22 mei 2014, de dag van de Europese verkiezingen beloven een afrekening te worden: het is lang niet uitgesloten dat het tegen ‘meer Europa’ gekante populisme van links en rechts een kracht van betekenis gaat worden in het Europese parlement. Als politici van de middenpartijen niet met een eigen opvatting over de toekomst van Europa komen, zal het populisme het enige politieke alternatief blijken te zijn. Wat volgt zijn vier bouwstenen voor een ander verhaal over Europa.

1. De Europese eenwording heeft lange tijd gedraaid om de binnengrenzen – het befaamde ‘nooit meer oorlog’ – maar zal in de komende decennia meer en meer gaan over de buitengrenzen. Het wezenlijke motief voor de integratie ligt buiten het continent want de plaats van het oude continent in een nieuwe wereld is ingrijpend aan het verschuiven. Wanneer Europa hulp vraagt aan landen als India, Brazilië en China om de monetaire crisis te overwinnen, dan weten we dat er iets wezenlijks is veranderd.

Een nieuw verhaal over ‘Europa’ moet dan ook niet meer Berlijn, maar Bejing als vertrekpunt kiezen, moet niet meer beginnen in Parijs maar in Sao Paulo.

2. Uit die blik van buitenaf leren we nog iets anders, dat van wezenlijk belang is voor een toekomstgericht verhaal over Europa. Kijk bijvoorbeeld naar de Human Development Index. De top vijf van die index uit 2012 bestaat uit achtereenvolgens Noorwegen, Australië, de Verenigde Staten, Nederland en Duitsland. België staat op plaats 17, Frankrijk op 20 en het Verenigd Koninkrijk op 26. Daarbij steken de zogenaamde BRIC-landen nogal karig af: Rusland op 55, Brazilië op 85, China op 101 en India komt zelfs niet verder dan plaats 136.De corruptie-index toont een vergelijkbaar beeld: de westerse landen doen het veel beter dan de BRIC-landen.

Zo ontdekken we stap voor stap de verborgen vitaliteit van de meeste Europese samenlevingen: vergelijkenderwijs een hoge mate van gelijkheid en levenskwaliteit, een lage corruptie en redelijk functionerende rechtsstaat, maar ook bijvoorbeeld een urbanisering die gunstig afsteekt tegen de megasteden die in landen als India en China groeien. In het spreken over Europa ontbreekt ten onrechte dat vergelijkende perspectief: zo wordt de kwaliteit van onze samenlevingen pas zichtbaar.

3. De grote vraag is of deze verborgen vitaliteit van Europa niet mede gelegen is in de diversiteit die het continent kenmerkt. Die vraag zou de kern moeten vormen van het debat bij de aanstaande verkiezingen van het Europese parlement. Moet Europa streven naar een federatie of blijven de nationale staten van wezenlijk belang?

Klaus Mann schreef in zijn autobiografie Het keerpunt over deze diversiteit: ‘Dit is de dubbele voorwaarde waaraan Europa moet voldoen om niet te gronde te gaan: het bewustzijn van de Europese eenheid in stand houden en te verdiepen; maar tegelijkertijd de veelvormigheid van Europese tradities en stijlen levend te houden.’

Die veelvormigheid is van minstens even grote betekenis als de eenheid. Het moet duidelijk worden gezegd: een Europese Unie met de huidige achtentwintig lidstaten kan nooit een Verenigde Staten van Europa worden en moet dat ook niet willen worden.

We moeten ontsnappen aan de simpele keuze waarin sommigen het denken over Europa willen dwingen: of een federale staat of een vrijhandelszone

De Unie heeft niet de beëindiging van de nationale staten tot doel, maar juist de bestendiging van die staten als levensvatbare democratieën, rechtsstaten en verzorgingsstaten. We moeten ontsnappen aan de simpele keuze waarin sommigen het denken over Europa willen dwingen: of een federale staat of een vrijhandelszone.

Anders gezegd: we hebben een grondwet voor Europa nodig, waarin op een limitatieve manier de bevoegdheden van de Unie worden vastgelegd. Dat sluit geen verdere integratie uit, maar dan wel als een bewuste grondwettelijke keuze. Pas wanneer die stabiliteit aan de binnengrenzen is gerealiseerd kan de gemeenschappelijke buitengrens de aandacht krijgen die nodig is.

4. We kunnen een beschouwing over de grenzen van Europa niet afsluiten zonder iets naders te zeggen over de grenzen aan de uitbreiding van de Unie. Vanaf het einde van de jaren zestig zijn rondom de oude continentale kern telkens nieuwe ‘randgebieden’ toegevoegd. De vraag is hoe ver dat kan gaan zonder dat de kern weker begint te worden.

Als we nu de balans opmaken dan lijkt het duidelijk dat de grens van de uitbreiding is bereikt: noch Turkije, noch de voormalige republieken die bij de Sovjet-Unie hoorden, zoals Georgië en de Oekraïne, noch Rusland zelf mag worden voorgehouden dat een lidmaatschap van de Unie in de komende twintig jaar tot de mogelijkheden behoort. Eigenlijk weet iedereen dat, maar het wordt niet openlijk uitgesproken. Uitzondering vormen de delen van het voormalige Joegoslavië – zoals Servië – die nog niet tot de Unie zijn toegetreden. Die zijn qua ligging en omvang een natuurlijk deel van een Unie, die met dertig lidstaten wel zijn grens heeft bereikt in de komende decennia.

Dit is een sterk bekorte versie van het essay The hidden vitality of Europe, uitgegeven door Felix Meritis Foundation naar aanleiding van een debat afgelopen vrijdag tussen Scheffer en de Oostenrijkse schrijver Robert Menasse