Afrika zou de achtertuin van Europa kunnen zijn, zoals Latijns-Amerika dat enigszins voor de Verenigde Staten is. Maar de dialoog tussen Europa en Afrika is de laatste jaren in het slop geraakt. Het beleid inzake samenwerking en het verstrekken van middelen die waarschijnlijk nooit zullen worden terugbetaald, is op een mislukking uitgelopen, ondanks de gulheid van Brussel, dat voor de periode 2000-2013 bijna 10 miljard euro heeft uitgetrokken. China en India wisten deze leemte snel op te vullen: ze vallen bij de Afrikanen in de smaak omdat ze projecten op effectieve wijze uitvoeren, snel reageren, voor lage prijzen werken en hun neus niet optrekken voor langetermijnkredieten. Maar het belangrijkste is wel dat deze landen zich, in tegenstelling tot de Europeanen, niet laten hinderen door discussies over de democratie, de bestrijding van corruptie en de eerbiediging van de mensenrechten. Kortom, ze stellen zich niet als schoolmeester op.

Een schatkist vol grondstoffen

Toch lijkt Europa zich momenteel opnieuw te realiseren hoe belangrijk Afrika is: in deze tijden van economische crisis en teruglopende groei, waarin iedereen op zoek is naar energie en grondstoffen, kan Europa niet ongestraft het risico lopen om het zwarte continent kwijt te raken. Afrika is een schatkist vol met grondstoffen: van de wereldvoorraden is 10% van de aardolie, 90% van het platina, kobalt en chroom, 60% van het mangaan, 40% van het goud, 30% van het uranium en bauxiet, en 25% van het titanium afkomstig uit Afrika. En dan hebben we het nog niet eens over het enorme ontwikkelingspotentieel van Afrika, met name van de landbouw, als het eindelijk eens op de juiste wijze ontgonnen werd.

De Chinezen – de nieuwe kolonisatoren – hebben dit allang begrepen en hebben zich, samen met de Indiërs, op deze rijkdommen gestort, waarnaar een onverzadigbare vraag is in de geïndustrialiseerde en opkomende landen. Ook het Rusland van Dmitri Medvedev heeft dit uitstekend begrepen, en het is dan ook geen toeval dat de president onlangs een bezoek heeft gebracht aan enkele Afrikaanse hoofdsteden, om er een hele reeks contracten te ondertekenen: om uranium te kopen, en daarnaast om met Gazprom een bijdrage te leveren aan het project inzake de aanleg van een gaspijpleiding door de Sahara. Het is de bedoeling dat deze pijpleiding, die 15 miljard dollar gaat kosten, zich over 4300 kilometer zal uitstrekken en gas vanuit Nigeria tot aan Italië en Spanje zal vervoeren. Voor Europa zou deze gaspijpleiding tevens een manier moeten zijn om, tegenover Rusland, meer verscheidenheid te brengen in zijn leveranciers. Dat is althans de bedoeling, maar naar alle waarschijnlijkheid zal dit niet het geval zijn.

****Terug bij af****

Europa begint eindelijk te begrijpen dat het vroeger weliswaar bevoorrechte toegang had tot het Afrikaanse continent, maar dat het tegenwoordig gedwongen is om vanaf de zijlijn af te wachten, te midden van talloze misverstanden en communicatiebarrières. Hoe moet Europa dat aanpakken? Voor het grootste gedeelte door weer van voren af aan te beginnen en door vervoersinfrastructuur aan te leggen, want dat was de beruchte schakel die in alle vormen van ontwikkelingsbeleid ontbrak. Europa maakt een uitstekende keuze als het de banden met Afrika weer wil aanhalen. In ieder geval op papier. Maar zullen de financieringen en de Europese ondernemingen die het continent massaal de rug hadden toegekeerd, wel volgen? Volgens de Fransman Michel Démarre, bestuurslid van European International Contractors en gedelegeerd bestuurder van een onderneming die actief is op het gebied van openbare werken in veertig landen (en vroeger ook in Afrika), wordt dat nog een flinke uitdaging: er zou namelijk sprake zijn van "te veel inmenging en instabiliteit op het politieke vlak, tegen een achtergrond van grote financieringsproblemen en een tekort aan lokale financiële middelen".