan afscheidt, er zelfs tegenover staat. Het is een vastgeroeste gedachte geworden, een epidemische overtuiging. De Italiaanse schrijver Giacomo Leopardi zegt dat Italianen cynisch zijn, juist omdat ze listiger, nonchalanter en minder romantisch dan de noorderlingen zijn. Ze zijn niet veranderd. We klampen ons vast aan Machiavelli, die politiek en ethiek van elkaar losmaakte. We gebruiken hem om te kunnen zeggen dat het doel de middelen rechtvaardigt. Maar dat is misbruik om onze fouten te rechtvaardigen: de middelen worden het doel (macht om de macht) en verdraaien het.

Ook de mythe van de burgermaatschappij maakt deel uit van het erfgoed van de afgelopen twintig jaar: de mythe dat het volk beter is dan de politieke leiders en zijn oordeel in juridisch opzicht boven dat van de rechters staat. Het volk is democratisch soeverein en belichaamt de algemene wil, die zich niet vergist. Maar dat niet alleen: de burgermaatschappij “wordt vaak niet alleen gezien als anders dan de staat, maar zelfs als zijn tegenstander, haast alsof de staat (gelijkgesteld aan de regering van het moment) vanzelfsprekend de vijand van het algemeen goed moet zijn”, zoals historicus en kunstcriticus Salvatore Settis schreef.

Onbeschaamdheid wordt het kenmerk van een elite die de politiek instinctmatig als machtsobject wil benaderen

Op die manier bezoedeld, heeft de formule navolging gekregen: dankzij het oligarchisch gebruik van de burgermaatschappij (of van technocraten) is de politiek steeds meer in diskrediet gebracht en heeft de cultuur van immoraliteit en wetteloosheid steeds meer bijval gekregen. De zaak van minister Cancellieri van Justitie is hier een treffend voorbeeld van: onbeschaamdheid wordt het kenmerk van een elite die de politiek instinctmatig als machtsobject wil benaderen, tegen de regels in. Om kunstmatige situaties van permanente uitzondering te creëren, een perfecte samenloop van noodzaak, gebrek aan alternatief en stabiliteit.

Een gevoel van schijnstabiliteit

Een gelijkaardig lot wacht de scheiding van kerk en staat, die de afgelopen twintig jaar niet meer is onderhouden, maar werd verafschuwd. Het pontificaat van Franciscus helpt niet, want de vooringenomenheid ten voordele van de kerk is groter dan ooit, zelfs op gebieden die buiten de beloofde ‘hervorming van het pausschap’ vallen. Strijd voor de scheiding van kerk en staat zal moeilijk zijn in een Italië dat profiteert van de afhankelijkheid van het Vaticaan.

En dan tot slot Europa. De reconstructie van zijn val in 2011 is een listige kunstgreep van de EU, Duitsland en Frankrijk. Met demagogische virtuositeit is nog maar eens het grootste gebrek van Italië blootgelegd: het geknechte Italië, ontmaskerd door Dante.

Nee, Berlusconi is nog niet uitgewist. Want de maatschappij functioneert niet: “We zijn allemaal ondergedompeld in corruptie”. We kunnen deze twintig jaar van zedeloosheid, immoraliteit en wetteloosheid alleen te boven komen als we in de spiegel kijken en onszelf zien achter het monster. De burgeroorlog en noodtoestand die Berlusconi ons op de mouw spelde hebben niet alleen onze economische, maar ook onze maatschappelijke groei in de weg gestaan. Een hele generatie is ten prooi gevallen aan een gevoel van schijnstabiliteit.