Met de publicatie van het omvangrijke witboek over de onafhankelijkheid heeft de Schotse regering getracht de critici het zwijgen op te leggen die beweren dat de gevolgen van een afscheiding van Groot-Brittannië niet goed zijn doordacht.

Het 670 pagina's tellende document mag dan verschoond zijn gebleven van Braveheart-achtige passages die zijn bedoeld om op de emotie te spelen, het heeft ook niet de bedoeling de fervente voorstanders op te zwepen. In plaats daarvan heeft Alex Salmond, de leider van de Scottish National Party, een zeer gedetaileerde technocratische verhandeling in elkaar gezet die de twijfelaars moet overtuigen. Hij wil nieuwe bekeerlingen maken en is niet uit op steunbetuigingen van degenen die hij al aan zijn zijde weet.

Wat de uitslag ook zal zijn van het referendum van september 2014, veel zal hetzelfde blijven ten noorden van de grens. Als het aan de nationalisten ligt, houdt Schotland vast aan de Britse koningin en het pond. De fragiele financiële toestand van het land zal onvermijdelijk tot minder mogelijkheden leiden om gebruik te maken van de nieuwe economische vrijheden. Maar dit heeft Salmond er niet van weerhouden om een paar belastingvoordeeltjes in het vooruitzicht te stellen als de onafhankelijkheid werkelijkheid wordt. De ondernemingsbelasting gaat omlaag en kinderen van twee jaar kunnen gratis naar de kinderopvang. Impopulaire maatregelen als de 'slaapkamerbelasting' en de door de Conservatieven gesteunde belastingaftrek voor getrouwde stellen wil hij schrappen.

Wensenlijstje

Hoewel Financial Times een sterke voorkeur heeft voor een voortzetting van Schotland binnen de unie, erkennen we dat er een mogelijk – zij het zwak gefundeerd – pleidooi voor onafhankelijkheid kan worden gehouden. De Schotse kiezers moeten uiteindelijk beslissen of Schotland beter af is binnen of buiten het Verenigd Koninkrijk.

Schotland kan niet verlangen enerzijds de vrije hand te krijgen en anderzijds gratis mee te kunnen liften met rest van Groot-Brittannië

Maar er moet ook worden toegeven dat er lastige keuzes moeten worden gemaakt. Schotland kan niet verlangen enerzijds de vrije hand te krijgen en anderzijds gratis mee te kunnen liften met rest van Groot-Brittannië.

Salmond is bekritiseerd wegens het publiceren van wat een wensenlijstje lijkt in de vorm van een prospectus. Over de exacte voorwaarden van iedere mogelijke afscheiding moet worden onderhandeld als Schotland ervoor kiest om op te stappen. Veel van de beslissingen die nodig zijn om dit programma ten uitvoer te brengen vergen de instemming van Schotten en niet-Schotten.

Misschien wel de meest omstreden eis van Salmond betreft de valuta-regeling na de onafhankelijkheid van Schotland. Er is niets op tegen dat Schotland het pond als munt wil blijven gebruiken. Wat wél de wenkbrauwen doet fronsen is de verwachting dat de rest van Groot-Brittannië een gemeenschappelijke valutazone zou willen creëren, alleen maar om vijf miljoen Schotten een plezier te doen naast de eigen 58 miljoen inwoners. Een dergelijke stap dreigt de vergissing van de eurozone te herhalen: een monetaire unie zónder begrotingsunie. Dat is geen geruststellend precedent.

Verdeling

Het witboek betoogt dat een muntunie in het belang van Groot-Brittannë zou zijn omdat de betalingsbalans zou verslechteren als de Schotse olie-inkomsten zouden worden uitgesloten van de betalingsbalans van de nieuwe valutazone. Dit is een zeer twijfelachtige veronderstelling, die het mogelijke voordeel negeert van een zwakkere munt.

Een ander argument van de nationalisten luidt dat Schotland recht zou hebben op blijvende invloed op de activiteiten van de Bank of England en (dientengevolge) de rest van Groot-Brittannië een muntunie kan opdringen, vanwege zijn historische belangen in de bezittingen van de centrale bank.

Hierdoor wordt geen recht gedaan aan de aard van de breuk die zou ontstaan als Schotland zich zou afscheiden. Er zou een verdeling moeten worden gemaakt van de baten en schulden – een proces dat Salmond in slechts achttien maanden wil voltooien. Maar hoewel hierbij sprake zou kunnen zijn van een overdracht van bezittingen en van compensaties als een dergelijke overdracht onmogelijk zou blijken, vloeit hier geen blijvende controle over bepaalde instellingen uit voort.

Het opsplitsen van Groot-Brittannië is zeer pijnlijke aangelegenheid. De SNP heeft er al op gezinspeeld de aanvaarding van een deel van de Britse nationale schuld afhankelijk te willen maken van de instemming van Westminster met een valutazone. Dit is niet de taal van politici die geloven in hun eigen ‘win-win’-retoriek, maar het weerspiegelt wél de rancune die een afscheiding met zich zou meebrengen.